Vrouwen in het Nieuwe Testament

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” iop dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 23/01 zich nog opgeven voor beide avonden.myriam-klinker-2

Op dinsdag 24 januari spreekt dr. M.P.G. Klinker-de Klerck over ‘M/V in de Bijbel’. De titel van haar lezing is “Ongeschikt, ondergeschikt of geschikt? Vrouwen in de wereld van het Nieuwe Testament” . Myriam is docent aan de T.U. in Kampen. Als voorstudie beveelt zij o.a. onderstaand artikel aan. Het is een samenvatting van het referaat dat zij gehouden heeft op de Bijbelstudiedag van de Gereformeerde Bijbelstudiebond op donderdag 15 mei 2014 in Groningen.

Vrouwen in het Nieuwe Testament

Als je op zoek gaat naar ‘de’ plek van vrouwen in het Nieuwe Testament, zijn je verwachtingen misschien groter dan het resultaat. Het beeld van vrouwen is namelijk niet eenduidig.

Allereerst ontmoet je in het Nieuwe Testament vrouwen die bij name worden genoemd, juist om de bijzondere rol die ze in het leven van Jezus of in de beginnende kerk vervullen Zo staat Maria letterlijk en figuurlijk aan de wieg van het christendom. Afbeeldingen van Maria tonen vaak een volwassen vrouw van rond de twintig. Maar het is goed te bedenken dat meisjes in het toenmalige Israël rond twaalfjarige leeftijd trouwden. Waarschijnlijk moet je dus ook bij Maria eerder denken aan een jong meisje. Haar ontvankelijke karakter – ‘laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lucas 1,38) – maakte het er niet makkelijker op. Want Maria stond niet alleen aan Jezus’ wieg, maar ook onder het kruis.

Jezus zelf, tijdens zijn openbaar optreden, schuwde het contact met vrouwen niet. Het bekende verhaal van de – verder onbekende – Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron laat dit wel zien. Johannes vermeldt terloops dat Jezus’ leerlingen zich erover verbazen dat Jezus met een vrouw in gesprek is. Ook neemt Jezus het tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën op voor een vrouw die op overspel betrapt was (Johannes 8). Verder bevonden zich een aantal vrouwen in de kring rond Jezus. Lucas noemt er drie bij name: Maria uit Magdala, Johanna de vrouw van Chusas, Susanna – en, zegt Lucas, “nog tal van anderen” die uit hun eigen middelen voor Hem zorgden. (Lucas 8,2-3). Enkele van deze vrouwen gingen vroeg in de ochtend naar het graf. Zij werden de eerste verkondigers van de opstanding .

Ook bij de ontwikkeling van de eerste gemeenten speelden vrouwen een actieve rol, zeker toen de boodschap zich verspreidde buiten Palestina, het werkterrein van Paulus. Je kunt bijvoorbeeld denken aan Priscilla die zich samen met haar man Aquila voor het evangelie inzette. Maar ook vrouwen als Febe of Lydia blijken zeer actief bezig in de vroegchristelijke kerk.

Ten tweede spreekt het Nieuwe Testament ook wel over vrouwen als een ‘groep’, vooral wanneer Petrus of Paulus instructie aan hun adres richt. De apostel Paulus ‘zet vrouwen wel eens op hun plek’. Hij wil dat ze hun hoofd bedekken wanneer ze bidden of profeteren en dat ze zwijgen tijdens de kritische bespreking van de profetie. Verder verbiedt hij hun om te onderwijzen en daarmee gezag over een man uit te oefenen. Bij dit soort instructie keert één bepaalde gedachte steeds terug, namelijk dat vrouwen zich moeten onderschikken aan de man. Meestal is dan de eigen man bedoeld. Zo lees je in Kolossenzen 3,18: “vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer”. Dicht op het Grieks vertaald staat er: “vrouwen, onderschik u aan uw man zoals past in de Heer”.

Deze oproep tot onderschikking krijgt een heel eigen kleur tegen de achtergrond van de toenmalige samenleving. Daarover nu iets meer. Paulus beperkt zich niet tot de man-vrouw verhouding. Onderschikking was immers een normaal gegeven binnen het Grieks-Romeinse huishouden waarin hiërarchische relaties een belangrijke rol speelden. Paulus roept bijvoorbeeld ook slaven en kinderen op zich te onderschikken aan hun meester of vader, de ‘pater familias’. Het huishouden weerspiegelde de hiërarchische opbouw van de Grieks-Romeinse samenleving. Het patronagesysteem was van groot belang op sociaal, economisch en politiek gebied en vormde als zodanig het cement van de samenleving. Elke pater familias had een aantal zogeheten ‘cliënten’. Die rekende hij ook tot zijn huishouden. Als patroon zorgde hij ervoor dat zij economisch vooruit konden, bijvoorbeeld door financiële ondersteuning. In ruil daarvoor verwachtte hij ‘eerbetoon’. Zo werden cliënten geacht om hun patroon ‘s ochtends te begroeten en hem soms ook de hele dag te volgen, bijvoorbeeld naar het forum, of het badhuis. Maar vooral werd hun loyauteit verwacht bijvoorbeeld in de vorm van politieke steun. Al had een patroon nog zoveel cliënten, zelf was hij ook weer afhankelijk van iemand die hoger stond op de maatschappelijke ladder. Die hiërarchische ordening doortrok de hele samenleving.

Denken in termen van ordening en hiërarchie was overigens geen louter sociale zaak. Deze begrippen kleurden op een fundamenteler niveau het wereldbeeld van ‘de eerste eeuwer’. Zo geloofden de stoïcijnen in een goddelijk principe, de Logos, dat een bepaalde orde aanbracht in de werkelijkheid. Ze benadrukten dat elk mens zich moest inschakelen in deze ordening, op de hem of haar toegemeten plek. In het Nieuwe Testament is het de God van Israël die alles heeft ingesteld, bijvoorbeeld de wereldse overheden. Hieraan moet ieder mens zich onderschikken (!), aldus Paulus in Romeinen 13. Zo ook noemt Paulus de man het hoofd van de vrouw, Christus het hoofd van de man en God zelf het hoofd van Christus. Dit laatste laat zien waar het bij die onderschikking ten diepste om gaat: je schikt je in de toegemeten plek binnen Gods ordening en op die manier onder God zelf. Je geeft Hem de eer die Hem toekomt. Deze wetenschap geeft extra kleur aan een tekst als Efeziërs 5,22: “Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer”.

Wanneer Paulus en Petrus vrouwen oproepen om zich te onderschikken aan hun echtgenoten, sluiten zij aan bij het wereld- en maatschappijbeeld van hun tijd. Als een vrouw de haar toegemeten plek niet innam, was dit een gebrek aan eerbetoon, in de eerste plaats, sociaal gesproken, ten opzichte van haar man. Ze maakte hem te schande. Maar tegelijkertijd laten de apostelen zien waar alles om draait: zo’n houding is niet respectvol ten aanzien van God zelf en Heer Jezus Christus.

Dit is overigens niet de enige reden die het Nieuwe Testament aanvoert voor onderschikking. Wie de teksten met instructie aan slaven en vrouwen nauwkeuriger bekijkt, ziet dat de apostelen meer redenen hadden om tot onderschikking op te roepen. Zo laten de teksten ook een missionaire drijfveer zien. Een duidelijk voorbeeld met betrekking tot vrouwen is te vinden in 1 Petrus 3,1-2: “Voor u vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man (letterlijk: ‘onderschik u’…). Dan zullen de mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God”. De houding van onderschikking aan de eigen man had – in elk geval binnen de toenmalige culturele setting – een wervende werking! Of dit vandaag nog zo is…?

Het Nieuwe Testament biedt dus een gevarieerd beeld. Vrouwen worden bij name genoemd om de bijzondere rol die ze vervullen in het leven van Jezus of in de beginnende kerk. Vrouwen worden ook als ‘groep’ aangesproken en dan vooral als het gaat om instructie. In de discussie of een vrouw nu wel of niet een kerkelijk ambt kan vervullen worden deze beide soorten teksten (specifiek, actief, bijzonder versus algemeen, passief, ondergeschikt) nog wel eens tegen elkaar uitgespeeld. Toch ontmoeten ze elkaar in de gedachte van het leven uit ontzag voor God – in verbondenheid met de Heer Jezus Christus – met het oog op zijn koninkrijk. Petrus’ en Paulus’ oproep tot onderschikking komt voort uit hun overtuiging dat deze houding hoort bij een leven uit ontzag voor God en dé Heer. En ze wijzen op de wervende werking ervan. Ook Lydia, Febe, Priscilla, Junia en vele anderen doen wat ze doen vanuit hun verbondenheid met Jezus Christus, zodat het evangelie voortgang vindt op weg naar een grootse toekomst.

Literatuur
  • Bruggen, J. (van) “Een vrouw waar geen woorden voor zijn (Romeinen 16,1-2).” Pp. 51-60 in Folkerts, F.H., Houtman, P., Van de Kamp, P.W. (red.) Ambt en aktualiteit: opstellen aangeboden aan Prof. Dr. C. Trimp ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederand op 2 december 1992. Haarlem: Uitgeverij Vijlbrief, 1992.
  • Cohick, L.H. Women in the World of the Earliest Christians. Illuminating Ancient Ways of Life. Grand Rapids – Michigan: Baker Academic, 2009.
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Lydia: De Heer opende mijn hart.” De Reformatie 89 (2013): 92-95
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Junia: een vrouwelijke apostel?” Pp.52-54 in Houwelingen, P.H.R. (van), Sonneveld, R. (red.)Ongemakkelijke teksten van de apostelen. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2013.
  • Klinker – De Klerck, M. Als vrouwen het Woord doen. Over Schriftgezag, hermeneutiek en het waarom van de apostolische instructie aan vrouwen. TU-Bezinningsreeks 9; Barneveld: De Vuurbaak, 2011.
  • Lampe, P. “Paul, Patrons, and Clients.” Pp.488-523 in Paul in the Greco-Roman World. J.P. Sampley. Harrisburg: Trinity Press International, 2003.
  • Osiek, C., and D.L. Balch. Families in the New Testament World. Households and Housechurches. Louisville – Kentucky: Westminster John Knox Press, 1997.
  • Winter, B. W. Roman Wives Roman Widows. The Appearance of New Women and the Pauline Communities. Grand Rapids –Cambridge: Eerdmans, 2003.

Avondmaal aan huis – de lijn van Calvijn

Waar vier je het Avondmaal? In de kerk of bij mensen thuis? Als gemeente of ook op conferenties en congressen? In Nederland is men binnen de protestants-gereformeerde kerken vanaf het allereerste begin (1570) erg terughoudend geweest met het vieren van het Avondmaal buiten de kerkdiensten om. Dat is voor een deel terecht, denk ik. Het Avondmaal is geen maaltijd van christenen, maar een maaltijd van de christelijke gemeente. Samen als gemeente vieren we dat Jezus onze Heer er zijn leven voor over had om ons weer met God te verzoenen. En dat Hij zijn Heilige Geest gegeven heeft om ons te motiveren tot een nieuw, christelijk leven. Het past dan niet zo goed om ‘kerkje te spelen’ op allerlei plekken waar christenen bij elkaar komen, vind ik. Maar hoe zit het met gemeenteleden die niet meer in de kerk kunnen komen? Kunnen zij het Avondmaal aan huis ontvangen?

Avondmaal Helmantel (3)In onze gemeente is het al zo’n 15 jaar mogelijk dat gemeenteleden die ernstig ziek zijn of langdurig aan huis gebonden zijn het Avondmaal thuis vieren als zij dat willen. Dat was, zo rond 2000, een nieuwe ontwikkeling. Ruim 400 jaar golden de volgende argumenten om het ‘Avondmaal aan huis’ niet te stimuleren: a) de viering van het Avond­maal moet in de gemeente plaats vinden; b) het ontvangen van het Avond­maal is niet noodzakelijk om behouden te worden; c) de werking van het Avond­maal komt, dankzij de Heilige Geest, ook ten goede aan gemeenteleden die het Avond­maal niet kunnen meevieren.

Maar vanaf het allereerste begin van de Reformatie klinkt er al een tegengeluid. En het is niet de eerste de beste die zich nadrukkelijk vóór de bediening van het Avondmaal bij ernstige zieken thuis uitspreekt. Johannes Calvijn was één van de overtuigde voorstanders van de mogelijkheid om zieken thuis het Avond­maal te laten meevieren. Volgens hem hebben langdurig of ernstig zieke gemeenteleden het recht om het Avond­maal te ontvangen en heeft de kerk de plicht om daaraan te voldoen.

In 1543 waren er een aantal predikanten die Calvijn hierover om advies vroegen. Calvijn geeft dan als antwoord, dat men de gewoonte van de ‘ziekencommu­nie’ (zo werd het Avondmaal aan huis vaak genoemd) mag toelaten waar het nodig en passend is. De enige voorwaarde die Calvijn eraan verbindt is “dat het werkelijk een communio is, dat wil zeggen, dat het brood in de gemeen­schap van gelovigen gebroken wordt.”

calvijn-portret-nlPrecies twintig jaar later, in 1563, schrijft Calvijn nog een keer uitvoerig over de bediening van het Avondmaal bij ernstig zieken thuis. Hij doet dat in een brief aan Caspar Olevianus, één van de opstellers van de Heidelberg­se Cate­chismus. Wanneer je naar het doel van het Avond­maal kijkt, schrijft Calvijn, “meen ik te mogen opmaken, dat zij die of aan een langdurige ziekte lijden of in levensgevaar zijn, niet van een zo groot goed beroofd mogen worden.” Het Avond­maal dient tot versterking van het geloof en is een wapen dat Chris­tus ons aanreikt in de geestelijke strijd die we te voeren hebben. Juist in tijden van een ernstige ziekte en een naderend sterven wordt een gelovige door veel verzoekingen overval­len en beang­stigd. “Mogen wij nu dit bijzonder hulpmiddel van hem wegnemen, waardoor zijn vertrouwen zo versterkt wordt, dat hij zich met vreugde in de strijd begeeft en de overwinning behaalt?” Daarom mag men de zieken volgens Calvijn niet van het Avond­maal weren. “Juist het Avond­maal is symbool van de heilige eenheid van Gods kinderen.” Calvijn bestrijdt, dat het Avond­maal zo een privézaak wordt. “In werkelijkheid is het Avondmaal aan huis een onderdeel van de openlijke viering.” Tenslotte is hij van mening, dat voorkomen moet worden, dat zieken uit bijgeloof, eerzucht of nieuwsgierigheid het Avond­maal willen ontvangen. Daarom wil Calvijn slechts in uitzonder­lijke situaties en wanneer de kerkeraad goed op de hoogte is van de werkelijke toestand van de zieke broeder of zuster, de Avond­maalsviering bij hem of haar thuis toe­staan. Bovendien moet de viering helemaal overeenkomen met de instelling van Chris­tus. Daarom acht Calvijn het wenselijk, dat het Avond­maal “slechts in de kring van de gelovigen en niet zonder onderwijs en liturgie, evenals bij de openlijke viering, gehouden wordt.”

In zijn eigen kerk in Genève gaf de kerkenraad geen gelegenheid voor de ziekencommunie. Het Avond­maal mocht alleen in de zondagse kerkdiensten gevierd worden. Calvijn heeft zich hierbij neergelegd, maar bleef het ermee oneens. Hij zelf zou het brood en de wijn graag aan ernstig of langdurig zieken uitreiken. Juist in hun situatie mag de troost die Christus hen door het Avondmaal geven wil, hen niet onthouden worden, vond hij. Daarom schrijft Calvijn ook in 1558 aan een kerke­raadslid uit Heidelberg: “Dat het Avond­maal bij ons aan de zieken niet bediend wordt, mis­haagt ook mij. En het ligt werkelijk niet aan mij, dat zij die gaan sterven deze troost niet genieten. Zoveel wilde ik wel, dat bij het nage­slacht duidelijk bekend blijft, wat ik gewenst heb.”

In onze vrijgemaakte kerken is ds. E.A. de Boer (nu hoogleraar in Kampen) een van de eersten geweest die weer een pleidooi voerde voor het vieren van het Avondmaal aan huis. In het weekblad ‘De Reformatie’ schreef hij hier in 1988 vier artikelen over. Zijn conclusie was duidelijk: “Ik meen dat kerkeraden, aan wie de herderlijke zorg en de bediening van de sacramenten is toever­trouwd, gezien hun taak en recht en in het licht van het verleden, de ruimte hebben om aan de ernstig en langdurig zieken thuis het Heilig Avond­maal te bedienen. De criteria, waaraan de ziekencommunie moet voldoen, zijn we al tegengekomen. Het Avond­maal moet naar Chris­tus’ instelling gegeven, door een dienaar van het Woord bediend en door een kring van gelovi­gen meege­vierd worden. Het mooiste is, wanneer deze viering plaats­vindt op de Avond­maalszondag.”

kruis-hart.jpgZo doen we het in 2016 in onze gemeente ook. In een huiskamer komen  de predikant, de kringouderling, de kringdiaken en een paar gemeenteleden bij elkaar. De bediening van het Avondmaal vindt plaats in een korte samenkomst waarin we ook samen bidden, uit de bijbel lezen en zingen. Daarmee volgen we helemaal de lijn van Calvijn. Hij vond het o zo belangrijk dat gelovige kinderen van God juist als ze het heel erg moeilijk hebben, het Avondmaal als geloofsmedicijn ontvangen. Om in alle angsten en benauwenissen het oog op de Heer gericht te houden en op Hem te blijven hopen (Psalm 25:15-22). Juist dan wil Jezus onze Heer met het Avondmaal ons geloof versterken en ons ‘bemoedigen met kracht in onze ziel’ (om het met Ps. 138:3b uit de NV’51 te zeggen).

Overal vind je christenen – ook op vakantie (in de Alpen bv.)

Als je op vakantie naar het buitenland gaat, laat je je christen-zijn niet thuis. Integendeel, het biedt je de kans om medechristenen te ontmoeten.  Christenen in dat land – vaak zijn het kleine kerkjes, maar het geloof van de kerkleden is omgekeerd evenredig groot.  Christenen uit Nederland die in dezelfde regio op vakantie zijn – mooie gesprekken kan dat opleveren.  Allebei die ontmoetingen zijn goed en stimulerend voor je eigen geloof.

In de Alpen

In Oostenrijk en Zwitserland zijn vijf kleine kerkjes van de Evangelisch-Reformierte Kirche (officieel: ERKWB). Ze houden elke zondag één kerkdienst. In het Duits, dus voor de meesten redelijk goed te volgen. De ERKWB van Rankweil belegt sinds dit jaar ook kerkdiensten in Bludenz (zondag) en in Innsbruck (1x per maand). En omdat Rankweil in het meest toeristische gedeelte van Oostenrijk ligt, vlak  tegen de grens van Zwitserland, dicht bij de Bodensee en ook niet zover verwijderd van Zuid-Duitsland, is er deze zomer ook nog twee keer een Nederlandstalige kerkdienst. Voor hen die het anders niet zo goed volgen kunnen en ook graag op vakantie mede-gelovigen uit Nederland wil ontmoeten.

Kerkdiensten in het Duits in Oostenrijk

Wenen (ds. Brad Hunter) – elke zondag om 16:00 uur (tweetalig: Duits en Engels). Adres: Wiedner Haupstrasse 45-47, 1040 Wien

Neuhofen (vakant) –  elke zondag om 9:30 uur. Adres: Steyerstrasse 35, A-4501, Neuhofen an der Krems

Rankweil (ds. Reinhard Mayer) – elke zondag om 10:00 uur. Adres: ‘Gebouw A14’ (meteen naast de afrit 36 van de A14), Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil

Bludenz (ds. Reinhard Mayer) 10  juli t/m 28 augustus elke zondag om 17:30 uur. Adres: ‘im Stellwerk’, Hermann Sanderstrasse 8, A-6700 Bludenz  (aan het spoor, vlak naast het station, 1½ uur gratis parkeren met blauwe kaart)

Innsbruck (ds. Reinhard Mayer) – 1x per maand op zondag 17 juli en op zondag 21 augustus om 17:00. Speciaal met het oog op Nederlandse gasten beide keren op het volgende adres: ‘im NOVUM’, Josef-Wilbergerstrasse 9, A-6020 Innsbruck

Kerkdiensten in het Nederlands in Oostenrijk

In Rankweil wordt op zondag 24 juli en op zondag 14 augustus om 17:00 uur een Nederlandse kerkdienst gehouden voor vakantiegasten uit Zwitserland, Liechtenstein, Vorarlberg en Zuid-Duitsland. Adres: ‘Gebouw A14’ (meteen naast de afrit 36 van de A14), Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil

ERKWB Schweiz gipfelkreuz.jpgKerkdiensten in het Duits in Zwitserland

Basel (ds. Kurt Vetterli) elke zondag om 11:00 uur. Adres: C.F. Spittler-Haus, Socinstrasse 13, 4051 Basel

Winterthur (ds. Thomas Reiner) elke zondag om 10.00 uur. Adres: Schlachthofstrasse 19, 8406 Winterthur

Dat de kerkdeuren van deze kleine gemeentes elke zondag openstaan, is het werk van de Heilige Geest. Als vakantiegasten uit Nederland de Duitstalige kerkdiensten bezoeken is dat een enorme bemoediging voor de broeders en zussen in Oostenrijk en Zwitserland. Meer informatie is te vinden op www.erkwb.ch (Zwitserland), www.reformiert.at (Oostenrijk) en www.newcitywien.at (Wenen).

De kerken van de ERKWB in Oostenrijk en Zwitserland hebben een zusterkerkrelatie met de GKV-kerken in Nederland en onderhouden persoonlijke contacten met de CGK, de NGK, de HHK en de PKN (Geref. Bond). De Stichting Steun Reformatie Oostenrijk ondersteunt de kerken geestelijk en financieel. Meer informatie is te vinden op de website www.sssro.nl. ssro-logoDaar is ook het Oostenrijkbulletin te lezen, het kwartaalblad van de SSRO. Je vindt er nog meer informatie en verhalen over hoe het Evangelie van Jezus Christus ook in de Alpen mensen raakt. Je kunt je ook abonneren en donateur van de SSRO worden. De broers en zussen in Oostenrijk en Zwitserland stellen belangstelling, gebed en steun uit Nederland zeer op prijs.

Overal vind je christenen

Voor iedereen die op vakantie gaat naar het buitenland geldt: zoek daar de broers en zussen in het geloof op! Vaak zijn het kleine kerkjes en zijn ze heel erg blij met Nederlandse gasten. Als de diensten in het Duits of Engels zijn, hoeft de taal niet eens het grootste probleem te zijn. Maar ook al zou je maar een klein gedeelte verstaan, dan nog proef je de geloofsverbondenheid! Zoek dus even lekker op internet voordat je weggaat zou ik zeggen. Iets met ‘kerk’ en ‘gereformeerd’ en ‘evangelisch’ in de taal van dat land, en je vindt vast wel wat in een straal van 50 kilometer. Dat zijn geen afstanden in de vakantie – voor een pretpark maak je hetzelfde ritje ook😉.

GAAF om met je GAVEN Gods gemeente nog GAVER te maken

In onze kerkelijke gemeente (GKV “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo) draaien we twee weken lang het projekt GAAV! Voor een christen is het vooral GAAF om bij God te mogen horen. Paulus heeft dat ontdekt in Romeinen 12. God is zo goed en zo barmhartig voor ons is. En dus zegt hij:  Denk niet van jezelf dat je geweldig bent. Nee, wees verstandig en bedenk dat er voor God maar één ding belangrijk is: dat je gelooft in Jezus Christus. (Rom. 12:3 – Bijbel in Gewone Taal). Het gaat dus allereerst om je houding en je motivatie. Wat voor christen wil jij zijn? Eentje die zichzelf geweldig vindt? Of eentje die heel erg blij is met God als Vader en Jezus als Redder en Vriend?Gewoon Doen 01

Vervolgens mag je dat ook laten zien. Hoe kun je dat? Nou, zegt Paulus: gewoon doen! In beide opzichten. Doe maar gewóón! En dóe maar gewoon!  Gewoon doen waar je goed in bent vanuit je geloof Jezus Christus. Zonder hoge pretenties de gaven die je van God gekregen hebt inzetten. Zo ontdek je vanzelf je plekje in de kerk, in het lichaam van Christus. Want iedereen kan en mag meedoen. Met hoofd en hart en handen.

Mensen die met hun handen werken hebben die gave van God gekregen. Neem Besaleël, een goudsmit, en Oholiab, een tapijtenwever. Dat waren in de tijd van Mozes twee vaklieden die alle voorwerpen in de tabernakel, de tentkleden, de priesterkleding en alle versieringen mochten ontwerpen en uitvoeren. Want God had hun uitzonderlijke talenten op dit vakgebied geschonken, zodat ze al die technieken beheersten. Naast deze twee begaafde personen waren er nog meer vakmensen aan wie de HERE de wijsheid en het inzicht gegeven heeft die hiervoor nodig zijn. Ook die waren graag bereid om mee te bouwen aan een huis voor God. Heel het volk werd er enthousiast van, ze brachten zoveel geschenken en materiaal voor de bouw van het heiligdom, dat ze binnen de kortste keren genoeg hadden. (Lees het na in Exodus 35:30 – 36:7). Merk je hoe waardevol jij bent als je goed met je handen kunt werken? Laat maar gewoon je handen wapperen in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

Ook mensen met een goed verstand hebben die gave van God gekregen. Neem koning Salomo. Hij mocht vragen wat hij maar wilde toen hij vrij jong al zijn vader David moest opvolgen. En wat koos hij? Geen roem, geen rijkdom, geen lang leven. Hij ging voor wijsheid. Wijsheid om Gods volk zo goed mogelijk te kunnen besturen. En God gaf hem dat ook. Zelfs de moeilijkste kwesties, zoals met die twee vrouwen – wie van hen was de echte moeder van het  nog levende kind? (Lees het na in 2 Koningen 3:1-28). Zie je dat jouw gave om goed leiding te kunnen geven net zo waardevol is in de ogen van God? Gebruik maar gewoon je hoofd in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

En dan heb je ook nog mensen die vooral hun hart volgen. Ook dat is een grote gave van God. Neem de arme weduwe die in de tempel kwam. Jezus zag wat ze deed: ze gooide een  paar muntjes  in de offerkist. Twee keer 20 eurocent zeg maar. Het stelde niet zoveel voor in vergelijking met de briefjes van 20 en 50 die veel andere tempelgangers er in stopten. Maar in de ogen van Jezus was deze gift het meest waardevol. Want ze gaf blijmoedig van haar armoede alles wat ze had. Zoveel hield ze van God en van zijn huis, de tempel. (Lees het na in Markus 12:41-44). Voel je hoe blij Jezus is als jij vandaag vanuit je hart je inzet voor God en mensen? Laat maar gewoon je hart spreken in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.Gewoon Doen 02

‘Maar waar moet ik beginnen?’ Nou, zou ik zeggen: begin maar gewoon, gewoon doen, elke dag een stukje beter. Ieder op z’n eigen plek. Ieder in z’n eigen functie. Maar allemaal met dezelfde motivatie: dat je gelooft in Jezus Christus. Dan is het GAAF om je GAVEN in te zetten om Gods gemeente nog GAVER te maken.

STAPPEN met JEZUS op een prachtig BELIJDENISKAMP

‘Hoe was het belijdeniskamp dit jaar?’ Veel mensen vroegen me dat afgelopen week. Nou, eigenlijk moet je dat mij niet vragen, maar aan de 22 jongeren uit Assen-Peelo, Assen-West en Hooghalen die dit jaar van vrijdagavond 2 oktober tot zondagmiddag 4 oktober op kampeerboerderij ‘De Vistrap’ vlak bij Dalfsen. Maar ik vertel graag wat we gedaan hebben en hoe de meesten het ervaren hebben.

Het belijdeniskamp van de vier kerken (ook Beilen doet mee, maar dit jaar leverde Beilen geen deelnemers) bestaat al minsten 15 jaar. En de opzet is al jarenlang ongeveer hetzelfde – een echte succesformule. Vrijdagavond t/m halverwege de zaterdagmiddag inhoudelijk, daarna sport en spel en bonte avond, op zondag een kampdienst en/of kerkdienst met verwerking.

Belijdeniskamp 2015 ballonvaartDit jaar zorgde Peter Wierenga van het Bureau Kerkwerk voor de inhoud. Hij maakte er echt een heel mooi geheel van. Op vrijdagavond begonnen we met een Belachelijke Ballonvaart. Je kunt het leven vergelijken met een reis. Je mag 39 dingen (personen, spullen, hobby’s, gewoonten enz.) meenemen. Maar onderweg moet je in 3x etappes 10 dingen overboord gooien. Welke 9 dingen vind je uiteindelijk in jouw leven dan het meest belangrijk?

Tijdens het tweede deel van de vrijdagavond konden we daar met elkaar over doorpraten in groepjes van 2 of 3 tijdens de belijdeniswandeling. Daarin vroegen we ook aan elkaar waarom en wanneer we belijdenis wilden doen.

Belijdeniskamp 2015 voetstapOp zaterdagmorgen ging Peter verder met ons en vroeg iedereen om op een heel groot vel papier De reis van je leven uit te tekenen. Vanaf je geboorte tot aan de dag van vandaag. Met vier onderdelen: * Gidsen (= belangrijke personen) en * Richtingwijzers (= belangrijke ervaringen) en * Mijlpalen + * Hindernissen (de tops en de downs in je leven). Dat was best pittig om te doen. Het maakte bij sommige kampgangers veel los.

De zaterdagmiddag ging over Jezelf (weg)geven, vanuit Romeinen 12:1-8. Als kind van God mag je alles van jezelf bij God brengen. Hij neemt al het zondige weg en Hij vult je met alles wat Hij je geven wilt. Niet om het voor jezelf te houden, maar om je te laten overlopen. Peter maakte dat duidelijk met het voorbeeld van gevulde glazen. Daarna liet hij ons nadenken over de volgende drie vragen: *1* Waarom zou ik mijzelf aan God en Jezus toevertrouwen? *2* Wat wil ik Hem allemaal geven en wat hou ik liever zelf? *3* Hoe geef ik op dit moment al goede dingen van God door?

Daarna volgde op zaterdagmiddag de zeskamp – net als vorig jaar met enorm veel liefde en enthousiasme door kampleider JP georganiseerd (incl. sjekkie achter z’n oren). Team Leeftink was het meest sportief: wij lieten alle andere teams boven ons eindigen. En ‘s avonds eerst de voorbereiding op en daarna de uitvoering van de bonte avond. Die was zo leuk, dat wie er niet bij was, zich er geen voorstelling van kan maken als ik zeg, dat het oerend hard ging met paard en al.

Belijdeniskamp bureau kerkwerkOp zondag ’s morgens hielden we onze kampdienst. De Muziekvrienden van Assen-West kwamen ons begeleiden – top! Peter Wierenga leidde de dienst. Hij haalde drie verschillende discipelen van Jezus voor het voetlicht. Natanael is degene die onder de boom veel van Jezus verwacht. Petrus is degene die uit de boot stapt omdat hij helemaal op Jezus vertrouwt. En Andreas is degene die anderen verwijst naar Jezus, bv. met vijf broden en twee vissen. Ondertussen is de Here Jezus Zelf degene die alles van zijn Vader verwacht, helemaal op zijn Vader vertrouwt en altijd naar zijn Vader verwijst. In de verwerking op zondagmiddag werd de vraag gesteld: welke type gelovige ben jij? En wat heb je van dit kamp geleerd, waar kun je God voor bedanken en welke stappen ga je na dit kamp in geloof met Jezus zetten?

Tussendoor … was er de geweldige goede zorg van de kamp-mama’s Thea, Grietje en Hettie. Eten en drinken en waar nodig een persoonlijk gesprekje … de kamp-mama’s waren dit jaar alweer geweldig!

Tot zover dit domineesverslag van het belijdeniskamp 2015. Wie vult dit verslag aan met zijn of haar reaktie? En voor wie nog eens over belijdenis-doen na wil denken: lees het blog over WAAROM ZOU IK BELIJDENIS DOEN?

 

 

Het ‘wij-gevoel’ bij de opening van “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo

Openingsceremonie Het Noorderlicht-002Assen-Peelo is een kerkgebouw rijker. Of, beter gezegd: eindelijk heeft ook Assen-Peelo een kerkgebouw in de wijk. Tot voor kort had iedereen het over “de oude bieb”. Nu staat in Assen-Peelo “Het Noorderlicht”.  Officieel geopend op vrijdag 4 september 2015, open huis op zaterdag 5 september 2015 en de eerste diensten op zondag 6 september 2015. In één van de preken heb ik gezegd, dat je de gedaantewisseling van de oude bibliotheek in Peelo naar het nieuwe kerkgebouw Het Noorderlicht met recht “een ware metamorfose” kunt noemen. 

Die metamorfose van bieb tot kerk is een mooi beeld van hoe het met mensen gaat die God en Jezus hebben leren kennen. Die maken ook een ware gedaantewisseling door. Maar dan meer van binnen. Want als je God echt hebt leren kennen als je hemelse Vader, dankzij alles wat Jezus voor jou gedaan heeft, dan is geloven geen theorie of een zondags kunstje. Dan word je een ander mens. Dan voel je je herboren. En hoe dichter je je met God en Jezus verbonden voelt, hoe duidelijker die metamorfose wordt. In de Bijbel kom je minstens twee keer tegen, hoe zo’n verandering ook echt zichtbaar wordt. In het Oude Testament lees je in over Mozes die in de Sinaï-woestijn op de berg Horeb van God de Tien Geboden ontvangt en ook de komplete instruktie over de bouw van de tabernakel en de hele offerdienst. Elke keer als hij Glow in the dark gezichtterugkomt, heeft zijn gezicht zo’n stralende glans, dat hij een doek voor zijn gezicht moet doen omdat de Israelieten er niet tegen kunnen. Het verhaal is te lezen in Exodus 34:29-35. In het Nieuwe Testament lees je over Jezus die op weg is naar Jeruzalem. Als enige weet Hij wat Hem daar wacht. Hij zal er sterven aan het kruis om zo de straf voor de zonden van alle mensen op zich te nemen. Geen makkelijke weg dus, integendeel. Daarom krijgt Hij op een hele bijzondere manier een geweldige bemoediging. Hij ontmoet op een berg Mozes en Elia. Daarbij ondergaat Jezus een ware metamorfose. Zijn gezicht verandert en zijn kleren worden zo wit als het helderste licht. Het verhaal is te lezen in Markus 9:2-8. Het Grieks gebruikt voor deze gedaanteverwisseling van Jezus het woord ‘metamorfose’ . Verder komt het woord ‘metamorfose’ nog twee keer voor in het Nieuwe Testament. In Romeinen 12:2 en in 2 Korintiërs 3:18. In die tweede brief van Paulus aan de christelijke gemeenschap in Korinte verwijst hij  naar de hemelse glans op het gezicht van Mozes. Die verdween op een gegeven moment weer, zegt Paulus. En de hemelse lichtshow met Jezus, Mozes en Elia op de berg was, nadat God gesproken had, ook zomaar weer verdwenen. Die buitenkant, zegt Paulus, daar gaat het niet om. Maar als je tot geloof komt, ja, telkens als iemand gaat geloven in Jezus Christus de Heer, dan komt er een hemelse glans in je leven. En die glans, die met Christus gekomen is, zit van binnen. Dat is het werk van Gods Heilige Geest. Dan voel je je vrij. Niet meer onzeker – zou God wel bestaan? Niet meer angstig – heb ik wel goed genoeg geleefd? Nee, dan voel je je vrij! Omdat je weet: ik mag bij God horen! Jezus Christus heeft mij gered en mij in de vrijheid gezet! Ik geloof! Als Paulus dat aan de christenen in Korinte verteld heeft, zegt hij:

Wij christenen zijn dus vrij. Wij hebben geen doek voor ons gezicht. Onze gezichten laten iets zien van de hemelse glans van de Heer. Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

Paulus zegt hier, dat christenen mensen zijn die iets hebben wat andere mensen missen. Maar niet omdat ze uit zichzelf zulke geweldige mensen zijn. Integendeel. Christenen kun je vergelijken met een reflector. Die geven uit zichzelf helemaal geen licht. Ze geven alleen maar de glans van ander licht door. En zo mag iedere christen iets laten van de hemelse glans van de Heer Jezus Christus. Je mag de glorie van Christus reflecteren. Want als je in Jezus gelooft, dan zie je iets in Hem. Hij is de Zoon van God. Hij is het! Mensen komen onder de indruk van Hem. Ik wel tenminste. Hij heeft mij te pakken met zijn liefde. Daarmee neemt Hij mijn angst en schuld en schaamte weg. Hij pakt mij ook in met zijn waarheid. Tegenover Hem hoef ik mij niet langer beter voor te doen dan ik ben en mijn Locatie het noorderlicht-002maskers op te houden. En Hij pakt mij vast met kracht. Want door Hem krijgt mijn leven weer zin en openen zich geweldige perspektieven. Liefde – waarheid – kracht. Dat mogen christenen samen reflecteren. Waarom? Nou, zodat andere mensen het merken, dat een leven met God en Jezus zin heeft. God Zelf kunnen we niet zien. En Jezus is teruggekeerd naar de hemel. Maar op aarde lopen wel volgelingen van Christus rond. Ook hier in Peelo heb je honderden christenen. De vraag is: wat zien andere mensen daar van? Wat zien ze aan mij? Zien ze iets van de glans van God? Merken ze iets van die metamorfose, waar Jezus zorgt? Komen ze erachter, dat die mensen van de kerk iets hebben wat toch wel heel bijzonder is?

Die metamorfose, zegt Paulus, is een proces. Christenen zijn nog steeds geen volmaakte mensen. En de hemel op aarde … dat zal pas gebeuren als Jezus terugkomt op de wolken.  En die metamorfose is niet een prestatie die je als christen uit jezelf haalt. Iemand anders, Jezus Zelf, is onze motivatie. Met en door zijn Geest wil Hij ons telkens weer inspireren. Daarvoor komen christenen ook bij elkaar. Paulus zegt niet: ‘ik weerspiegel de glorie van de Heer.’ Hij heeft het over: ‘wij christenen’. Mensen moeten het kunnen zien dat christenen op een fijne manier met elkaar omgaan. Juist in onze tijd, waarin er zoveel Dikke-Ikke’s  zijn, hebben we dat wij-gevoel zo nodig. Daar hunkeren mensen naar: een gemeenschap van mensen die omzien naar elkaar en openstaan voor iedereen. Als dat lukt, zegt Paulus in een andere brief, aan de christenen van Filippi, hoofdstuk 2:15

Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen als sterren die schitteren in de nacht.

Dat is een mooie en tegelijk ook pittige opdracht. Een christelijke gemeenschap die in een ‘Dikke-Ikke-tijd’ gaat voor het ‘wij-gevoel’ door steeds meer te gaan lijken op Jezus, onze Heer in de hemel. Bij de opening van ons nieuwe kerkgebouw “Het Noorderlicht” en in de bijna twee jaar ervoor heb ik dat geestelijke ‘wij-gevoel’ duidelijk ervaren. Glow in the darkEn ik niet alleen. Heel de wijk Peelo heeft het opgemerkt. De kunst is nu, om dat gevoel vast te houden. Om ook met een eigen kerkgebouw iets te laten van de hemelse glans van onze Heer. Als kinderen van één Vader. Met hoofd en hart en handen. Door te blijven vragen of de Heilige Geest op ons wil blijven inwerken.

 

De collagefoto’s ‘Opening Noorderlicht’ en ‘van bieb tot kerk’ zijn van de hand van Philip Roorda

Een ELFTAL, een GEZIN of een ENERGIEBEDRIJF – over kerkelijk overstappen

Kerkgrenzen vervagen. Het komt de laatste jaren steeds vaker voor, dat leden van onze gemeente in de wijk Peelo blijven wonen, maar lid willen worden van een andere kerkelijke gemeente. Hoe ga je daar mee om? En met wat voor gevoel laat je als kerk je medebroers- en zussen gaan?

Soms vindt iemand elders gewoon een plek

De ene keer is het pastoraal te begrijpen waarom iemand vraagt om elders lid te worden. Vaak heeft dat te maken met de persoonlijke situatie. Soms zie je ook dat een gemeentelid al echt een plek in die andere gemeente heeft ingenomen. Dan heb ik er helemaal geen moeite mee om deze broer of zus in het geloof te laten gaan (op deze blog geef ik mijn persoonlijke mening, maar we nemen hier natuurlijk altijd als kerkeraad een beslissing over).

Soms vertrekt iemand te gemakkelijk

In andere gevallen kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat een overstap te gemakkelijk gemaakt wordt. Dan krijg je als argument te horen dat de diensten elders meer aanspreken. Of dat men teveel heeft meegemaakt in onze kerk om nog positief lid te kunnen blijven. Of dat men bij een andere gemeente veel hartelijker welkom geheten Favier - zo groen als graswordt. Of dat prediking of liturgie in de GKV Assen-Peelo nog wel bijbels is, maar toch minder goed aansluit bij de eigen beleving. Oftewel: als je het in je eigen kerkelijke gemeente maar magertjes vindt, is het gras bij de buren altijd groener en lijkt overstappen de makkelijkste weg. Ik vraag me dan af of iemand niet wegloopt voor z’n eigen teleurstellingen. En of men, ook als het voor het gevoel niet ‘dik’ maar ‘dun’ is, zich juist niet met des te meer trouw moet blijven inzetten in de eigen gemeente. De redenen die dan gegeven worden om over te stappen een gemeente “die beter bij mij past” zijn dan naar mijn mening vaak niet overtuigend. Ik lees in de Bijbel nergens dat gelovigen op zoek moeten gaan naar hun ideale gemeente. Ik lees in de Bijbel wel de oproep om trouw te blijven op de plek waar God je een concrete taak gegeven heeft. werkplek.

Je neemt jezelf mee

Wie uit onvrede of teleurstelling vertrekt, neem meestal zichzelf mee naar een nieuwe gemeente. De overstap naar een nieuwe gemeente zegt vaak net zoveel over wie vertrekt dan over de gemeente waar men uit vertrekt. Je loopt, als je langer meedraait in je nieuwe gemeente, ook tegen dingen aan die tegenvallen. Ook in die nieuwe weide blijkt het gras lang niet zo groen te zijn als toen je er van een afstandje naar zat te kijken. En als er zich dan iets voordoet, reageren mensen meestal net zo als in hun vorige gemeente.

Je zet jezelf op afstand

Wie vertrekt maakt het zichzelf vaak moeilijker dan men in eerste instantie denkt. Immers: als je lid wordt van een andere kerkelijke gemeente buiten je eigen woonplaats, zul je na verloop van tijd merken, dat je toch steeds een beetje een buitenbeentje blijft. In die zin namelijk, dat je buiten het grondgebied van je nieuwe gemeente woont en er dus zelf meer aan moet doen om echt opgenomen te worden in die andere gemeente. De wijk of de kring waar je in zit komt minder snel naar jou toe als je buiten het grondgebied van je nieuwe kerk woont. Dat is niet mijn negatieve gedachte, dat is de werkelijkheid die ik van meerderen gehoord heb. En het is de vraag of mensen die te gemakkelijk overstappen, zich dat voldoende realiseren.

Beleving centraal

We leven in een tijd waarin het heel belangrijk is hoe je de dingen beleeft. Als je er maar een goed gevoel bij hebt, maakt het verder eigenlijk niet meer uit wat de voors en tegens zijn. Als het om het geloof in God en Jezus gaat, zie je dat er veel wordt opgehangen aan de sfeer van een kerkdienst. Dat is een riskante zaak. Want daarmee lijkt de invulling van een kerkdienst het belangrijkste te zijn voor iemands geloofsopbouw. Maar dat is niet zo.

De christelijke gemeente: elftal of gezin?

De kern van het geloof is niet in de eerste plaats een fijne kerkdienst op zondag. Dan zie je geloven namelijk als bijtanken. Elke week even de batterij weer opladen. En voor de rest van de week kun je er weer tegen.

De kern van het geloof is veel meer de gemeenschap der heiligen. Dat je met elkaar je op God en Jezus richt en dat je met elkaar werk maakt van de onderlinge band. Alweer een aantal jaren geleden werd dat door collega Bas Luiten zo onder woorden gebracht: SPAN JE IN VOOR EEN FIJN GEZIN! In elk gezin is wel eens wat. Maar voor je bij je oom en tante gaat wonen, moet er wel heel wat mis zijn.

In onze tijd zien we de plaatselijke gemeente van Jezus Christus niet meer als een gezin. We denken eerder: alle christenen samen horen bij dezelfde club. En je mag zelf uitzoeken in welk elftal je speelt. Ik denk dat dat tot eenzijdigheden leidt. Want dan zoekt iedereen z’n eigen smaak uit. Als het maar een echte christelijke gemeente is. Maar die keus wordt dan op het gevoel gemaakt. Wat krijg je dan? Eenzijdige kerken. Want soort zoekt soort. Maar de gemeente van Christus is een veelkleurig geheel. Daarin hebben oog + hand en hoofd + voeten elkaar nodig, zegt Paulus in 1 Kor. 12.

Hoofd Hart HandenWe vullen elkaar aan

Zelf gebruik ik al een tijdlang de driedeling HOOFD – HART – HANDEN. Alle drie types gelovigen hebben elkaar nodig. Maar wat ik zie is, dat steeds meer HART-christen zich aansluiten bij een kerk waar het gevoel centraal staat. En dat HOOFD-christenen vooral met het verstand benadrukken dat we trouw moeten blijven aan de waarheid. En de HANDEN-christenen zitten een beetje klem tussen die twee, want die zijn vooral door de week de stille krachten in de gemeente die gewoon lekker praktisch bezig willen zijn – vaak gezellig, vaak diakonaal en soms ook pastoraal.

Meer van hetzelfde

Op zoek gaan naar een kerk waar jij je beter bij thuis voelt heeft ook nog een ander risiko. Namelijk dat je op termijn nog meer teleurgesteld raakt in jezelf. Ik heb het verschillende keren gezien, dat gemeenteleden overstappen naar een andere kerk omdat ze denken dat ze daar meer in hun geloof gevormd worden. Maar de diepere oorzaak van hun overstap was, dat ze zelf niet geaccepteerd hadden dat ze een andere type christen waren dan ze graag wilden.

Als iedereen je vertelt dat je bij een kerkdienst en bij het geloof in z’n algemeen vooral een goed gevoel moet hebben, denk je al snel: ik moet een HART-christen zijn. Als je daar niet zoveel van merkt bij jezelf kun je tot de konklusie komen: dat komt omdat in onze kerk daar te weinig aandacht voor is. En bij een andere gemeente binnen of buiten de GKV ervaar ik wel dat ze alle accent op het HART-zijn leggen. Dus ga je daar heen, in de hoop dat ook jij ook meer en meer een HART-christen wordt. Want dat is immers de kern van het christen-zijn?

Nee dus. Er is niet één kleur die bij elke christen past. En misschien bij jij wel meer een christen met HOOFD of HANDEN. Je hebt het alleen zelf nog niet ontdekt of geaccepteerd. Als je dán overgaat naar een gemeente waar het geloof vooral meer beleefd wordt, kom je erachter dat ‘HART’ niet jouw geloofstaal is en wel die van je nieuwe gemeente. Dat kan op een nog grotere teleurstelling uitdraaien.

De kerk is geen energiebedrijf

Het doet mij elke keer verdriet als gemeenteleden naar een andere gemeente binnen of buiten de GKV vertrekken terwijl ze in onze wek van Assen-Peelo blijven wonen. Gelukkig raken ze niet hun geloof kwijt. Maar ze zeggen wel de onderlinge band op. Dat is meestal niet goed. Niet voor henzelf. Niet voor thuiswonende kinderen en jongeren die vaak juist wél hun eigen plekje en vrienden in onze gemeente hadden en dat nu weer helemaal opnieuw moeten opbouwen. Het is niet goed voor zowel de oude als de nieuwe gemeente – zeker niet als vooral één type gemeenteleden vertrekt. Het is ook niet goed voor de kerk van Christus in het algemeen, zoveel verschillende kerken en zoveel christenen die soms haast net zo gemakkelijk overstappen van kerk als van energiebedrijf.

Zaten we maar met z’n allen in in Filippi

In de brief aan de Filippenzen staat hoe het anders kan als het in de eigen kerkelijke gemeente tegenvalt. Daar zijn twee zusters die elkaar niet zo liggen. Ze waren allebei afzonderlijk van grote waarde geweest voor de verspreiding van het evangelie. Maar nu kunnen ze niet meer goed met elkaar door één deur. Paulus adviseert ze niet naar een andere gemeente te gaan. Nee, zegt hij: ik dring er bij jullie op aan eensgezind te zijn, want jullie zijn één met de Heer. En als je dat zelf of samen niet goed lukt, zegt Paulus, heb je elkaar. Heb je je predikant, je ouderling, je diaken, je kringleider, je mede-broeder of –zuster. ‘Laat die twee zusters maar lopen en gaan’ is niet de houding van de kerkenraad en de gemeente in Filippi. Nee, schrijft Paulus: en u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen, want ook hun namen staan in het boek van het leven.

Elkaar helpen en vasthouden – omdat we samen één zijn in Jezus Christus en samen deel uitmaken van Gods gezin – niet als neven en nichten, maar als broers en zussen. Door dik en dun. In voor- en tegenspoed. Als je je prima thuisvoelt in de gemeente en als je even niet zo lekker in je vel zit. Maar vooral samen. Span je samen in voor een fijn gezin – het kerkgezin van de gemeente waarbinnen God jou een plaats gegeven heeft.

(Over een soortgelijk onderwerp, nl. ‘kerkverlating’ hield ik een preek – zie 2 Tim. 4:9-11.

Pastorale problemen en een verschuivende geloofsleer

Je loopt als gelovige ergens tegen aan. De praktijk botst met wat je altijd zo geleerd hebt. En je vraagt je af: klopt de bijbelse leer wel? Je denkt er over na en je gaat studie maken van het onderwerp dat je zo bezig houdt. Aan het eind kom je tot de konklusie: in zijn Woord spreekt de HERE er anders over dan ik altijd gedacht heb. Onze gereformeerde leer zoals we die in de belijdenisgeschriften geformuleerd hebben, komt niet helemaal overeen met wat de Bijbel erover zegt.Vervolgens schrijf je een boek of een artikel om anderen te laten delen in je nieuwe visie op dit onderwerp. Of je draagt het uit bij een inleiding op de bijbelstudievereniging of, als je predikant bent, vanaf de kansel.

DENKPROCES

Niets mis mee, zou je zeggen. Zo moet dat toch? Bestudeer de Bijbel, want zo wil de Heilige Geest je wijsheid geven. (Johannes 5:39 en 2 Timoteüs 3:15). En dan is het toch prima als je samen tot nieuwe konklusies komt? Het Woord van onze God moet immers in alle tijden een aktuele toepassing krijgen? Toch vraag ik mij af of het denkproces wat hier plaats vindt wel juist is. Wat mij al een tijd lang opvalt is, is het volgende. Vanuit de praktijk wordt de theorie geherformuleerd. Maar dan wel op een wijze, die volgens mij te weinig recht doet aan de bijbelse fundering van dat specifieke stukje geloofsleer waar men tegen aan loopt.  Deze manier van denken vind ik te kort door de bocht.  Dat zal ik straks uitleggen. Eerst een aantal voorbeelden.

1) GEREFORMEERD MAAKT DEPRESSIEF

Veel gereformeerde mensen staan niet echt blij in het leven. Integendeel, ze hebben een negatief zelfbeeld en zijn daarom sneller depressief. De oorzaak is ook bekend: in de Heidelbergse Catechismus staat het zinnetje: ‘Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad.’ Zie je wel, dat de gereformeerde leer depressieve mensen maakt? En daarom kom je vanuit de liefde van God tot een positiever mensbeeld.

2) WIE LIJDT ER HET MEEST?

Als christen kom je om je heen en in je eigen leven soms zoveel leed tegen, dat het bijna niet te dragen is. Hoe kun je daar pastoraal mee omgaan, als je tegelijk in de kerk hoort, dat de Here Jezus gelukkig het ergste lijden voor ons aan het kruis gedragen heeft? Daarmee suggereer je tegenover mensen in grote nood: je eigen moeiten en verdriet kunnen nog zo erg zijn, maar vergeleken met het lijden van Jezus Christus valt het daarbij in het niet. Vanuit je pastorale bewogenheid kom je vervolgens tot de theorie, dat de Here Jezus juist met ons kan meevoelen, omdat Hij als mens precies hetzelfde lijden heeft doorgemaakt als wij.

3) IN LIEFDE TROUW ZIJN

Je kent persoonlijk een paar medechristenen met een homoseksuele geaardheid. Je wilt graag pastoraal naast deze broeders en zusters gaan staan. Want je merkt, hoe oprecht en gelovig velen van hen verlangen naar een man of vrouw om het leven mee te delen. Vanuit je grote bewogenheid met hen kom je na diepgaande studie tot de conclusie, dat in de Bijbel het grote gebod van de liefde, gepaard met levenslange trouw aan de HERE en de naaste, centraal staat. En die nuance vind je ook bij Paulus terug, als hij zegt: ‘Alles is toegestaan, maar niet alles is goed.’ (1 Korintiërs 6:12 en 10:23)

4) MEER VAN DE GEEST

Je ervaart bij jezelf en in de Gereformeerde Kerken een gebrek aan geloofsbeleving. Het lijkt wel, alsof er geen verlangen naar de doorwerking van de Heilige Geest is. Hoe is dat zo gekomen? Na onderzoek in de Bijbel trek je de conclusie dat de gereformeerde belijdenisgeschriften vooral rationalistisch en verstandelijk over het werk van Christus vóór ons spreken en dat er te weinig aandacht is voor het werk van de Geest van Christus ín ons. Tegelijk lees je in deze Bijbel dat daar veel meer ruimte geboden wordt voor (bijzondere) ervaringen van de Geest dan in onze gereformeerde kerken altijd geleerd is.

5) JE MOET DANKBAAR ZIJN

In gesprekken met mede-kerkgangers signaleer je dat velen van hen de verlossing uit de macht van de zonde als een genade-werk van Jezus Christus bestempelen. Maar als je doorvraagt wat dat voor hen betekent, krijg je van diezelfde gereformeerden vervolgens te horen, dat ze nu graag aan God willen laten zien dat ze Hem daar erg dankbaar voor zijn. En je ziet dat ze dat proberen te doen door zelf uit eigen kracht een perfekt gereformeerd leven te leiden. Je komt tot de conclusie, dat de Heidelbergse Catechismus daar mede aanleiding toe geeft door te spreken van Ellende –  Verlossing – Dankbaarheid. Want jezelf verlossen kun je niet, maar je kunt wel zelf laten zien hoe dankbaar je bent. En dat is niet bijbels: ook je heiliging en je christelijke leven is iets wat de Heilige Geest in jou bewerkt en dus een genadegeschenk van God.

6) BLIJVEN STEKEN BIJ DE ZONDE

Tegelijk constateer je in diezelfde gesprekken, dat veel gereformeerde broeders en zusters blijven steken in het ‘ik-ellendig-mens-geloof’ van Romeinen 7. Ze hebben een ‘ja-maar’ geloof en komen maar niet toe aan een nieuwe christelijke levensstijl door de kracht van de Geest, zoals Romeinen 8 daar over spreekt. Als je daar wat dieper over nadenkt, zie je opeens de relatie met de wekelijkse voorlezing van de Tien Geboden en de vele zondagen van de Catechismus over de Wet. Daardoor krijg je als christen ook gemakkelijk een schuldgevoel aangepraat. Want je moet dankbaar zijn, maar wat brengen je ervan terecht? En dus ga je nog beter je best doen met het leven onder de wet. Zet daar de Bijbel eens tegenover! Die heeft toch duidelijk ook oog voor die andere insteek, nl. de roeping om vrij te zijn en het ‘ik-vermag-alle-dingen-door-Hem-die-mij-kracht-geeft-geloof’.

7) MET DE KINDERDOOP DE GENADE OP ZAK

Je ergert je aan zoveel lauwheid bij al die gereformeerde gelovigen. Tegelijk zeggen ze allemaal wel, dat ze kind van God zijn en bij het verbond horen. Net alsof je dan automatisch ‘binnen’ bent! En plotseling besef je, dat de kinderdoop daar een belangrijke oorzaak van is. Dat wekt de indruk dat je Gods genade altijd paraat hebt. Maar in de Bijbel lees je, dat mensen zich bewust tot God bekeren moeten, want ‘wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden’ (Markus  16:16). Zie je wel? Door al die nadruk op het verbond en de kinderdoop kweek je gemakzuchtige gelovigen.

LANGE HALEN – SNEL THUIS

Ik herken heel vaak de pastorale problemen in bovenstaande situaties. Maar naar mijn bescheiden mening wordt er bij de oplossingsrichting een denkfout gemaakt. We signaleren een pastoraal probleem en we denken dat het aan de gereformeerde leer ligt. En dus doen we ons best om aan te wijzen waar de gereformeerde manier van omgaan met de Bijbel niet klopt. Of waar de gereformeerde belijdenisgeschriften het aan het verkeerde eind hebben. Die analyse is, denk ik, meestal niet terecht. Met als gevolg, dat de oplossing ook niet deugt.

In de meeste gevallen is er wat anders aan de hand. Niet de gereformeerde leer is de oorzaak van persoonlijke moeiten of een gezamenlijke eenzijdigheid. Nee, het zijn de kloven tussen geloof en ervaring en tussen leer en leven die ons vaak parten spelen. Dan is het mij te gemakkelijk om te zeggen, dat de gereformeerde leer de oorzaak van alle ellende is.

Het is volgens mij niet moeilijk om bij elk van de zeven genoemde voorbeelden vanuit de Bijbel, maar zeker ook vanuit de gereformeerde belijdenisgeschriften aan te tonen, dat de geschetste problematiek vooral z’n oorzaak vindt in onze eenzijdigheid.

1) De gereformeerde leer maakt mensen niet depressief, want er wordt een reële uitweg uit de ellende aangewezen.

2) De gereformeerde leer erkent de diepte van het lijden en ziet reikhalzend uit naar de verlossing van geest, ziel, lichaam en schepping.

3) De gereformeerde leer ontkent niet dat iedere christen tegenover God zichzelf mag zijn, maar wil graag dat we onze individuele keuzes op die van Jezus onze Heer afstemmen.

4) De gereformeerde belijdenis staat vol van ervaringen door de Geest, waardoor we Jezus leren omhelzen en van binnen volstrekt bovennatuurlijk, liefdevol en wonderbaar worden aangeraakt.

5) De gereformeerde belijdenis leert ons juist om niet naar onze prestaties te kijken, maar naar onze motivatie.

6) De gereformeerde belijdenis zelf geeft duidelijk aan dat Christus ons door zijn Heilige Geest vernieuwen wil.

7) En de gereformeerde belijdenis neemt juist duidelijk afstand van de gedachte dat als God in de doop met jou zijn verbond sluit, je vanzelf automatisch de hemel binnen komt.

DE ‘BASICS’ WEER VAN ZOLDER HALEN

De gepresenteerde oplossingen gaan allemaal teveel uit van de praktijk. Om die kloppend te maken bij pastorale nood of om te vormen naar de eigen wenselijkheid, wordt de oorzaak bij de gereformeerde theologie gezocht. Die moet dan worden aangepast.

Het is veel moeilijker om eerst zelf als gereformeerd christen en zelf als gereformeerde kerken kritisch voor de spiegel van Gods Woord te gaan staan. En om daarna te constateren, dat we op een bepaald gebied scheefgegroeid zijn, terwijl onze papieren (de Bijbel én onze belijdenissen) heel evenwichtig zijn en daarom heel goed in staat zijn onze geloofsleer en ons geloofsleven prima in balans te houden.

Vervolgens is het nog moeilijker om te belijden, dat het dus onze eigen persoonlijke en collectieve schuld is, dat we in bepaalde eenzijdigheden zijn vervallen, en dat we daarom terug moeten keren naar de weg die God Zelf ons allang in de Bijbel heeft aangewezen en waar onze voorvaders in de gereformeerde belijdenissen allang oog voor gehad hebben.

Voor mij ligt de uitdaging hem hierin, om weer persoonlijk en gezamenlijk te gaan beleven, wat we allang als geloofskennis in onze bijbel en in onze belijdenisgeschriften hebben staan. Dan schuiven we de oorzaak van allerlei moeiten en ontwikkelingen niet langer op onze gereformeerde geloofsleer, maar maken we ons, door de Geest geleid, weer eigen wat we in Christus al lang op papier hebben staan.

Gods Geest werkt overal: wees er op vakantie getuige van!

Bijbelgetrouwe kerken heb je in Nederland in meervoud. In de rest van de wereld moet je ze vaak met een zaklantaarntje zoeken. Toch zijn ze er wel. De vakantietijd is de ideale gelegenheid om kennis te maken met andere christenen die ook in de Naam van de Heer samenkomen.

Gods Geest werkt in de Alpen

SSRO kruis en logoHier in Nederland kunnen we het ons haast niet voorstellen, maar in heel Oostenrijk en Zwitserland zijn er vijf kleine  Evangelisch-Reformierte Kirchen die samen het kerkverband van de ERKWB vormen. Het jaar 2015 is om twee redenen een bijzonder jaar voor de kleine gereformeerde kerken in de Alpen.

Begin dit jaar meldde zich een zesde kerk aan. Namelijk de ‘Living Spring’-gemeente  uit Zürich. Deze gemeente bestaat uit ethnische Chinezen. Ze willen graag een bijbelgetrouwe gemeente zijn en doordat ze in contact kwamen met ds. Kurt Vetterli uit Basel willen ze zich nu graag aansluiten bij de ERKWB. Tijdens de jaarlijkse synode die op 7 en 8 mei in Wenen gehouden werd, hebben ze zich voorgesteld en is de toelating tot het kerkverband in gang gezet. Deze gemeente houdt kerkdiensten in het Mandarijn-Chinees + één keer in de maand een Duitstalige kerkdienst. De kerkdiensten in het Mandarijn worden via internet ook gevolgd door vele christenen in China. Ook hier geeft de Geest van Christus onverwachtse mogelijkheden en worden deuren  geopend!

Mayer Reinhard und BernadetteNa de zomer zullen er ook wekelijks kerkdiensten gehouden worden in Bludenz. Deze stad ligt zo’n 30 km. ten zuiden van Rankweil. Ds. Reinhard Mayer heeft er contacten opgebouwd met christenen. Nu biedt zich de mogelijkheid aan om na de zomervakantie wekelijks kerkdiensten te gaan houden in het gebouw(tje) van de YMCA in Bludenz. De gemeente in Rankweil is erg blij met die mogelijkheid en ziet daar het werk van Gods Geest in. Christus Zelf opent deuren – van gebouwen en van mensenharten.

Duitstalige kerkdiensten

Deze kerken houden, uiteraard in het Duits, op de volgende tijden hun kerkdiensten.

  1. In Basel komt de Evangelisch-Reformierte Kirche tot en met eind juli 2015 elke zondag om 10.00 uur samen in het CVJM-Haus Riehen, Kornfeldstrasse 83, 4125 Riehen. Voor augustus zie www.erkwb.ch.
  2. In Winterthur komt de Evangelisch-Reformierte Kirche elke zondag om 10.00 uur samen aan de Schlachthofstrasse 19, 8406 Winterthur.
  3. In Wenen komt de ‘New City Wien’-gemeente elke zondag om 16:00 uur samen in de Wiedner Haupstrasse 45-47, 1040 Wien. Zie verder www.newcitywien.at.
  4. In Neuhofen an der Krems komt de Evangelisch-Reformierte Kirche elke zondag om 9:30 uur samen aan de Steyerstrasse 35, A-4501, Neuhofen an der Krems. Maar deze kleine gemeente houdt begin juli haar gemeente-weekend aan de Wolfgangsee. Daar houden ze op zondag 5 juli om 10:30 uur een kerkdienst in de Evangelische Kirche van St. Wolfgang. Dit kerkje staat pal aan het meer aan het eind van van Robert-Stolz-Straße, 5360 St. Wolfgang im Salzkammergut.
  5. In Rankweil komt de Evangelisch-Reformierte Kirche elke zondag om 10:00 uur samen in ‘Gebouw A14’, Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil. Dit gebouw bevindt pal naast afrit 36 (Feldkirch Nord) van de A14 van Bregenz naar Bludenz.

Zie voor meer informatie de sites www.erkwb.ch en  www.reformiert.at.

Nederlandstalige kerkdiensten in Oostenrijk – Vorarlberg

In Rankweil worden tijdens de zomervakantie voor vakantiegasten uit Zwitserland, Liechtenstein, Vorarlberg en Zuid-Duitsland op drie zondagen Nederlandse kerkdiensten gehouden, namelijk op:

  • Zondag 12 juli – voorgang br. C. Catsburg
  • Zondag 26 juli – voorganger ds. L.E. Leeftink
  • Zondag 2 augustus – voorganger br. Cees Catsburg

Deze diensten worden belegd door de Evangelish-Reformierte Kirche van Rankweil en beginnen om 17.00 uur in ‘Gebouw A14’, Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil.

De Geest opent deuren en harten

Dat de kerkdeuren van deze kleine gemeentes elke zondag openstaan, is het werk van de Heilige Geest. Elke keer als vakantiegasten uit Nederland de Duitstalige kerkdiensten bezoeken, is dat een enorme bemoediging voor de broeders en zussen in Oostenrijk en Zwitserland.

De kerken in Oostenrijk en Zwitserland hebben een zusterkerkrelatie met de GKV-kerken in Nederland en onderhouden ook persoonlijke contacten met de CGK, de NKG en de HHK. De Stichting Steun Reformatie Oostenrijk ondersteunt de kerken geestelijk en financieel. Meer informatie kun je vinden op de website www.sssro.nl. Daar is ook het Oostenrijkbulletin te lezen, het kwartaalblad van de SSRO. Je vindt er nog meer informatie en verhalen over hoe het Evangelie van Jezus Christus ook in de Alpen mensen raakt. Je kunt je ook abonneren en donateur van de SSRO worden. De broers en zussen in Oostenrijk en Zwitserland stellen belangstelling, gebed en steun uit Nederland zeer op prijs.

Overal vind je christenen – ook op vakantie

Maar voor iedereen die op vakantie gaat naar het buitenland geldt: zoek daar de broers en zussen in het geloof op! Vaak zijn het kleine kerkjes en zijn ze heel erg blij met Nederlandse gasten. Als de diensten in het Duits of Engels zijn, hoeft de taal niet eens het grootste probleem te zijn. Maar ook al zou je maar een klein gedeelte verstaan, dan nog proef je de geloofsverbondenheid! Zoek dus even lekker op internet voordat je weggaat, zou ik zeggen. Iets met ‘kerk’ en ‘gereformeerd’ en ‘evangelisch’ in de taal van dat land, en je vindt vast wel wat in een straal van 50 kilometer. Dat zijn geen afstanden in de vakantie – voor een pretpark maak je hetzelfde ritje ook ;-).

Een trouwdienst is geen bruidsboeket – over de wens om toch ‘in de kerk’ te trouwen

Wanneer mag je ‘in de kerk’ trouwen?  Binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt was het antwoord lange tijd heel duidelijk: als bruidegom en bruid allebei (belijdend) lid zijn van de kerk. Maar het komt steeds vaker voor dat een gelovig kerklid gaat trouwen met een vrouw of man die niet gelooft of nog niet gelooft. Toch bestaat bij beiden de wens om de trouwdag ook een christelijke invulling te geven. Steeds vaker vraagt zo’n stel of de kerk op één of andere manier daaraan kan meewerken. Hetzelfde geldt voor gelovige kerkleden die gescheiden zijn en opnieuw gaan trouwen. Hoe ga je als kerk met zulke verzoeken om?

Als kerk aanwezig op de trouwdag

In nagenoeg alle kerken binnen de GKV wordt een huwelijk van een gemeentelid met een niet-christelijke partner niet kerkelijk bevestigd. Dat gebeurt in principe ook niet bij een tweede huwelijk na echtscheiding (tenzij er sprake was van overspel door de ex-partner).  Toen we hierover met elkaar doorspraken in de ouderlingenraad van Assen-Peelo  kwamen we tot het volgende standpunt:

Ook als een volledige kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, willen we als kerk wel royaal tegemoet komen aan de oprechte wens van een aanstaand echtpaar om op hun trouwdag Gods Woord te laten horen en in een gebed om zijn zegen over hun huwelijk te vragen.

Mag het toch iets meer zijn?

huwelijk bruidsboeket kerkWaarom kan er geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden als het om echtparen gaat waarvan de ene partner wel gelooft en de andere (nog) niet?  Is dat niet in strijd met de afspraak die in art. 70 van de oude kerkorde staat: De kerkeraad zal erop toezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient te worden gebruikt.

Vóór de oorlog werd in de ongedeelde Gereformeerde Kerk op grond van dit artikel bijna elk huwelijk kerkelijk bevestigd. Ook als het om één dooplid met een ongelovige ging. Maar na de Vrijmaking is bijna zonder diskussie gekozen voor een andere lijn: je kunt alleen oprecht je JA-woord in de kerk herhalen en Gods zegen over je huwelijk vragen, als je dat allebei ook echt  gelooft. Meestal (niet altijd) werd daarbij ook de voorwaarde gesteld, dat je allebei belijdenis moest hebben gedaan voor  je in de kerk kon trouwen.

Ik denk dat dit nog steeds een terechte wijziging is geweest. Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging is de situatie anders dan bij de doop van een kind van één gelovige en één niet-gelovige ouder. Daar wordt de doop bediend aan het kind en kan de ongelovige ouder aanwezig zijn, het kind bij de doop vasthouden en eventueel een aangepaste doopvraag beantwoorden.

Huwelijk kerk twee stoelenBij het trouwen gaat het om het bruidspaar zelf. Zij herhalen in de kerk hun beloften die ze op het stadhuis gegeven hebben nogmaals tegenover elkaar voor God en zijn gemeente. En ze ontvangen daarna de zegen van de HERE over hun huwelijk. Hierbij kun je geen onderscheid maken tussen de gelovige man/vrouw en de niet-christelijke wederhelft.

Als er bij één van de huwelijkspartners geen of onvoldoende geloof gevonden wordt, kan er dus geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden.  Maar betekent dat, dat er dan helemaal niets kan plaatsvinden op de trouwdag zelf? En dat we als kerk hoogstens de zondag erna in de eredienst de HERE om een zegen over dit huwelijk kunnen vragen? Vaak is dat ook nog een zorgelijk zegentje, omdat één van de twee (nog) niet gelooft.

Naar mijn mening kunnen we hierin veel royaler zijn. Zeker, omdat deze situatie vaker voor gaat komen en er konkreet om gevraagd wordt door gemeenteleden. Het is in eerste instantie bijzonder te waarderen dat die vraag komt! Zeker als duidelijk wordt, dat de wens om een kerkelijke samenkomst wel ietsje dieper gaat dan de wens om samen een prachtig bruidsboeket of een mooie trouwauto uit te zoeken.

Drie ijkpunten

Waaraan kun je als kerkenraad beoordelen of een aanstaand bruidspaar vanuit een oprechte wens en, als het om de gelovige gaat, een gelovig verlangen graag een soort kerkdienst op hun trouwdag wil houden? Als kerkenraad van Assen-Peelo hebben we samen drie konkrete ijkpunten gevonden.

1/ Oprecht geloof

Allereerst moet er bij de kerkelijke helft van het aanstaande bruidspaar een levend geloof gevonden worden, zowel in woorden als in daden. Te denken valt aan kerkgang, aan deelname aan het gemeentelijke leven en aan de indrukken van de ambtsdragers tijdens huisbezoek en andere gesprekken die gevoerd zijn. Ook bij de niet-kerkelijke wederhelft moet een welwillende houding zijn tegenover de gelovige partner en tegenover de kerkelijke gemeenschap, ook al gelooft hij/zij zelf (nog) niet.

2/ Geen ‘trouwdienstje spelen’

Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging worden de huwelijksbeloften tegenover God en zijn gemeente herhaald. Wanneer één van de twee geliefden daar niet oprecht antwoord op kan geven, moet ook de schijn vermeden worden. Dat betekent a) dat het huwelijksformulier niet gelezen wordt; b) het ja-woord ook niet op een andere manier tegenover God en zijn  gemeente herhaald wordt; c) er niet op de knielbank geknield wordt om een persoonlijke zegen van de HERE te ontvangen; d) er geen officiële trouwdienst belegd wordt, maar een gewone kerkdienst op verzoek van het bruidspaar.

3/ Wel als kerk Gods Woord laten klinken op de trouwdag

Huwelijk trouwbijbel ringenHet was altijd al gebruikelijk om ook Gods zegen te vragen over gemengde huwelijken, gedwongen huwelijken, huwelijken na samenwonen of echtscheiding, en in andere situaties, bijvoorbeeld als iemand om psychische redenen niet voor in de kerk durfde te zitten. Bijna altijd werd dan de zondag erop in de kerkdienst voor het pasgetrouwde echtpaar gebeden. Als dit op de zondag erna kan, is er geen principieel bezwaar om dit ook op de trouwdag zelf te doen. Als kerk wil je graag op de hoogtepunten en dieptepunten van het leven met het Woord van de HERE bij de mensen zijn. Ook als het geen trouwdienst kan zijn, is er nog veel mogelijk. Zo doen we dat in onze kerken ook bij het overlijden van gemeenteleden: dan wordt er geen kerkdienst gehouden. Maar we beleggen wel een samenkomst  waarin een dominee voorgaat. Dat is een samenkomst die de familie belegt, maar die toch ook heel duidelijk vanuit de kerkelijke gemeente gehouden wordt. Vanuit dat oogpunt kan een kerkenraad ook vrijmoedig zijn medewerking verlenen aan een kerkelijke samenkomst op de trouwdag van een huwelijk dat niet kerkelijk bevestigd kan worden. Met de twee voorwaarden die hierboven genoemd zijn er de volgende mogelijkheden:

  1. Een kerkdienst of samenkomst beleggen en die, net als bij een trouwdienst, ook afkondigen.
  2. Een ‘orde van dienst’ volgen met een aantal vaste elementen van een kerkdienst, zoals ook tijdens begrafenissen of doordeweekse diensten zoals biddag, dankdag en oudjaar gebeurt.
  3. De trouwbijbel overhandigen met bijbehorende toespraak.
  4. Dit huwelijk en dit echtpaar in gebed aan de HERE opdragen.

Beloning van verkeerde keuzes?

Je kunt je natuurlijk afvragen, of we als kerk hiermee niet onwenselijke situaties goedkeuren. Wanneer de dominee vanaf de preekstoel vanuit Gods Woord verkondigt, dat de HERE relaties tussen een gelovige en een ongelovige afkeurt en echtscheidingen verafschuwt , haal je de scherpte van die oproep niet onderuit door op gemengde of tweede huwelijken toch een kerkdienst of samenkomst te beleggen?
Het lijkt me belangrijk om dan vooral dit goed voor ogen te houden: als kerk hebben we van de Here Jezus de opdracht om zijn Evangelie te laten klinken. Dat geldt in alle situaties van het leven. Dus mag dat ook tijdens de samenkomst op de trouwdag van een stel dat niet officieel in de kerk kan trouwen.  Als maar duidelijk is, wat de motivatie van het echtpaar is. En als maar wel helder is, hoe de invulling  van de samenkomst er uit ziet. De wezenlijke elementen die bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen, vind je in zo’n dienst van Woord en gebed niet terug. Het wordt dus geen ‘trouwdienst–light’.  Maar we willen wel graag Gods Woord laten horen, juist op zo’n bijzondere dag! Voor de gelovige helft. Voor de (nog) niet gelovige wederhelft. Voor alle familie en vrienden die om het echtpaar heen staan. Zo doen we dat ook op begrafenissen en zelfs op crematies. Ook als de familie dan in meerderheid niet-kerkelijk of niet meer gelovig is, grijpen we toch de kans om te vertellen wie God is en wil zijn met beide handen aan. Bovendien – wat de één een beetje als een beloning van een verkeerde keus ziet, zal een ander misschien ervaren als behoorlijk minimalistisch, omdat er in vergelijking met trouwdiensten in andere kerken meer niet mag dan wel.

Royaal gereformeerd zijn

In onze kerken willen we graag royaal én goed gereformeerd zijn. Dat betekent: geef elkaar de ruimte die de Bijbel ons biedt en handhaaf samen de grenzen de Bijbel ons aangeeft. Wanneer er geloof gevonden wordt, mogen we samen vooruit kijken. Dat  doet Jezus onze Heer ook. Zonder de zonde goed te praten (integendeel!) zegt Hij tegen gelovige mensen: “Ga heen en zondig vanaf nu niet meer.” In zijn voetspoor moet het mogelijk zijn om als plaatselijke kerk bij gemengde huwelijken en bij een tweede huwelijk na echtscheiding het volgende uit te spreken:

Wanneer een kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, maar er wordt wel oprecht geloof gevonden bij één of beide partners, zal de kerkenraad, als daarom gevraagd wordt, ruimhartig meewerken aan een kerkelijke samenkomst. Tijdens zo’n dienst zullen de onderdelen die duidelijk bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen (formulier, beloften + jawoord, persoonlijke zegen op knielbank) niet voorkomen.