Groene preek: Wees zuinig op Gods spullen!

“Helaas is uw preek niet de winnende.” Dat kregen 62 theologen en 75 lekenpredikers te horen van de jury die moest kiezen welke twee ingezonden preken het meest aansprekend groen waren. Johan Lock en ds. Willem Maarten Dekker waren de terechte winnaar. Er zijn geen nrs. 2, 3 enz. bekend gemaakt. Geen idee dus wat de jury van mijn ingezonden groene preek vond. Hieronder de tekst, de preek en de plaatjes.

Deuteronomium 22:6-7

Stel dat je onderweg bent en in een boom of op het land een nest ontdekt waarin een vogel op haar jongen of haar eieren zit. Dan mag je het nest uithalen, maar het moederdier moet je laten vliegen. Het is verboden én de jongen én het moederdier te pakken. Wie zich hieraan houdt, zal lang en gelukkig leven.

Voor mij is het elk jaar weer een fascinerend gevoel, wanneer je in het voorjaar de eerste kieviten weer mag begroeten. Als je deze weken ergens door de groene velden fietst, hoor je al gauw die heel eigen roep van de kievit. Je kijkt eens, en ja hoor, daar buitelt hij al over de akkers, met zijn karakteristieke zwart-witte verenpakje, en je hoort hem alsmaar roepen: kie-oe-wiet-wiet-wiet, kie-oe-wiet. Als je stopt om wat meer aandacht aan hem te schenken, zie je misschien wel, dat hij elke meeuw of kraai die te dicht in de buurt komt, aanvalt, door er in scheervlucht op af te duiken. Zo jaagt hij ze met ongekende felheid weg. Dan weet je: hier in de buurt zit een vrouwtje op haar nest met vier eieren. En het is de kunst, om dan zo’n nestje te vinden. Dat valt nog niet mee, want een kievit op het nest is bijna niet te zien, en de eieren al helemaal niet vanwege hun groene schaal met bruine en zwarte vlekken.

Wat hebben kievitseieren nu met het geloof te maken? Voor mij dit, dat je in de natuur ziet, hoe mooi God de wereld gemaakt heeft. De levende natuur, dat is Gods eigen schep­ping! Hij wil dat we met zijn wereld zorgvuldig omgaan. Het mag geen wanbeheer worden.

Maar we weten allemaal, wat voor puinhoop we als mensheid er in de afgelopen 100 jaar van gemaakt hebben. Olierampen, luchtvervuiling, opwarming van de aarde, illegale houtkap, giftig water dat stiekem geloosd wordt. Enzovoort enzovoorts. En hoe doen jij en ik het zelf, in het klein? Jongeren (maar zij niet alleen!) smijten lege verpakkingen en frisdrankblikjes achteloos langs de kant van de weg, volwassenen nemen voor elk kleinigheidje de auto. Dat het slecht is voor het milieu? Boeie! Maar óók daardoor wordt het leven in de natuur bedreigd. Liefde voor de natuur moet je leren. Daarom gaat het vanavond over de vraag: hoe ben jij en hoe zijn wij met de schepping bezig? Hoe verantwoord en bewust? Want:

God ziet graag dat je zuinig bent op zijn spullen

Hoe ga je om met de natuur en milieu? In de bijbel staan daar geen direkte uitspraken over. Want die tijd was de natuur, met de wilde dieren voorop, voor het grootste deel nog een bedreiging voor de mensen. Wilde dieren moest je dus verjagen. Het probleem van uitstervende dieren en planten is ver van het bijbelse toneel verwijderd.

Verder is het ook best wel belangrijk om te beseffen: de natuur is door God geschápen en mag door de mensen ge­bruikt worden. Er is dus geen eigen zelfstandige plaats voor ‘Moeder Natuur’ of ‘Moeder Aarde’. En waarom niet? Dat hangt samen met het geloof in God: er mag niet iets of iemand voor God in de plaats komen. Ook de natuur of het milieu mag niet vergoddelijkt worden.

Waarom staat zo’n voorschrift over eieren zoeken dan in de Bijbel? Om twee redenen, denk ik.

Allereerst: Israel is een vogelrijk land. Er komen zo’n 350 verschillende soorten voor. Mozes geeft de Israelieten niet voor niets een lange en gedetailleerde lijst van reine en onreine vogels. Die eerste mag je eten, en dus werd er jacht op gemaakt met pijl en boog of met het klapnet. Psalm 124 verwijst ernaar en in Amos 3:5 staat: ‘Duikt ooit een vogel in een klapnet neer als het aas ontbreekt? Slaat ooit een klapnet dicht zonder dat er iets te vangen is?’ De HERE vergelijkt zijn volk zelfs één keer met vogels die met een klapnet gevangen worden. Als de Israelieten van het Tienstammenrijk de HERE in crisistijd niet om hulp vragen, maar hun toevlucht ergens anders zoeken, bij Egypte of bij Assyrië, staat er in Hosea 7:12 + 13a dat God over zijn ongelovige volk zegt: “Als zij nog eens op weg gaan, zal Ik mijn net over hen uitspreiden. Ik haal ze neer als vogels uit de lucht. Zodra Ik hun zwerm hoor, neem Ik ze gevangen. Onheil kome over hen, omdat zij van Mij zijn weggevlogen.” Oftewel: wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen, net zoals een jonge vogel die zich te ver van z’n moeder verwijderd. Denk maar aan de jonge eendjes in de sloten die door snoeken of reigers of ratten worden gepakt als ze net even te ver uit de buurt van de moedereend zijn.

Vogels zijn dus belangrijk voor de Israelieten. Ze zorgen voor voldoende voedsel. Dat is de eerste reden, waarom deze bepaling door Mozes in Deuteronomium wordt opgenomen. Het is een kwestie van gezond verstand om, als je een vogelnest vindt, de moeder te sparen. Dezelfde overweging kom je tegen bij de wet ter bescherming van bomen in hoofdstuk 20:19-20 van Deuteronomium: “Als u een stad langdurig moet belegeren, mag u haar boomgaarden niet vernietigen. Laat de bijl rusten en laat de bomen staan, want u moet er zelf van eten, en bovendien: is een boom soms een mens, dat u tegen hem moet strijden? Alleen de bomen waarvan u weet dat ze geen vruchten geven, mag u vernietigen of omhakken om ze te gebruiken voor de belegering van de stad waarmee u in oorlog bent.” De Israelieten mogen níet de taktiek van de verschroeide aarde toepassen, want én voor hezelf én voor de vijanden moet de mogelijk­heid blijven bestaan, om in leven te blijven. Daarom mogen vruchtbo­men niet zomaar gerooid worden, en daarom mogen vogelsoorten niet uitgeroeid worden. Zo hebben de Israelieten zélf baat bij een verant­woord omgaan met de natuur.

Toch is er nog een tweede reden voor dit voorschrift over een ­nest met een broedende vogel. Die is minstens zo belangrijk. Namelijk: God wil dat je eerbied hebt voor ál het leven dat Hij geschapen heeft. Als je een vogel mét haar jongen of eieren meeneemt, verstoor je het evenwicht in de natuur. Zo mag je niet omgaan met Gods schepping. God wil ons juist eerbied bijbrengen voor zijn schepping. En dus ook voor alles wat er in de natuur leeft. In Genesis 1 kun je lezen hoe God de wereld in zes dagen gemaakt heeft en er Zelf het stempel ‘zeer goed’ opzette. Adam en Eva kregen van God de opdracht de opdracht mee om het paradijs te bewerken en te bewaren en te heersen over alle dieren. Er is dus geen gelijkheid tussen mens en dier. Maar mens en natuur waren wel met elkaar in harmonie. De dieren trekken vredig bij Adam langs om van hem allemaal een naam te krijgen. Stel je eens voor, wat een prachtgezicht dat geweest moet zijn. Daarin laat Adam zien, dat hij beeld van God is. Pas na de zondeval is alles anders geworden. Dan lukt het niet meer om de natuur volledig in bedwang te houden. Dán pas wordt het mooie kruid ónkruid en begint het te woekeren. Dán pas worden de dieren wild en gevaar­lijk. Dán pas beginnen mensen ook mísbruik van de natuur te maken.

Maar God blijft van ons vragen dat we zorgvuldig met heel de natuur omgaan. Het is zíjn schepping! Dat blijkt wel heel duidelijk uit de geschiedenis van Noach. Als de zondvloed voorbij is, wat belooft God dan? Dan belooft God, dat Hij nóóit weer alle mensen en dieren zal uitroeien door ze te laten verdrinken. Hij geeft er zelfs een prachtig teken bij: de regenboog. Maar aan wíe belooft God dat allemaal? Aan Noach natuurlijk. En aan Sem, Cham en Jafeth. Ja, maar óók aan de dieren. God zegt tegen Noach: Dit is het teken van het verbond dat Ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb. God is dus niet alleen vriendelijk voor de mensen, maar ook voor de dieren. En dáárom moeten wij het ook zijn. God vraagt respekt voor héél zijn schepping. Planten en dieren mag je gebruiken voor eten en kleding en noem maar op. Maar de opdracht om te heersen over de schepping betekent niet, dat we als mensen dieren mogen mishandelen, komplete bossen mogen vernielen, zeeën mogen vervuilen en ijskappen laten smelten. Dat is geen góed beheer, maar wanbeheer.

Hoe breng je dat konkreet in de praktijk? Ik zou zeggen: laat iedereen dat maar voor zichzelf bepalen. Als je de woorden van Spreuken 12 maar ter harte neemt: ‘Een rechtvaar­dige zorgt goed voor zijn vee, een goddeloze is alleen maar wreed.’ Dat geldt uiteraard voor boeren, want het gaat over vee, en dan ben je als christen wel verplicht om over intensieve veehouderij en bio-industrie na te denken. Tot hoever mag dat gaan?

Maar ook: hoe ga jij zelf met dieren om? Trek je een kat aan z’n staart, of leg je er in de laatste dagen voor oud en nieuw een strijker onder? Bind je de hond maar aan een boom, als je in de zomer op vakantie gaat? Heb je wel eens nagedacht over scharreleieren en plofkippen?

Liefde voor de natuur en respect voor Gods schepping blijkt in de kleine dingen. Bijvoorbeeld hoe de Israelieten omgaan moeten met een vogel die op haar eieren zit. De eieren meenemen én tegelijk de moeder doden mag niet. Iets dergelijks staat in Leviti­kus 22:28: ‘Een rund, schaap of geit mag je niet tegelijk met z’n eigen jong op dezelfde dag slachten.’ Twee generaties tegelijk doden is een aanslag op het voortbestaan van de soort. Dan ben je bezig het leven in de schepping egoïstisch voor jezelf op te gebruiken. De HERE ziet het graag anders. Ja, Hij ziet graag dat je zuinig bent op zijn spullen.

Verloste mensen – als je door de Heilige Geest christen bent geworden, dan bekommer je je om meer dan alleen je eigen zieleheil. Dan begin je weer een paradijsmens te worden. Iemand die beseft: God heeft mij als rentmeester over zijn goede schepping aangesteld. Onthoud steeds: de aarde is, met al wat leeft, met al wat zij aan schatten heeft, het wettig eigendom des HEREN! Het is Góds schepping! Laten we dat niet vergeten. Want al die aandacht voor het milieu in onze tijd, tot en met een Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer – al die aandacht kun je bij veel mensen ook verklaren uit het feit, dat ze niet meer in God geloven, en in een leven na dit leven. Dan ga je óf oppervlakkig leven: leve de vrolijkheid en de lol – YOLO!!; óf je zoekt een nieuwe vulling in je leven, en heel vaak wordt dat het milieu. Want deze aarde die we hebben, is de enige werkelijkheid die er is. Maar als christen weet je toch beter! Déze aarde is van God, en voor Hém leven we. Vergeet tegelijk niet, dat de wereld zoals wij die nu kennen, eens ten onder gaat. Er komt dus een keer een eind aan onze aarde. Maar juist omdát je dat weet, mag je van alle dingen in het leven wél ge­bruik maken, zegt Paulus in 1 Korintiërs 7. Want wie het kleine (deze oude, door de zonde aangetaste aarde) niet eert, is het grote (de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont en waar de leeuw en het lammetje met elkaar spelen) niet weerd.

Wees dus zuinig op Gods spullen! Op zijn Woord, op zijn kerk, op zijn kinderen, maar ook op zijn schepping, want zie, die was zeer goed.

De scholen zijn weer begonnen – het leven als christen gaat gewoon door

Aan alles komt een eind. Dat geldt ook voor de vakanties. Het is alweer september. Werk, school en studie, het gewone leventje is weer begonnen.

In de kerk is dat ook zo. De bijbelstudie gaat weer van start. De catechisaties gaan weer beginnen. We maken plannen voor gezamenlijke ontmoeting en verdieping.

Toen ik daar wat over nadacht, zag ik plotseling een klein verschilletje tussen school en werk aan de ene kant en het christen-zijn aan de andere kant. Van school en werk heb je vakantie. En als je vrij bent, in het weekend en in de vakanties, heb je géén school en neem je (als het goed is) het werk níet mee naar huis.

Christen-zijn is andere koek. Of je het beseft of niet, God is dagelijks met jou op pad. En omgekeerd vindt Hij het fijn, wanneer jij dagelijks je contactmomenten met Hem hebt. Dagelijks een ommetje.

In Psalm 68 vers 20 staat het allebei, afhankelijk van de vertaling die je kiest: Geprezen zij de Here. Dag aan daag draagt Hij ons. (NV51) Of: Geprezen zij de Heer, dag aan dag. Deze God draagt ons. (NBV21)

Het eerste -dat God ons elke dag draagt- gaat vanzelf. Want dat heeft God beloofd. En dan doet Hij het ook. Dankzij Jezus Christus is Hij onze hemelse Vader. Als Vader heeft Hij ons grenzeloos lief en is Hij eindeloos geduldig.

Het tweede -dat wij God elke dag prijzen- gaat niet vanzelf. Dat weet God, want net zoals een moeder haar kind kent, kent Hij ons. Daarom helpt Hij ons daarbij. Op heel veel manieren. Zodat wij leren, een leven lang leren zelfs, om toch met God te blijven wandelen. Door alle ups en downs heen aan zijn Vaderhand.  Niet alleen op zondag. Niet alleen in tijden van nood. Maar ‘dag in dag uit’.

Dat wens ik iedereen toe: dat je elke dag even een ommetje met God maakt. Dan laat je je namelijk leiden door de Geest en volg je de richting die de Geest je wijst, zegt Paulus tegen de Galaten (5:25).

Dat is ‘leven als christen’. Daar heb je geen vakantie van. Dat doe je in je vakantie én na je vakantie. Op zondag én zes dagen per week. Van jongs af aan tot en met je oude dag. En je doet het, als het enigszins kan, samen. Daar zijn we samen kerk voor.

Ga met God! Dagelijks op weg met je Schepper en Vader.

Ga met Jezus! Dagelijks op weg met je Redder en Vriend.

Laat je leiden door de Heilige Geest! Dagelijks op weg met gevouwen handen.

NPV laat echte transgenders pastoraal in de kou staan met eenzijdige brochure

Noem woorden met ‘gender’ erin, zoals ‘genderdysforie’ en ‘transgender’, en een grote groep orthodoxe christenen, vooral uit reformatorische en evangelische hoek, wijst ongenuanceerd elke vorm van transitie (in gewoon Nederlands: ‘ombouwen’) af. De twee telkens weerkerende argumenten daarbij zijn 1/ de hele genderdiscussie is een linkse, woke-achtige hype waardoor veel kinderen en tieners onzeker gemaakt worden over hun geslacht en identiteit; en 2/ God heeft mensen lichamelijk als man of vrouw geschapen, dus dat scheppingsgegeven moet je onder alle omstandigheden aanvaarden. En dus laat de Gereformeerde Bond in zijn brochure “Genderdysforie” van 2021 weten, “grote ethische bezwaren tegen medische transitie van transgenders’ te hebben en ben je als pastor “geroepen tegenwicht te bieden en het ‘zachte nee’ ter overweging te geven als de weg die God van ons kan vragen”, omdat er “van patiënten in de problematiek van genderdysforie deugden worden gevraagd als aanvaarding, vertrouwen (op Gods leiding en nabijheid), volharding, geduld, moed (om de situatie onder ogen te zien), hoop (op Gods genadige nabijheid en zijn heerlijke toekomst, waarbij er geen genderdysforie meer is.”

Begin 2023 bracht ook de Nederlandse Patienten-Vereniging een brochure uit over dit onderwerp, met als titel M-V-X-Y en als ondertitel Over geslacht en gender, identiteit en cultuur.

Op zich is het een heldere brochure. Vooral, omdat er duidelijk stelling genomen wordt tegen de genderideologie die de laatste jaren in de maatschappij enorm gestimuleerd wordt en heel veel kinderen en jongeren in verwarring brengt, terwijl het overduidelijk niet matcht met het biologische gegeven dat 99,8% van alle mensen biologisch als man of als vrouw geboren wordt (nog geen 0,2% wordt als ‘intersekse’ geboren – bron Wikipedia). Van die 99,8% heeft een heel klein gedeelte genderdysdorie: men voelt al vanaf heel jonge leeftijd, dat men in het verkeerde lichaam is geboren. Volgens de DSM-5, het handboek voor psychiatrie, is dat bij 10 op de 100.00 jongens en 3 op de 100.000 meisjes het geval. In de NPV-brochure wordt daarbij vermeld, dat hiervoor een biologische oorzaak is: de hormoonhuishouding is in een kritische fase van de foetus verstoord: het testosteron is ontoereikend of de foetus is hier ongevoelig voor.

Daarna wordt in de brochure vooral benadrukt hoe groot de druk van de trans-lobby is op onze samenleving, en dat daardoor onzekere jongens en meisje in hun (pre-)pubertijd wordt wijsgemaakt dat ze in het verkeerde lichaam zitten. “De genderideologie zorgt voor een nieuw type transgender” staat in één van de koppen van de brochure. Daar ben ik het helemaal mee eens.

Ook wordt er gewezen op de ingrijpende gevolgen van een geslachtstransitie, en dat daarmee lang niet alle psychische moeiten worden opgeheven. Ook dat deel ik met de NPV-schrijvers.

Maar als aan het eind van de brochure de Bijbel aan het woord komt, wordt vooral benadrukt, dat God ons geschapen heeft als man en vrouw: “onze lichamen zijn een uitdrukking van grote schoonheid waarbij God de architect is.” En dus vindt de NPV: “Het transformeren van een vrouwenlichaam naar een mannenlichaam (of andersom) is niet wat God beoogt met zijn schepping en is geen begaanbare weg.” Er wordt wel verwezen naar de gevolgen van de zondeval, maar die gebrokenheid mag je niet gebruiken om je lichaam, dat uniek geschapen is, via “medisch ingrijpen (…) naar eigen inzicht of verlangen te ‘herscheppen’.”

Als kerk en medechristen heb je daarbij de taak iemand met genderdysforie te helpen “ons lichaam niet af te wijzen of te veranderen, maar ons lichaam te aanvaarden als een geschenk van onze Schepper”. Zo kunnen we “van betekenis zijn door iemand met genderonzekerheid houvast te geven (…) om -met vallen en opstaan en soms in een levenslange strijd-  van zichzelf en van zijn of haar lichaam te (leren) houden. Er kan ontspanning uitgaan als je de biologische werkelijkheid durft te aanvaarden als van God gegeven. (…) Dat kan je helpen met spanning en gebrokenheid om te gaan.”

En na deze laatste woorden eindigt de brochure nog met de bijbeltekst uit Genesis 1 vers 27 en 31: En God schiep de mens naar zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zag al wat Hij gemaakt, en zie, het was zeer goed.

Ik word hier erg verdrietig van en ook echt boos om.

De NPV erkent dat er een kleine groep mensen is, die echt te maken hebben genderdysforie: ze zijn in het verkeerde lichaam geboren en hebben te maken met een geweldig diep conflict tussen lichaam en psyche. Ook dat is een gevolg van de zondeval. En dat kun je op twee manieren oplossen: door de psyche aan het lichaam aan te passen. Of andersom: door in transitie te gaan.

Het eerste heeft, denk ik, nog steeds de voorkeur. Maar het laatste is sinds een jaar of 40 ook mogelijk. En, als je het als christen bekijkt, ook een legitieme optie. Prof. dr. J. Douma wees daar in de jaren ’90 van de vorige eeuw al op in twee publicaties.

Maar blijkbaar vinden veel reformatorische en evangelische christenen, zoals uit de publicaties van de Gereformeerde Bond (een ‘zacht’ nee) en Bijbels Beraad en nu ook de NPV (beiden een ‘hard’ nee) blijkt, dat verontrustende maatschappelijke ontwikkelingen alleen maar tegengegaan kunnen worden door op bijbelse gronden elke vorm van transitie te verbieden met een beroep Gods schepping. Daarbij wordt niet meegenomen dat de verstoring na de zondeval op alle gebieden even desastreus is. En – heel opmerkelijk, vertrouwde een goede kennis uit de Gereformeerde Bond mij toe – wordt in kringen waar de lichamelijkheid altijd een hele lage waardering kreeg (want het gaat uiteindelijk om het behoud van de ziel) nu opeens het door God gegeven lichaam met stip boven de door God gegeven psyche gesteld. Dat zou wel eens kunnen zijn, omdat men ‘psyche’ interpreteert als ‘gevoel’. Daarmee komt het in de hoek van ‘subjectief’, tegenover het ‘objectieve’ en creatuurlijke van het lichaam. Maar zowel het lichaam als de psyche (geest / ziel) zijn door God geschapen. Ze horen allebei bij de creatuurlijke werkelijkheid. Zo denkt ook de christelijke filosofie van de Wijsbegeerte der Wetsidee daarover. Daarnaast heb je het gevoel. Dat is hoe je persoonlijk subjectief je lichaam en je psyche ervaart. Dat je heel voorzichtig moet zijn om op basis van je gevoel allerlei beslissingen te nemen als het om dit onderwerp gaat, is een meer dan terecht standpunt.

Maar wanneer je zegt dat het altijd tegen Gods bedoeling ingaat wanneer iemand ervoor kiest om in transitie te gaan om lichamelijk te worden wat hij/zij al jarenlang diep van binnen is (en dus niet alleen maar: hoe hij/zij zich voelt): dat vind ik onbarmhartig naar medemensen en medechristenen toe die er echt mee worstelen dat ze in het verkeerde lichaam geboren zijn. Eén van hen, geboren als Lidy, gaat al meer dan twintig jaar als Johan door het leven. Vlak na zijn transitie gaf hij een interview in het Dagblad van het Noorden. Daarin zei hij o.a.: “Dat het lichaam van een hogere orde is dan de psyche wil er bij mij niet in.” Zijn verhaal en nog veel meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de site www.christengenderdysforie.nl, die net als de artikelen van prof. Douma door de NPV en Bijbels Beraad volstrekt genegeerd worden in de literatuurlijst.

Sterker nog: op het verzoek om de twee evenwichtige, informatieve publicaties van prof. J. Douma ook op de website van Bijbels Beraad te plaatsen, werd als volgt gereageerd: “Onze website is voor Bijbelgetrouwe toerusting voor kerken en christenen. Het is dus niet bedoeld als forum voor allerlei opvattingen. Uit onze artikelen heeft u terecht geconcludeerd dat wij de opvatting van professor Douma, zoals hij die in de jaren tachtig en negentig ventileerde, niet delen.” Geharnaste taal dus, die geen enkele ruimte laat voor genuanceerde meningen. Met een keihard ‘nee’ wordt de ziel volstrekt onderworpen aan het lichaam en is een christen die toch voor transitie kiest ontrouw aan de Bijbel, omdat hij zich laat leiden door allerlei wind van leer.

Wat dat betreft is de literatuurlijst in de brochure van de Gereformeerde Bond evenwichtiger: Douma mist weliswaar, maar de website ‘christengenderdysforie’ wordt wel genoemd, evenals de bijdrage van prof. dr. Martin den Heijer (lid van de CGK) in het gereformeerde tijdschrift Kontekstueel (jrg. 34, nr. 3, jan. 2000).

Over student&vereniging, kerk en U-bocht-christenen

In het ND van 3 augustus benadrukte Dirk de Bree de waarde christelijke studentenverenigingen, maar wees ook op het risico van versnelde secularisatie als daarbij de kerk uit beeld verdwijnt. Een goede klik tussen student en kerk is daarom ontzettend waardevol. Dat geldt wederzijds. Maar dan moeten de verwachtingen wel goed op elkaar afgestemd zijn.

De studententijd als zoektocht

Niet alle christelijke studenten zijn lid van een kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Dat is bijzonder jammer. In mijn tijd als dominee in een studentenstad en als vader van vier studerende kinderen heb ik gemerkt dat studenten vooral positief-kritisch betrokken zijn en blijven op geloof en kerk als ze in hun eerste jaar een goede band opbouwen met de kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Wat dat betreft is het goed om pas in je studententijd belijdenis van je geloof te doen met medestudenten die dezelfde vragen over het christelijke geloof hebben. Bovendien raak je zo meteen betrokken bij je nieuwe kerkelijke gemeente.

Als het om ‘student en kerk gaat’ zijn er drie dingen belangrijk. Allereerst is de houding van de student van groot belang: hoe heeft de kerk waar iemand is opgegroeid en het voorbeeld van de ouders het geloof van de aankomende student gevormd? Daarnaast heeft ook de sfeer binnen een christelijke studentenvereniging veel invloed: hoe wordt er tegen het instituut ‘kerk’ in het algemeen en tegen de plaatselijke kerken in de stad aangekeken? Tenslotte speelt de houding van die plaatselijke kerken een grote rol: hoe betrokken en actief is men daar bij alles wat studenten op geloofsgebied bezig houdt?

Een parallelle gemeenschap der heiligen

De dynamiek tussen student en kerk zit ‘m volgens mij vooral in het feit dat de eerste kring waarbinnen studenten zich bewegen meestal de christelijke studentenvereniging is. Die functioneert in de praktijk als een parallelle ‘gemeenschap der heiligen’. En dat is prima, want het is juist de bedoeling dat je vooral in eigen kring elkaar ondersteunt en help en vormt. Tegelijk beseft bijna iedereen, dat een studentenvereniging geen kerkelijke gemeente is en het ook niet kan en wil zijn. Dat laat meteen een spanningsveld zien. Principieel gezien is de kerkelijke gemeente in de studentenstad het belangrijkste, terwijl studenten in de praktijk zich vooral inzetten binnen hun christelijke studentenvereniging. Zie dat maar eens, zowel van de kant van de student als van de kant van de kerkelijke gemeente een goede balans in te krijgen!

Spannend & Uitdagend

De dynamiek tussen student en gemeente kent ook z’n eigen problematiek. In heel de samenleving zie je dat mensen zich niet meer gebonden voelen aan instituten waar ze niks meer mee hebben. Als de plaatselijke kerk denkt het zonder studenten ook wel te kunnen en studenten denken dat de vereniging hen wel genoeg te bieden heeft, is dat voor allebei een gemiste kans. Soms lijkt de bijdrage van studenten in de kerkelijk gemeente allemaal zo ‘hap-snap’ te zijn. Maar hoe erg is dat? Veel studenten zijn graag bereid zich in te zetten voor concrete, kleinschalige, incidentele activiteiten van de plaatselijke gemeente. Ze zorgen er ook vaak voor dat de kerkleden betrokken raken bij allerlei projecten in de stad, zowel op evangelisatiegebied (AiA of Passionweek) als op diakonaal gebied (Happetaria).

 

U-bocht-christenen

Dirk de Bree stelt, dat een christelijke studentenvereniging kan leiden tot versnelde secularisatie. Ik denk dat als een christenenstudent nergens lid van wordt, die kans minstens tien keer zo groot is. Maar hij heeft wel een punt. Als christelijke jongeren tijdens hun studententijd afstand nemen van de plaatselijke kerk, vallen na hun afstuderen vaak in een gat. Ze zijn student af, zijn los van de kerk van hun jeugd, maar hebben geen enkele band opgebouwd met een kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Gelukkig breekt dan regelmatig het besef door: dit is niet goed, ik moet me weer ergens bij aansluiten. Met een U-bocht keren na enkele jaren ze toch weer terug. Maar hoeveel oud-studenten lukt dat niet? Veel vaker gaan ze, als ze lid-af zijn van christelijke studentenvereniging, in hun eentje verder met hun geloof. Dat is erg riskant, want de Heilige Geest noemt noemt de plaatselijke kerk niet voor niets ‘de kring van mensen die gered willen worden’ (Hand. 2:47).

‘The best place to be’

Mijn ideale plaatje als het om student en kerk gaat is deze: laat de kerk in de stad waar iemand studeerde aan het eind van de studie ´the best place to be´ geweest zijn voor elke student. Zo van: ik heb als student in de afgelopen zes jaar veel heen en weer gependeld tussen allerlei plaatsen, maar uiteindelijk voelde ik me qua geloofsgroei en geestelijke ontwikkeling het meeste thuis in de kerkelijke gemeente van mijn studentenstad.

 

Ontdek ook je kerk!

Het liefst zou ik zien, dat christelijke studentenverenigingen zich meer verbinden aan de plaatselijke gemeentes in hun stad. Christenen zweven namelijk niet ergens in het luchtledige rond. Bij elke christen hoort een plaatselijke kerk. Bij een christenstudent ook. Iedere christelijke studentenvereniging zou die persoonlijke betrokkenheid bij een kerkelijke gemeente moeten stimuleren i.p.v. zich daarin neutraal op te stellen uit angst voor – ja, voor wat eigenlijk? Heel concreet pleit ik er dan ook voor, dat tijdens de introductieperiode alle eerstejaars minstens twee bezoekjes afleggen bij leden van een plaatselijke gemeente die overeenkomt met hun eigen achtergrond of voorkeur. Dan zijn de eerste contacten gelegd en ontstaat er een goede mix tussen student en kerk.

De Heilige Geest – de ondergewaarde Persoon binnen de Drie-Eenheid

Eigenlijk had ik deze blog de titel mee willen geven: ‘De Heilige Geest – het ondergeschoven kindje binnen de Drie-Eenheid.’ Maar dat vond ik wat te oneerbiedig gezegd. Toch meen ik het serieus: de Heilige Geest is de ondergewaarde Persoon binnen de Drie-Eenheid. Niet alleen onder gereformeerde christenen, maar ook onder evangelische christenen.

Gereformeerde christenen krijgen nog wel eens het verwijt dat ze te weinig aandacht hebben voor het werk van de Heilige Geest. Wij (want ik hoor bij die groep van gereformeerd christenen) zouden de Heilige Geest teveel opsluiten in de Bijbel, doordat we zeggen: ‘de Geest werkt door het Woord’ en dus het rechtstreeks spreken van de Heilige Geest ontkennen. We zouden ook te weinig oog hebben voor de vruchten van de Geest en veel te weinig ruimte geven aan de gaven van de Geest.

Dat zijn punten waar best meer over te zeggen valt. Maar in deze blog wil ik het over iets anders hebben. Namelijk, dat in evangelische kringen de Persoon van de Heilige Geest te weinig eer krijgt. Hij is volgens de Bijbel degene die mensen tot geloof brengt en het geloof geeft.

In veel boekjes en flyers kom ik steeds tegen, dat je als christen om de Heilige Geest moet vragen, nadat je Jezus als Verlosser hebt aangenomen. De boodschap van de Bijbel wordt dan als volgt weergegeven.

1/ God heeft alles gemaakt. In het begin was zijn schepping perfekt. Adam en Eva leefden in het paradijs in nauwe verbondenheid met God.

2/ Onder invloed van de duivel kozen Adam en Eva tegen God. Daardoor kwam de zonde in de wereld met alle gevolgen van dien. De relatie met God is nu verbroken.

3/ Omdat God zoveel van ons houdt, komt Hij met een reddingsplan. Hij stuurt zijn Zoon Jezus naar deze aarde. Die draagt aan het kruis de straf voor onze zonden. God accepteert zijn offer door Hem te

4/ De relatie tussen God en mij wordt weer hersteld als ik accepteer dat Jezus ook voor mijn zonden gestorven is. Als ik dat geloof, mag ik zeker weten dat ik weer bij God mag horen. Ik mag dan ook vragen of zijn Heilige Geest in mij wil komen wonen om mij te helpen als christen te leven.

Deze ‘bijbelse’ samenvatting kom je echt heel vaak tegen. Maar bij het vierde punt begint het bij mij enorm te kriebelen. Want ik vind dat daar het accent veel te veel op de keus van mensen voor Jezus komt te liggen. De indruk wordt gewekt dat God als Vader en Jezus als Redder een grandioos aanbod doet aan alle mensen, en dat wie daar goed over nadenkt, natuurlijk graag op in gaat. En als iemand dat dan doet, komt de Heilige Geest als derde Persoon van God in je wonen.

In het bekende (en voor het overige erg goede) boekje ‘Wa@rom Jezus?’ van Nicky Gumbel staat een gebed dat je kunt bidden als je een relatie met God wilt hebben. Je moet dan drie dingen tegen Jezus zeggen:

Jezus, (1) ik heb spijt van alle dingen die ik fout gedaan heb in mijn leven. (2) Dank U, dat U voor mij aan het kruis bent gestorven, zodat ik vergeving krijg en vrij word gemaakt. Dank U dat U mij vergeving en het kado van de Heilige Geest aanbiedt. Ik wil dat geschenk graag ontvangen. (3) Alstublieft, kom in mijn leven door uw Heilige Geest en blijf voortaan altijd bij mij. Dank U Jezus. Amen.

Ook hier wordt gezegd dat Jezus mij een fantastisch aanbod doet. Als ik daarop inga, ontvang ik van Hem vergeving van zonden en geeft Hij mij zijn Heilige Geest.

Maar daarmee doe je de Heilige Geest tekort. En geef je jezelf teveel eer. God gaat namelijk over alles. Dus ook over mijn geloof. Als ik tot geloof kom (of ik dat nou van jongs af aan langzaam gegroeid is, zoals Timoteüs het van zijn oma Loïs en zijn moeder Eunike geleerd heeft, of dat ik plotseling het licht gezien heb, zoals Paulus die voor de poorten van Damaskus spontaan van zijn paard viel) is dat ook al het werk van de Heilige Geest in mij. Mijn geloof is uiteraard mijn keus voor God en Jezus. Maar het is vooral de innerlijke werking van de Heilige Geest die mij zo ver brengt dat ik ga geloven in God als mijn Schepper en Vader en in Jezus als mijn Redder en Vriend. Mijn geloofskeus is het werk van de Heilige Geest in mij! Paulus zegt het heel duidelijk in Efeziërs 2 vers 8: Door Gods genade bent U gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf: het is een geschenk van God.

In de populaire samenvatting van de bijbelse boodschap krijgt dat laatste (‘uw geloof is een geschenk van God’) veel te weinig nadruk. Daarmee wordt de Heilige Geest tekort gedaan. Jezus geeft zijn Geest niet pas als follow-up aan christenen wanneer ik eerst zelfstandig heb besloten zijn aanbod van genade aan te nomen. De Heilige Geest is Zelf degene die mij tot het besef brengt dat ik zonder God en Jezus hopeloos verloren ben en ga, die mij op de knieën brengt en die ervoor zorgt dat ik graag Jezus als mijn Redder aanneem.

Dus als de Heilige Geest niet eens genoemd wordt als derde Persoon van de Drie-Eenheid, of pas in je komt wonen als je Hem eerst daarvoor uitnodigt, doe je Hem enorm tekort. De uitdrukking ‘Soli Deo Gloria’ betekent: aan God alleen de eer. Die eer komt ook alleen aan Hem toe als Heilige Geest voor het feit dat ik geloof.

Voor evangelische christenen is er dus werk aan de winkel. Zet de Heilige Geest op de voorgrond als je vrijmoedig vertelt dat jij in jouw leven voor Jezus hebt gekozen. Dank Hem daarvoor.

Voor gereformeerde christenen is er net zoveel werk aan de winkel. Durf er vrijmoedig voor uit te komen dat jouw geloof het werk van de Heilige Geest is. Dank Hem daarvoor.

Als afsluiter twee citaten uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis:

Wij geloven dat de Heilige Geest in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. (Art. 22)

Wij geloven dat echt geloof in de mens verwekt wordt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest. Dit geloof doet hem opnieuw geboren worden, bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde, maakt hem tot een nieuw mens en doet hem leven in een nieuw leven. (Art. 24)

Wanneer is iemand een BIJBELGETROUW christen?

Op 11 juni noemde ik op Twitter Rick Warren ‘een bijbelgetrouwe theoloog’. Dit naar aanleiding van zijn ruiterlijk excuus tegenover alle vrouwen  die hij jarenlang heeft uitgesloten om als voorganger het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen.

Daarop vroeg collega Gertjan van Harten (@hardgras) mij: “Wanneer ben je een bijbelgetrouw theoloog en wie beslist dat?”

Ik antwoordde hem: “Het criterium is voor mij: Jezus als Verlosser en niet alleen als Voorbeeld.”

Hij reageerde daar weer op met: “Het gaat mij erom dat het etiket ‘bijbelgetrouw’ fungeert als een keurmerk. Wie mag zo’n keurmerk geven? En wat zijn de criteria (of wat is het criterium) voor dit keurmerk? Niet flauw bedoeld, maar kun je bijbelgetrouw en hermeneutiek los van elkaar zien? Dus bv. bijbelgetrouw zijn en tegelijk slavernij verdedigen?”

Mijn korte reaktie daarop was: “Zolang ons kennen beperkt is, zullen christenen per periode en cultuur bepaalde items verschillend interpreteren. En zullen wie Jezus niet als Verlosser erkennen het op die items soms/vaak beter zien.”

Een dag later, op 12 juni, gaf Willem Ouweneel in het Nederlands Dagblad aan, dat iemand een orthodox christen is wanneer “hij gelooft in de lichamelijke opstanding van Christus. Dat is een simpele toetssteen. Gewoon rechtstreeks: wat de apostelen gepredikt hebben in Handelingen 2 tot 5: Christus is werkelijk opgestaan.” Over andere punten, zoals de plaats van de vrouw of de omgang met homo’s kun je verschillen, vindt Ouweneel, maar ‘de opstanding van Christus ziet hij als breekpunt’, aldus het ND-artikel (dat op papier de kop had: ‘Ouweneel: Bijbel is vaak minder zwart-wit dan wij denken’, maar op internet de wat eenzijdige kop: ‘Willen Ouweneel waarschuwt kerken die duidelijke grenzen stellen’).

Dat leverde het volgende kommentaar op van collega Evert Overeem (@dsDiederik): “Wie heeft Ouweneel als toetser-met-categorische-vragen aangesteld?”

Daar reageerde Gertjan van Harten als volgt op: Dit raakt mijn vraag aan @ds_Ernst. Hij noemde Rick Warren een bijbelgetrouw theoloog. Wanneer ben je bijbelgetrouw? En wie beslist dat?”

Mijn antwoord daarop was: “Ik kan mij wel goed vinden in deze ‘Ouweneel-toetssteen. Wie de lichamelijk opstanding van onze Heer Jezus ontkent, is geen bijbelgetrouw theoloog. En wie dat bepaalt? Ik denk de communis opinio van de gezamenlijke wereldkerk.”

Daarop stelde Gertjan opnieuw zijn prangende vraag: “Je kunt dus iemand die de lichamelijke opstanding van Jezus belijdt, maar tegelijk ook de slavernij verdedigt, bijbelgetrouw noemen? Ik bedoel dit echt niet flauw, maar het woord ‘bijbelgetrouw’ triggert me.”

En, het lijkt op een herhaling van zetten, antwoordde ik hem opnieuw: “Bijbelgetrouw begint met de fysiek opgestane Christus als fundament (1 Kor. 15). Qua ethische standpunten zullen christenen per periode en cultuur bepaalde items verschillend interpreteren. Ook zullen wie Jezus niet als Verlosser erkennen het op dat soort items vaak beter zien.”

Tot zover de diskussie op Twitter. Maar ik wil het graag nog iets uitwerken, want het is een terecht vraag: wanneer mag je iemand een bijbelgetrouw (mijn woorden) orthodox (Ouweneels typering) noemen?

OP WELK FUNDAMENT STA JE?

Ik snap het punt van Gertjan wel: iemand die met de mond belijdt dat Jezus voor onze zonden is gestorven en door God is opgewekt uit de dood, maar er allerlei andere meningen en/of een levensstijl op na houdt die beslist niet christelijk zijn, kun je toch moeilijk een bijbelgetrouw christen noemen?

Toch denk ik, dat je echt een onderscheid moet maken tussen het fundament waarop je staat of zegt te staan als het om je levensovertuiging gaat, en over wat je daarna als consequentie van die overtuiging als standpunten inneemt.

De basale, fundamentele overtuiging van het hele Nieuwe Testament is volgens mij, dat Jezus voor onze zonden is gestorven en na drie dagen weer is opgestaan en zijn Heilige Geest heeft uitgedeeld opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Jezus zegt dat Zelf volgens zijn vier biografen. Het is volgens Lukas de terugkerende boodschap van Petrus, Stefanus en Paulus in het boek Handelingen. Het wordt voortdurend onderstreept in de brieven van Paulus, Petrus en Johannes.

Als dan iemand zegt, of het nu subtiel of choquerend is, dat je die opstanding niet al te letterlijk opvatten, want ik geloof niet in ‘een goocheltruuk met beenderen’, is er geen gezamenlijke basis meer waarop we elkaar kunnen aanspreken. Zo iemand is dan voor mij geen ‘bijbelgetrouwe christen’. Want, zegt Paulus, in 1 Korintiërs 3 en 1 Korintiërs 15: het fundament van uw geloof is Jezus Christus die hoogstpersoonlijk voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en is verschenen aan meer dan 500 broeders en zusters tegelijk, daarna aan alle apostelen en op het laatst ook aan mij. En hij zegt er nadrukkelijk bij: Als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren, niet gered. Als wij voor alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.

Nu zijn er veel mensen die zich door het voorbeeld van Jezus laten inspireren en zich daarom ook ‘christen’ noemen. En er zijn mensen die alles wat Paulus over Jezus zegt voor waar aannemen, maar er verder niet naar leven. Ook zij noemen zich ‘christen’. Dat maakt het er allemaal natuurlijk niet gemakkelijker op om te bepalen wanneer je iemand een ‘bijbelgetrouwe / orthodoxe christen’ mag noemen.

BIJBELGETROUW: JEZUS ALS VERLOSSER

Zelf vind ik het onderscheid tussen Jezus als Verlosser en Jezus als Voorbeeld een goed criterium.

Met iemand die Jezus alleen maar als Voorbeeld en Inspiratiebron ziet kan ik op allerlei ethische punten net zo goed samenwerken als met iemand die zich door Mohammed, Mahatma Gandhi of Nelson Mandela of Wubbo Ockels laat inspireren. Maar ik voel daarbij geen geloofsverwantschap. Hooguit snap ik hem of haar beter omdat we dezelfde culturele achtergrond delen.

Omgekeerd: als iemand die Jezus voluit als opgestane Heer en Verlosser erkent, maar bv. een totaal andere visie heeft dan ik op bv. slavernij (het voorbeeld van Gertjan vind ik wat gedateerd; vandaag denk ik eerder aan zeer uiteenlopende standpunten over vrouwen, homo’s, migranten, klimaat, evolutie etc.), dan kunnen we vanuit hetzelfde fundament daarover met elkaar stevig doorspreken. Dan kan het zijn dat onze meningen echt zo ver uit elkaar lopen dat ik mij afvraag of die ander misschien alleen maar in naam belijdt dat Jezus zijn of haar Redder is. Maar zolang iemand zich daar op laat aanspreken, zou ik niet snel tegen hem of haar zeggen: ‘jij bent geen bijbelgetrouwe christen.’ Er zijn grenzen. Maar die trek je samen als kerk (zoals bv. in 1936 over de NSB en in 1986 in Zuid-Afrika over de apartheid) en niet door persoonlijk elkaar te cancellen als bijbelgetrouw christen.

Bij de typering ‘bijbelgetrouw christen’ gaat het dus over de vraag: hoe kijk jij tegen Jezus aan? Wie Hem niet als Verlosser ziet, is niet trouw aan de bijbelse boodschap, ook al zijn veel van zijn of haar opvattingen geheel in de stijl van Jezus.

Wie Hem wel als Verlosser ziet, maar dat verder op geen enkele manier laat blijken, heeft een dood geloof volgens Jakobus, de broer van Jezus.

Daartussenin kom je volgelingen van Jezus tegen die Hem echt als Verlosser én Voorbeeld zien. Bijbelgetrouwe christenen dus, die Hem met vallen en opstaan volgen en het dus vaak met elkaar oneens zijn als het om de christelijke leer of de christelijke levensstijl gaat. Maar waar je wel de diepe verbondenheid en verwondering proeft dat Gods liefde en verlangen om mensen te redden zo ver gaat, dat Hij zijn eigen Zoon daarvoor liet sterven én opstaan.

Bindingsangst of bindingsformulier?

Zondag 11 juni is de bevestigingszondag voor twee nieuwe ouderlingen en twee nieuwe diakenen in onze Gereformeerde Kerk ‘De Lichtbron’ in Balkbrug. Sinds 1 mei maken we deel uit van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, het kerkverband waarin binnenverbandse en buitenverbandse vrijgemaakt-gereformeerden zich na de breuk van bijna 60 jaar geleden weer verenigd hebben.

Bij een fusie neem je altijd een aantal dingen van de andere partner over. En soms sluit je compromissen. Als het gaat om de bevestiging van nieuwe ambtsdragers is dat ook het geval. In de oude vrijgemaakte kerk gaven werden predikanten en ouderlingen en diakenen in hun ambt bevestigd en gaven zij hun ja-woord op een aantal vragen. Daarnaast zetten zij hun handtekening onder het ‘bindingsformulier’. Daarmee betuigden zij hun hartelijke instemming met de leer van de Bijbel zoals die in de Drie Formulieren van Eenheid worden beleden en samengevat.

In de kerkorde van de herenigde kerken hoeven ouderlingen en diakenen die handtekening niet meer te zetten. Ze zijn, zo is de redenering, ambtsdragers in hun eigen gemeente en hebben al luid en duidelijk ‘JA’ gezegd op de vraag of zij zich volledig willen houden aan wat de Bijbel ons leer en dat ze alles afwijzen wat daarmee in strijd is. Dat hoeft nu niet meer met een handtekening onder een extra formulier onderstreept te worden.

Voor predikanten blijft het ondertekenen van het bindingsformulier wel verplicht. Want zij hebben een bredere bevoegdheid: ze mogen binnen alle Nederlands Gereformeerde Kerken preken, de sakramenten bedienen, huwelijken inzegenen en ambtsdragers bevestigen. De verantwoordelijkheid is dus groter. Dat geldt voor de predikant zelf en dat geldt voor de kerken. Dus is een bewuste ondertekening van het bindingsformulier een goede zaak.

Een paar jaar geleden gaven een aantal predikanten in OnderWeg hun mening over het bindingsformulier. Dat je met een handtekening je trouw aan de Bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften betuigt, vond één GKV-dominee overbodig. Hij typeerde het als ‘geformaliseerd wantrouwen’. Een andere GKV-dominee vond  dat je met je handtekening vooral liet zien waar je loyaliteit lag: bij kerken die in een lange traditie staan waarbij de Bijbel volledig als Woord van God geaccepteerd wordt. De twee NGK-dominees formuleerden het positiever:  ‘Het gaat erom dat we ons van harte willen binden aan het evangelie en Gods Woord. Daarop willen we aanspreekbaar zijn’, zei de een. De ander noemde de ondertekening van de bindingsformulier ‘een betekenisvolle formaliteit, want wat ik verkondig, mag geen ketterij zijn. We kunnen elkaar aanspreken op de ernst die wij maken met Gods Woord. Dat is de geest van de ondertekening.’ ‘ .

In Balkbrug hebben we besloten dat we het óók een goede zaak vinden, dat nieuwe ouderlingen en diakenen het bindingsformulier blijven ondertekenen. Niet uit wantrouwen, omdat ze anders niet bijbelgetrouw en goed gereformeerd zouden zijn. Maar wel omdat het een mooi formulier is en de ondertekening ervan uitstraalt, dat je graag op deze manier in deze kerk binnen dit kerkverband als ambtsdrager namens Jezus, je Heer, je werk wilt gaan doen.

We doen dat na afloop van de kerkdienst waarin de nieuwe ouderlingen en diakenen in hun ambt bevestigd zijn. Heel de gemeente mag het horen en zien. Dat geeft blijdschap en vertrouwen. Jezus, onze Heer, bouwt zijn kerk en als kerk mogen we op Hem bouwen.

En wat onderteken de mannen en vrouwen die tot het ambt geroepen worden dan? Dit:

Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Wij beloven de gemeente voor te gaan in het spreken en leven vanuit dit ene evangelie. Wij beloven de waarheid van Gods Woord openlijk uit te dragen, en te handhaven tegenover misleidende denkbeelden die binnen de kerk of uit de wereld opkomen. Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden weggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergaderingen. Wanneer er vragen rijzen over onze eigen opvattingen of gedragingen, zijn wij eveneens bereid om ons tegenover de kerkelijke vergaderingen te verantwoorden. Wij zullen ons in beide gevallen houden aan de aanwijzingen van de kerkelijke vergaderingen.

De namen van de Heilige Geest

Pinksteren is het feest van (de uitstorting van) de Heilige Geest. In de Bijbel heeft de Heilige Geest verschillende namen. Die hebben allemaal een eigen betekenis. Ze geven iets weer van wie Hij is, wat Hij doet en in welke relaties Hij tot anderen staat.

1/ De Geest

Het vaakst, meer dan 120 keer, wordt de Heilige Geest aangeduid als De Geest. Daarmee wordt aangegeven dat Hij zijn aard en wezen tot de onzichtbare werkelijkheid behoort. Je ziet Hem niet, maar ervaart Hem wel. Daarom wordt Hij ook vergeleken met de wind (‘ruach’ in het Hebreeuws) en met de adem (‘pneuma’ in het Grieks).

2/ De Heilige Geest

Ook zo’n 100 keer wordt de Geest met deze naam aangeduid. Daarmee  wordt het morele karakter van de Heilige Geest benadrukt. Heiligheid is een van de meest belangrijker eigenschappen van God. Zonde heeft op Hem geen enkele invloed. Bij mensen staan de vruchten van de Geest tegenover de eigen zondige verlangens en begeerten (Galaten 5:17). Je kunt als christen dus niet doen wat je maar wilt, maar moet breken met een heel rijtje slechte gewoontes en eigenschappen, zoals leugens, boosheid, stelen, vuile taal,  wrok, drift, geschreeuw, gevloek en allerlei kwaadaardigheid, want daarmee maak je de Heilige Geest van God bedroefd (Efeziërs 4:25-31).

3/ De Geest van God

Regelmatig wordt de Heilige Geest ook ‘de Geest van God’ genoemd. Dat is zelfs de eerste benaming van de Heilige Geest in de Bijbel: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde en de Geest van God zweefde over het water.’ (Genesis 1:2). En bij zijn doop in de Jordaan zag Jezus ‘hoe de Geest van God op Hem neerdaalde.’ (Matteüs 3:16). Met deze naam wordt duidelijk, dat Hij onlosmakelijk met God verbonden is. Hij is Zelf ‘God’, betrokken bij de schepping en bij de verlossing. Hij is almachtig , alwetend en alomtegenwoordig. Hij inspireert mensen en zorgt ervoor dat, dankzij de Here Jezus, God weer je hemelse Vader wordt. Want  ‘allen die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen van God.’ (Romeinen 8:14)

4/ De eeuwige Geest

In Hebreeën 9:14 staat dat Christus dankzij de eeuwige Geest zijn verlossingswerk heeft kunnen voltooien. De Heilige Geest is dus, samen met de Vader en de Zoon, echt en eeuwig God, zonder begin en zonder einde, verheven boven alle eeuwen.

5/ De Geest van de Heer / van Jezus / van Christus / van Jezus Christus

Als het om de schepping gaat, is de Heilige Geest ‘de Geest van God’. Als het om het werk van de verlossing gaat, is Hij ‘de Geest van Christus’. De Here Jezus had beloofd Hem te zenden om zijn werk op aarde voort te zetten. Hij overtuigt mensen ervan dat Jezus de Zoon van God is die als Redder gekomen is om ons te bevrijden uit de macht van de zonde. Wie zich door de Geest van Christus laat leiden, hoort werkelijk bij Jezus. Zijn Geest woont dan in je.

6/ De Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt

Die ‘inwoning’ van de Heilige Geest wordt door Paulus één keer omschreven als ‘de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt.’ (Romeinen 8:11) Die woont nu ook in Gods kinderen, zodat je, als je in Jezus Christus gelooft, het eeuwige leven ontvangt, ook al ben je door de zonde sterfelijk.

7/ De Geest die van God komt

Paulus typeert in 1 Korintiërs 2:12 de Heilige Geest als ‘de Geest die van God komt’. Hij is gegeven aan Gods kinderen zodat ze de goedheid van God, aan hen bewezen, erkennen. Dan word je zelf ook een ‘geestelijk mens’, omdat je alle dingen beoordeelt in het licht van God wijsheid.

8/ De Geest van wijsheid en openbaring

In Efeziërs 1:17 heeft Paulus het over ‘de Geest van wijsheid en openbaring’, omdat Hij het hart van de gelovigen zo verlicht, dat ze de overweldigende grote kracht van God en Jezus echt leren kennen, in wat Zij in het verleden voor ons gedaan hebben, in het heden voor en in ons doen, en voor de toekomst aan ons beloofd hebben.

9/ De Geest van de genade

Twee keer wordt de Heilige Geest ‘de Geest van de genade’ genoemd. In het Oude Testament is het Gods genadige inwerking op de Israelieten, dat ze weer terugkeren tot God en berouw hebben over degene die ze doorstoken hebben (Zacharia 12:10). In Hebreeën 10:29 wordt juist dringend gewaarschuwd om het geloof niet op te geven en terug te vallen in zonde. Dan vertrap je Jezus als de Zoon van God, die zijn bloed voor jou heeft laten vloeien om je weer op te nemen in Gods verbond. Dan veracht en beledig je ook de Heilige Geest, die jou liet delen in Gods genade.

10/ De Geest van de waarheid

‘Uw Woord is de waarheid’, zei Jezus in het hogepriesterlijk gebed (Johannes 17:17). En van Zichzelf zei Hij: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ (Johannes 14:6). Het is de Heilige Geest die mensen daarvan overtuigt, en dus noemt Johannes Hem vier keer ‘de Geest van de waarheid’.  Dankzij Hem erkennen we dat het waar is wat God in de Bijbel over Zichzelf vertelt, over ons en over Jezus. Hij brengt de volle waarheid aan het licht als het om zonde, gerechtigheid en oordeel gaat.

11/ De Geest van het geloof / De Heilige Geest van de belofte

Het is de Heilige Geest die Gods kinderen overtuigt van de eeuwige toekomst die voor ons ligt. Omdat Hij ons overtuigt dat we eens net als Jezus zal opwekken uit de dood en we zullen delen in de erfenis  die Jezus voor ons verworven heeft, wordt Hij ‘de Geest van het geloof’ (2 Korintiërs 4:13) en ‘de Heilige Geest van de belofte’ (Efeziërs 1:13) genoemd, in beide gevallen ‘tot eer van God’.

12/ De Geest die heilig maakt

De Heilige Geest is ook de Motivator die ervoor zorgt dat elke gelovige Jezus wil volgen. Een christelijke levenshouding en levensstijl is zijn werk in ons. Daarom zegt Paulus in 2 Tessalonicenzen 2:13, dat God hen heeft uitgekozen ‘om te worden gered door de Geest die heilig maakt.’ In het Grieks is dit eigenlijk geen naam die aan de Heilige Geest wordt toegekend, want er staat letterlijk: ‘in heiliging door de Geest’. Maar het geeft wel duidelijk aan, dat het God Zelf is, die door zijn Heilige Geest in elke christen bewerkt wat Hij van ons wil: ‘uw heiliging / dat u een heilig leven leidt’ (1 Tessalonicenzen 4:3).

Een te grote gescheurde broek -over GKV’ers die niet willen herenigen-

Er heerst veel blijdschap en dankbaarheid over officiële hereniging op 1 mei 2023 van de GKV en de NGK tot één kerkgenootschap. De twee ‘vrijgemaakte’ kerkverbanden die eind jaren ’60 met veel trammelant uit elkaar gegaan zijn, hebben hun ruzie bijgelegd. Er ging meer dan één generatie overheen. De littekens blijven, maar vooral degenen die als kind of jongvolwassene de breuk hebben meegemaakt, zullen met Psalm 133 op hun lippen God danken voor deze gedeeltelijke verhoring van het gebed van onze Heer Jezus Christus om eenheid tussen christenen.

In het Algemeen Dagblad kon je al horen dat er sprake was van een nieuwe mega-kerk en in het voorheen christelijk dagblad Trouw stond een wat zurig en ook onjuist stukje dat de vrijgemaakte kerk nu niet meer bestaat (juist wel, maar nu weer herenigd!).

Wat verdrietiger is, is het feit dat een drietal GKV-kerken (Capelle aan den IJssel-Noord, Vroomshoop en Urk) niet mee willen gaan met de hereniging en zelfs, in samenwerking met een de Kerngroep Bezinning GKV, zoveel mogelijk kerkleden willen mobiliseren om ook te breken met hun broeders en zusters in hun plaatselijke gemeente.

Tegelijk zeggen twee van deze drie kerken (Capelle en Urk – Vroomshoop maakte pas later bekend dat de kerkenraad in meerderheid breekt met het kerkverband), dat men zich wil “inzetten voor een ‘gereformeerde oecumene’ door concreet te zoeken naar mogelijkheden om ons te verenigen met kerken c.q. kerkverbanden die daadwerkelijk vasthouden aan Gods Woord en de belijdenis van de kerk. We willen daarmee gevolg geven aan de opdracht van de Here om de eenheid van de kerk daadwerkelijk te zoeken en te bewaren.” (Verklaring van samenwerking – 19 april 2023)

Dat wil men doen door “in samenwerking met de Kerngroep bezinning GKV, op diverse plekken in het land zogeheten preekplaatsen [te] stichten. Voorlopige opvangplaatsen, die dan onder toezicht van Urk en Capelle zullen staan. En waar behoudende voorgangers en emeriti uit de GKV voor kunnen gaan. De voorbereidingen voor het stichten van zulke plaatsen zijn al in gang.”

Het is de hoop van deze drie kerken, dat hun besluit om zelfstandig verder te gaan, “de katalysator wordt voor een nieuwe lente van een gereformeerde oecumene. Die inhoudt dat we ons uiteindelijk aansluiten bij de CGK. We willen beslist geen nieuw kerkverband.” (artikel RD 22 april 2023)

Het zijn mooie woorden, maar eigenlijk is het te triest voor woorden.

Allereerst trekken deze drie kerken een scheur in hun eigen gemeente. De GKV’s van Capelle-Noord, Vroomshoop en Urk hadden na 1 mei gewoon kunnen blijven wat ze waren: een confessioneel gereformeerde kerk zonder de vrouw in het ambt, zonder kinderen aan het avondmaal, met twee diensten op zondag incl. wekelijkse catechismusprediking, zonder goedkeuring van niet-huwelijkse relaties. Daar zou alle ruimte voor gebleven zijn. Maar blijkbaar wegen de zorgen om de ontwikkelingen in het kerkverband deze kerken zo zwaar, dat men het voor lief neemt dat door te breken met het kerkverband er een scheur in de eigen gemeente ontstaat. Capelle-Noord: ruim 100 van de 260 leden zijn vertrokken, het merendeel naar de zusterkerk van Capelle-Zuid. Vroomshoop: een grote minderheid van de kerkenraad en bijna de helft van de 335 leden heeft aangegeven al dan niet voorlopig wél bij het herenigde kerkverband te willen blijven horen. Urk: al minstens 150 van de ruim 700 gemeenteleden zijn lid geworden van de NGK ter plaatse, die behoudender is dan de GKV en waarmee de GKV plaatselijk de zusterkerkrelatie wil handhaven, terwijl men de landelijke hereniging als onbijbels typeert.

Wat is het streven naar ‘gereformeerde oecumene’ waard als men daardoor een scheuring in de eigen gemeente veroorzaakt?

In de tweede plaats gaan de drie afgescheiden GKV-kerken wel gesprekken voeren met de twee andere nieuw-vrijgemaakte kerkverbanden (de DGK en de GKN), maar men wil zich uiteindelijk voegen bij de Christelijke Gereformeerde Kerken, want, zegt men zelf, “eigenlijk is dat laatste kerkverband onze stip aan de horizon.” (citaat uit het RD-artikel). Ondertussen is een lid van de Kerngroep Bezinning aanwezig als spreker op voorlichtingsavonden voor verontruste GKV-kerkleden “naar aanleiding van het samengaan van de kerkverbanden GKv en NGK in het nieuwe kerkverband de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) per 1 mei 2023”  met als tweede spreker ds. Rob Visser van de GKN (op 12 mei 2023 in Zuidhorn), waarbij dus de insteek van de eerste spreker aansluiting bij de CGK zal zijn, terwijl de tweede spreker daar, lijkt mij duidelijk anders over denkt.

Wat is het streven naar ‘gereformeerde oecumene’ waard als men de DGK en de GKN (die ook, al gaat het wat moeizamer dan bij de GKV en de NGK, in staat van hereniging zijn), passeert ten faveure van de CGK waar dezelfde problematieken spelen die reden zijn om te breken met het eigen kerkverband?

En als derde: op 13 mei organiseert de Kerngroep Bezinning, in nauwe samenwerking met de drie uitgetreden GKV-kerken, te Hoevelaken een besloten vergadering om “met elkaar te spreken over de mogelijkheden die er zijn voor hen die niet mee kunnen gaan in de fusiekerk NGK. We willen daarover concreet met elkaar in gesprek gaan (…) in nauw contact met de 3 GKv-gemeenten die niet met de fusie meegaan (..) om ons samen echt te kunnen concentreren op vervolgstappen”, aldus het persbericht van de Kerngroep. Bijna 79 jaar geleden, op 11 augustus 1944, was er in Den Haag ook een landelijke bijeenkomst. Daar werd de ‘Acte van Vrijmaking of Wederkeer’ gepresenteerd en door velen ondertekend. Maar het was een publieke bijeenkomst, waarbij ook predikanten en kerkleden aanwezig waren die het niet met de Vrijmaking eens waren. Dat kon, ook al stonden kerk en land in brand, in alle openheid. Nu zoekt men de beslotenheid van de gelijkgezinden. Met als overduidelijke bedoeling om voor veel verontruste GKV-ers “in samenwerking met de Kerngroep bezinning GKV, op diverse plekken in het land zogeheten preekplaatsen stichten. Voorlopige opvangplaatsen, die dan onder toezicht van Urk en Capelle zullen staan. En waar behoudende voorgangers en emeriti uit de GKV voor kunnen gaan. De voorbereidingen voor het stichten van zulke plaatsen zijn al in gang.”

Wat is het streven naar ‘gereformeerde oecumene’ waard als men overal in het land kerkleden oproept om te breken met de eigen plaatselijke kerk waar Gods Woord getrouw verkondigd wordt, en preekplaatsen opent waar (als het niet de predikanten van Capelle en Vroomshoop zijn) andere behoudende al dan niet geëmeriteerde GKV-predikanten de eenheid met de eigen kerkelijke gemeente waar ze aan verbonden zijn, opbreken door gemeenteleden bewust op te roepen daaruit weg te blijven?

Tenslotte: drie kleine vrijgemaakte kerken met samen amper 900 leden verklaren publiek “de katalysator voor een nieuwe lente van een gereformeerde oecumene” te willen worden. Daarmee trekken ze een hele grote broek aan. Iets bescheidener had ook wel gekund, hoewel de macht van het getal in geloofszaken nooit de doorslag geeft. Maar het trieste in dit geval is, dat deze grote broek al gescheurd is voordat men die aantrok. Scheuringen in drie plaatselijke gemeentes. Afsplitsingen die dreigen in de rest van het land. Daarvan zei in november 2022 een lid van de Kerngroep Bezinning in het Nederlands Dagblad: “Ja, jammer is dat.” (ND 19-11-2022) Waarop ds. Gert Treurniet reageerde: “In de kerk zit tussen betreuren en breken een harde return (…) Weet je wat in elk geval zonde is? De kerk scheuren. Je broers en zussen, die je van de Heer kreeg, in de steek laten.” (ND 29-11-2022)  

De herenigde NGK is ‘De Twaalf-Artikelen-Kerk’

Begin maart tijdens mijn ochtendwandeling raakte ik aan de praat met een dorpsgenoot, een jonge vrouw van half de 30. Toen ik vertelde dat ik net in Balkbrug was komen wonen, en ik op haar vraag waar ik woonde had gezegd: naast kerkgebouw ‘De Lichtbron’, zei ze: “O, je woont dus naast de artikel-kerk.” Help, dacht ik, staan we na ruim 75 jaar nog steeds zo bekend hier in het dorp?

 Maar vanaf vandaag, 1 mei 2024, gaat die bijnaam niet meer op. Vanaf nu zijn de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken officieel herenigd tot de Nederlandse Gereformeerde Kerken. De breuk uit de jaren ’60 van de vorige eeuw is geheeld.

Na 1892 – de Vereniging van de Christelijke Gereformeerde Kerken uit de Afscheiding en de Nederduits Gereformeerde Kerken uit de Doleantie; en na 1907 – het ontstaan van de Geformeerde Gemeenten vanuit twee afgescheiden kleinere kerkverbanden; en de samenvoeging in 2004 van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken (synodaal) en de Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk Nederland in Nederland is dit de vierde grote hereniging van twee of meer kerkverbanden.

Ik ben erg blij met deze kerkelijke hereniging. Ik ervaar het als een stuk verhoring van het gebed van onze Heer Jezus Christus uit Johannes 17 om eenheid tussen Gods kinderen en zing van harte Psalm 133 op deze dag.

Want wat betekent deze nieuwe kerkformatie voor christenen in Nederland? Dit: er ontstaat een groot eigentijds-gereformeerd kerkgenootschap naast de bevindelijk-gereformeerden + de klassiek-gereformeerden aan de ene kant en de Protestants Kerk aan de andere kant.

Eigentijds-gereformeerd noem ik de nieuwe NGK. Voluit gereformeerd met een open blik naar de samenleving. Niet, zoals sommigen zeggen, een PKN-light. Want de NGK wil niet breder zijn dan de gereformeerde belijdenis en dus geen hotelkerk zijn waar zowel de vrijzinnigheid als de reformatorische flank evenveel recht van bestaan heeft als alles wat daar tussen zit. Tegelijk wil de NGK ook niet de afstand tot de samenleving onnodig groot maken door tradities en gewoontes over hoe men vroeger de bijbel las en hoe men vroeger het christelijke leven vorm gaf, als tweede norm naast de Bijbel te leggen.

Eigenlijk willen we een kerk zijn waar iedereen zich thuis voelt bij Jezus Christus als Redder en Heer. Hij is meer dan ons voorbeeld. Hij is onze Verlosser, die de vergeving van onze zonden verdiend heeft en ons daar door zijn Heilige Geest in doet delen. Een gemeenschap van heiligen die hun vertrouwen op Hem, Jezus onze Heer, stellen en daarom elkaar willen opbouwen in het geloof. Geen vrijblijvendheid – wel veel ruimte voor christelijke vrijheid.

Als we dan toch een nieuwe bijnaam krijgen, mag dat van mij ‘De-Twaalf-Artikelen-Kerk’ zijn. Daarin is namelijk de kern van de Bijbel samengevat. Zo willen we kerk van Christus zijn, hoopvol onderweg in Gods wereld.