DOOP en BELIJDENIS in één KERKDIENST + een mooie OPZET

Op Pinksterzondag geven in Assen-Peelo zeven jongeren hun JA-woord aan God en Jezus. De Heilige Geest is ook in hun hart uitgestort. Eén van hen zal ook gedoopt worden. God gaat altijd voorop, in ieders leven. Van zulke magnifieke momenten word ik erg blij van binnen. Want belijdenis doen van je geloof = JA-zeggen tegen de God van je leven. Daar zijn wij bij de schepping al voor bestemd. Daar worden wij door het offer van Jezus voor geschikt gemaakt. Daar laat de Heilige Geest ons van zingen. Ja, I was born, I was born to sing for You, I didn’t have a choice but to lift You up and sing whatever song you wanted me to. I give you back my voice. From the womb my first cry, it was a joyfull noise … Only love can leave such a mark, only love can heal such a scar. Justified till we die, you and I will magnify The Magnificent, zingt U2 vol overgave. En op de dag van Pinksteren prijst een volle kerk vol overgave het werk van Gods Geest in deze zeven jongeren.

Belijdenisgroep 2014 collage

Foto: Philip Roorda

Maar hoe geef je zo’n dienst nu vorm? Dopen en belijdenis in één dienst vraagt wel wat creativiteit van de voorganger. In het boek ‘De werkers van het laatste uur” van Stefan Paas kwam ik een aantal jaar geleden een mooi voorbeeld tegen hoe je aan dit fantastische gebeuren vorm kunt geven. In kombinatie met de bestaande formulieren die we in de GKV gebruiken voor volwassendoop en geloofsbelijdenis heb ik er een mix van gemaakt die misschien ook door anderen gebruikt kan worden. Dus zet ik ‘m hier maar neer voor vrij gebruik.

Formulier voor volwassendoop en geloofsbelijdenis    

Vandaag doen in deze kerkdienst een aantal jongeren belijdenis van hun geloof. Daarbij zal één van hen ook gedoopt worden. Allebei –belijdenis doen en je laten dopen, komt ook in de Bijbel voor.  De opdracht om te dopen is afkomstig van niemand minder dan de Here Jezus Zelf. Kort voordat Hij naar de hemel ging gaf hij zijn leerlingen dit bevel: “Trek erop uit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze  in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Aan die opdracht geven we gehoor als er gedoopt wordt

Als er in de kerk van Jezus Christus iemand gedoopt wordt, moet je drie dingen goed beseffen.

1/ Dopen is schoongewassen worden van je zonden door de Here Jezus

De doop laat je inzien dat dat echt nodig is. Als mens maak je fouten en schiet je telkens tekort. Dat doe je al tegenover elkaar en dat doen je helemaal tegenover God. Die zonde zit er al in vanaf het eerste begin van je leven en leidt uiteindelijk tot je ondergang.  De doop zet je daarbij stil en leert je daarover na te denken, zodat je een afkeer krijgt van de zonden die je doet en op zoek gaat naar een manier om daarvan gereinigd en gered te worden. Jezus onze Heer zei hierover eens: “Je moet opnieuw geboren worden om Gods rijk binnen te gaan.” Dat is het eerste dat de doop uitbeeldt: ieder mens heeft vergeving nodig om weer bij God te kunnen horen. Dat kan alleen God Zelf je geven.

Dat is het tweede, en tegelijk ook de kern, van wat de doop je laat zien.

2/ Je wórdt ook echt schoongewassen van je zonden door Jezus Christus onze Heer, want Hij is onze reiniging en ons behoud.

In de christelijke kerk wordt altijd gedoopt  in de  naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Bij je doop kom je op naam van God te staan. De Vader belooft je, dat je zijn kind bent. Hij sluit met jou een verbond dat voor altijd blijft gelden. Hij zorgt voor jou met goede dingen. En als kwaad je treft, mag je zeker weten dat God  alle dingen doet bijdragen ten goede voor wie God liefhebben. De Zoon, onze Here Jezus, belooft je dat Hij jouw zonden afwast. Daarvoor is hij gestorven en ook weer uit de dood opgestaan. Dat werkt krachtig door in jouw leven: je mag een nieuw mens zijn. God rekent jouw je zonden niet meer toe. Je staat vrij voor God. De Heilige Geest belooft je, dat Hij in je wil wonen en je tot een bewust, aktief gelovige wil maken. Hij legt steeds weer de band tussen jou en Christus en zorgt er zo voor dat de vergeving en de vernieuwing telkens weer je leven binnenkomen. Hij gaat daar mee door tot jij op de nieuwe aarde volmaakt bent, samen met de mensen die God daarvoor heeft uitgekozen.

Het derde dat je over de doop mag leren is dit:

3/ Je wilt ook echt als gelovige leven zoals God dat graag ziet, doordat de Geest van Jezus Christus onze Heer je leven positief vernieuwt.

Omdat de doop iets van Gods kant is kan het niet zonder gevolgen blijven in jouw leven van alledag. God wil dat je Hem liefhebt en vertrouwt met alles wat er in je is. God vraagt dat je naar Hem luistert en Hem volgt, ook als dat soms tegen je gevoel in gaat. Dat kan soms diep insnijden in je leven. Als je dat hoort en je kijkt naar je leven, denk je misschien: ‘Dat red ik nooit! Ik blijf steeds weer zondigen!’  Maar vertrouw juist dan op God: Hij wil vergeving en vernieuwing geven, telkens weer. Sta daarom ook telkens weer op in het nieuwe leven dat God geeft en vraag steeds om de kracht van zijn Heilige Geest.

Wanneer je als volwassene openlijk wilt bekennen dat je bij God wilt horen, zoals XX vandaag, word je gedoopt als je eerst je geloof hebt beleden. Eerst geloven en dan gedoopt worden, zo is het voor volwassen mensen. Die volgorde hoor je in de doopopdracht die Jezus onze Heer aan de leerlingen meegaf: “Trek erop uit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” En Jezus zei toen ook (hoor die geweldig belofte!):  “Wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden.” Die volgorde hielden de leerlingen dan ook aan als zij mensen doopten. Zoals eens Gods dienaar Filippus zei tegen een man uit Ethiopië die gedoopt wilde worden: “Als je geloof met heel je hart, mag je gedoopt worden.” De man zei toen: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is”, waarna Filippus hem doopte. Diezelfde volgorde houden wij in de kerk ook aan als het gaat om volwassen mensen gaat: eerst geloven in de rijke inhoud van Gods goede nieuws en voor dat geloof uitkomen door je persoonlijke belijdenis, en dan gedoopt worden. Anderen zijn als kind van gelovige ouders gedoopt. Want in zijn goedheid en genade is de HERE heel royaal.  Hij gaat altijd voorop met zijn beloften. Zo heeft Hij ook aan jullie, XX laten weten, dat Hij de God van jullie leven is. Als antwoord op je doop ziet de HERE graag dat je van het geloof dat Hij Zelf aan jou gegeven heeft, een krachtig getuigenis geeft in aanwezigheid van velen, net als lang geleden Timoteüs deed, die oprecht gelovig is opgevoed door zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunike.

Zingen: Opwekking 461 – ‘Mijn Jezus, mijn Redder’

Ik wil jullie allemaal vragen om te gaan staan en om tegenover God en zijn gemeente een eerlijk antwoord te geven op de volgende vragen:

* Geloof je in God de Vader, de Almachtige, die de hemel en de  aarde, de mensen en ook jou geschapen heeft? Erken je dat je als zondaar in de schuld staat bij God, omdat je uit jezelf niet in staat bent te doen wat goed is in Gods ogen? Beken je dat je met gedachten, woorden en daden de geboden van de Heer vaak hebt overtreden? En heb je berouw over deze zonden?

* Geloof je in Jezus Christus, Gods Zoon, die ook voor jou als Verlosser gekomen is om door zijn kruisdood jou te bevrijden van je zondeschuld? En geloof je dat Jezus Christus je roept om zijn naam te belijden als de enige op aarde die mensen redding biedt?

* Geloof je in de Heilige Geest, die ook God is en in mensen het geloof tot stand brengt en daarin laat groeien? Verlang je naar het nieuwe leven, dat Jezus Christus je geven en leren wil door zijn Heilige Geest? Is het je hartelijke wens om je je hele leven te laten vormen door Gods Woord en het Avondmaal trouw te gebruiken? En beloof je je leven in dienst te stellen van God en dienstbaar te zijn aan de opbouw van Christus’ gemeente, nu je daarvan door de kracht van de Heilige Geest een levend lid bent?

* Belijd je dat inhoud van het Oude en Nieuwe Testament, zoals die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en in deze gemeente verkondigd wordt, Gods plan over onze verlossing volledig bevat? Zul je, zo lang je leeft, aan deze belijdenis vasthouden en alles verwerpen wat tegen Gods Woord ingaat? En ben je bereid om gewillig te luisteren naar alle christelijke aansporingen en vermaningen wanneer dat nodig mocht zijn?

Wat is daarop jouw antwoord: JA + volgt doop door besprenkeling of onderdompeling / zegen op knielbank met handoplegging.

Zingen: Liedboek 341 : 2

Ik wil ook nog graag wat zeggen tegen iedereen die hier aanwezig is. Eerst tegen alle gemeenteleden van onze eigen gemeente. Willen jullie daarvoor gaan staan.

Aanspraak gemeente

Geliefde broeders en zusters, met elkaar zijn we heel erg blij dat we Gods grote daden in het leven van deze jonge christenen zien. Ze zijn nu allemaal belijdend lid van onze gemeente. God geeft hen aan ons en ons aan hen. Daarom wil ik ook jullie drie vragen stellen met het verzoek om die daarna met ‘JA’ te beantwoorden.

1/ Zijn jullie bereid om deze jongeren met liefde in onze gemeente te ontvangen?

2/ Willen jullie een voorbeeld zijn voor deze jongeren met woord en daad, in gebed en goede werken?

3/ En nemen jullie je oprecht voor om, waar nodig en mogelijk, deze jongeren te helpen en te ondersteunen in de verdere groei van hun geloof?

Wat is daarop jullie antwoord?      JA

Aanspraak gasten

En jullie, beste gasten, jullie zijn met zoveel personen in deze dienst, denk ik, dat je ook best mag gaan staan (maar als je wilt, mag je ook rustig blijven zitten). Ik ben blij dat jullie allemaal hier bij deze feestelijke doop- en belijdenisdienst aanwezig zijn. Ik hoop dat velen van jullie Jezus Christus al kennen en in Hem geloven als Heer en Verlosser. En als  dat nog niet zo is, is het mijn wens dat je Hem beter of weer opnieuw mag leren kennen in de weg van geloof en vernieuwing. Want wie gelooft, geniet dubbel. Van het leven nu en van het leven tot in eeuwigheid.

Zingen: Liedboek 341 : 2

Gebed

Vader in de hemel, we danken U voor uw zorg en liefde in het leven van deze jongeren. Geloof en vernieuwing ontvangen wij uit uw hand en dat maakt ons verwonderd en blij. Dank U, dat wij opmerken hoeveel U al gedaan hebt en hoe U bij ieder op uw eigen manier bezig was om hen voor te bereiden op deze dag – de dag van hun belijdenis en van de doop van XX.

Wij bidden U om uw goedheid en kracht, zodat deze jongeren hun ja-woord kunnen vasthouden en nakomen. Zegen hen met uw bescherming, zodat de zonde, de duivel en heel zijn rijk geen vat op hen krijgen.  Help hen door de moeiten heen een leer hen het lijden te dragen als dat nodig is. Laat geen twijfel toe in hun hart over uw goede bedoelingen en uw leiding in hun leven.

Wij bidden of U ons allemaal wilt blijven zegenen met uw Geest. Hij kwam met kracht op het Pinksterfeest. Geef dat Hij ook met kracht blijft werken in ieder van ons en in iedere gemeente van Christus, ook in onze gemeente. Dan zullen liefde, gebed en onderlinge zorg opbloeien en krijgt de duivel geen kans om het persoonlijke geloof en de onderlinge band in de gemeente af te breken.

Wij bidden ook voor de gasten in ons midden. Dank U voor iedereen die hier is. Hun aanwezigheid vergroot onze vreugde. Voor ieder die U niet kent zoals U echt bent, bidden wij of U zich aan hem of haar wilt openbaren. Laat geen middel ongebruikt en breek de belemmeringen af  die in het verleden zo vaak door onze eigen schuld ontstaan zijn. Dat vragen we van U in de naam van Jezus, onze Heer, die ons het Onze Vader heeft leren bidden. Volgt Onze Vader, gezongen of gebeden, al dan niet gezamenlijk of hardop

Vol verlangen zingen op weg naar die grote dag

Ik merk al een tijd lang, dat liederen over de grote dag dat Jezus terugkomt, mij erg aanspreken. Vooral bij de coupletten over de grote dag dat Jezus terugkomt krijg ik een brok in mijn keel van ontroering.

wederkomst blauwe lucht

Bij Opwekking 585 zit het hem in vers 2:  “Er klinkt geschal wanneer de graven opengaan en doden opstaan, voor eeuwig levend door zijn kracht” en in het prachtige refrein: “Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op Hem lijken en Jezus kennen zoals Hij is, amen! Nooit meer tranen, nooit meer pijn, want wij zullen met Hem leven in zijn nabijheid, voor altijd. Amen, amen!” Luister naar http://www.youtube.com/watch?v=_aMyWk4ooBs – een weergave van de mannendag Assen 2011.

En bij Opwekking 733 krijg ik vooral koude rillingen bij het derde couplet: “En op die dag, als mijn kracht vermindert, mijn adem stokt en mijn einde komt, zal toch mijn ziel uw loflied blijven zingen; tienduizend jaar en tot in eeuwigheid.” Op YouTube is dit (totdat Karla haar natuurfilm-versie nog eens vrij geeft voor publikatie) de topper: http://www.youtube.com/watch?v=KeVjB-SXqwU

Maar ik heb het ook bij Liedboek 267, een prachtig gezang over “Zalig die in Christus sterven, de doden, die de hemel erven, voor wie Hij woning heeft bereid”  en “Hij overwon het graf, wist onze tranen af, halleluja! Hij ging ons voor de heemlen door. Hij voert ons mede in zijn spoor.”

En bij Liedboek 114: “Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen” met de versregels ”De Koning die zijn troon heeft in den hoge, houdt bij de mensen hof en alle tranen zal Hij van hun ogen afwissen tot zijn lof.”

Of neem de laatste regels van verschillende coupletten van de geloofsbelijdenis uit Gezang 123 van het Geref. Kerkboek: “zie hoe het eeuwig leven straalt” en “… totdat Hij nog eens komen zal … na glorieus bazuingeschal” en ‘Ik weet: mijn vlees wordt opgewekt en zal dan, met mijn ziel verbonden, weer leven, eeuwig, onbevlekt.”

Net als het in z’n eenvoud schitterende Gezang 75 uit hetzelfde Geref. Kerkboek: “Nu gaan de bloemen nog dood, nu gaat de zon nog onder” met z’n “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde” en het laatste couplet: “Zing voor de eeuwige dag. Zing voor zijn komst en zeg Amen. Zing voor de heer die ons samen daar al van eeuwigheid zag.”

Waar komt dat door, dat ik juist daar steeds weer zo door geraakt? Het heeft niet alleen met de muziek te maken. Hoewel: de opbouw van al deze liederen is heel sterk. Het is bij mij ook niet pas gekomen door het boek van Todd Burpo, ‘De jongen die in de hemel was’, (zie mijn weblog: https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/06/12/in-de-hemel-is-de-heer-en-colton-heeft-jezus-daar-gezien/),  ook al ben ik daardoor wel meer gaan nadenken over het leven na dit leven. Het komt vooral, denk ik, door het grote contrast dat ik soms ervaar tussen onze sterfelijkheid en eindigheid aan de ene kant, en de hemelse heerlijkheid, het mooie vooruitzicht en het geweldige perspektief dat het geloof in de terugkomst van Jezus onze Heer mij geeft. Ik denk dat ik dat gevoel van ontroering vooral gekregen heb na het overlijden van mijn vader, vorige maan precies 20 jaar geleden.  Het is echt mijn ervaring, dat je als christen op een andere manier met je verdriet omgaat dan de andere mensen die geen hoop hebben (zoals Paulus in 1 Tess. 4:13 zegt). Liederen die over de eeuwigheid gaan, raken mij vanaf die tijd met vaste regelmaat.

wederkomst verwachting

Twee bijzonder fraaie nummers wil  ik hier nog noemen. Ze staan op twee CD’s die ik vaak in de auto meeneem als ik wat langer onderweg ben. De eerste is een vrij recente, maar ik krijg er regelmatig kippevel van. Het is een magnifiek nummer, omdat het bezingt hoe wij gemaakt zijn om voor God te zingen en hoe wij, gerechtvaardigd tot onze dood, onze magnifieke God mogen verheerlijken. Oftewel: U2 – Magnificent. En de tweede is al van jaren terug, toen Ralph van Manen nog in de gospelrock zat met zijn groep Target. Van hun CD met dezelfde titel heet het laatste nummer Revelation. Lees de tekst hieronder. Als je weet dat de opbouw van het nummer perfekt aansluit op de tekst, zul je ook begrijpen waarom de tranen me soms over de wangen biggelen als ik het in de auto met de volumeknop op 10 draai.

REVELATION – Target (de vroegere band van Ralph van Maanen)
When I look around me in this world, I wonder how long it will last
Oh people, please, pay attention to Gods Word, for this time soon will be past …
 
When will there be no more dying, no more tearing apart?
When will there be no more crying, no more broken hearts?
When will He wipe the tears from you eyes, and make all things new?
When will He give the water of life and live among us too?
     … and I saw a new earth, I saw a new sky,  for the present one had gone by.
    And I saw the new Jerusalem, I saw this Holy City, and it was glowing like a gem …
 
And there will be no more dying, no more tearring apart.
And there will be no more crying, no more broken hearts.
He’ll wipe the tears from you eyes, and make all things new.
He’ll give the thursty water of life and live among us too.

Welke G/geest is er uit de fles? – enkele gedachten bij de diskussie over vrouw & ambt

Rond het millennium, zo’n 15 jaar geleden, hoefde je geen profeet te zijn om aan te voelen dat er in het orthodox- bijbelgetrouwe deel van Nederland de komende 25 jaar de items ‘vrouwen en ambten’ en ‘homoseksualiteit’ de twee meest gevoelige onderwerpen zouden worden, waarop we ons als kerken en christenen flink zouden moeten gaan bezinnen. Tenminste, ik voelde me 15 jaar geleden, vlak voor we het jaar 2000 instapten, geen profeet toen ik dit zo hier en daar liet vallen.

DEPUTATEN M/V IN DE KERK

Inmiddels zijn we 15 jaar verder en is binnen de GKV het onderwerp ‘vrouwen en ambten’ een hot item. Drie jaar geleden benoemde de Generale Synode van Harderwijk een deputaatschap M/V in de kerk met de opdracht na te gaan of het op grond van de Schrift geoorloofd is om naast broeders ook zusters in het ambt van diaken en/of ouderling + predikant te benoemen. Het deputaatschap schreef een kort rapport met als conclusie: “de visie dat naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen past binnen de bandbreedte van wat als schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld.” (blz. 33 van hun rapport). Ze doen dit omdat ze van mening zijn, dat in elke cultuur de hoofdzaak voor de kerk van Christus is en blijft: de verspreiding van het evangelie. “Voor ons als 21e eeuwse bijbellezers zijn niet alleen de voorschriften van Paulus richtinggevend, maar ook de manier waarop Paulus met zijn context omging, en de gerichtheid op het volgen van Christus.”(blz. 21 van hun rapport). Dat betekent konkreet: “Christenen in onze tijd zijn geroepen om het evangelie met kracht te verkondigen en onnodige belemmeringen moeten vermeden worden.” (blz. 32 van hun rapport).

EN TOEN GING HET OPEENS OM DE VISIE OP HET AMBT

Tsja, je kon er natuurlijk op wachten, op al die stevige reakties ter linker- en ter rechterzijde. Het lijkt wel, alsof het op de landelijke synode van de GKV bijna nergens anders meer over gaat. De geest is duidelijk uit de fles. En die zal er ook niet in terug geduwd kunnen worden. In de diskussie zie je nu, dat de vraag of vrouwen ook ouderling of predikant mogen worden, verschuift naar de vraag hoe we in de gereformeerde traditie omgaan met de ambten. Met als teneur: onze driedeling (predikant, ouderling, diaken) is wel heel erg star als je het vergelijkt met de vele gaven, funkties en ambten in het Nieuwe Testament. En met als tweede teneur: als we dan toch vinden dat het regeerambt alleen voor mannen is weggelegd, laten we dan een kleine raad van oudsten (alleen mannen) instellen en daaronder alle verkondigende, evangeliserende, pastorale en diakonale taken hangen, die allemaal door mannen en vrouwen uitgevoerd mogen worden.

Dat vind ik een afleidingsmanoeuvre in de discussie over de vraag of de vrouw in het ambt mag, en een geforceerde oplossing om het gezag van de man over de vrouw formeel veilig te stellen. Mijn nieuwe profetie is dat we op deze manier over drie of zes of negen jaar geen stap verder zijn gekomen. Het wordt, via een andere insteek, gewoon een herhaling van zetten.

VANDAAG DE DAG: EEN TOTAAL ANDERE TIJD

Laten we eerlijk erkennen dat onze cultuur op veel punten totaal anders is geworden dan Romeins-Griekse-Joodse cultuur van 2000 jaar geleden. Soms past onze tijd gewoon op geen enkele manier meer in de kaders van toen. En dus geef ik deputaten helemaal gelijk als ze zeggen, dat we naast exegese (Schriftuitleg – wat zegt Paulus in die context) ook hermeneutiek (Schrifttoepassing – hoe gaat Paulus met zijn context om) nodig hebben. En daarna moet je de vertaalslag naar vandaag durven maken.

Dat laatste vind ik een zo spannende exercitie, dat ik haast vanzelf in de conservatieve houding verval. Het is veel veiliger om bijbelse voorschriften één op één over te zetten naar vandaag toe. Maar daarmee sluit ik niet alleen mijn ogen voor deze tijd, maar sluit ik ook de kerk van Christus op in de verleden tijd en in een eigen subcultuur. En dat noem ik dan ‘opkomen voor het gezag van Gods Woord tegenover de geest van deze tijd’, maar in feite durf ik niet op de Geest te vertrouwen. En dat komt waarschijnlijk omdat we niet genoeg geloof hebben én te weinig bidden om wijsheid.

DE INHOUD VAN HET EVANGELIE

Na deze persoonlijk, wat filosofisch-psychologisch-theologische gekleurde ontboezeming denk ik vooral na over de vraag: wat hoort tot de vormen van het Evangelie van Jezus Christus en wat behoort tot de inhoud? Ik schreef daar al eerder iets over in mijn blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/08/09/de-koffie-en-het-glas-over-winkelen-op-zondag/. Als het gaat om de verkondiging van Jezus Christus als de enige Naam op aarde die de mensen redding biedt (Hand. 4:12), vind ik het belangrijker dat dat Evangelie verkondigd wordt dan de vraag wie dat Evangelie verkondigt. Ik herinner mij een uitspraak van mijn vader, toen 30 jaar geleden in mijn geboorteplaats de toenmalige behoudende synodaal-gereformeerde kerk een vrouwelijke predikant kregen: ‘Ze hebben liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man die in Amsterdam bij Kuitert in de leer geweest is.’ Het was toen vrij gebruikelijk dat sommige vrouwen aan de Theologisch Universiteit van de CGK studeerden om daarna bijbelgetrouw predikant te worden in de voorlopers van de PKN. En dat was, als je het principeel bekeek, zoals mijn vader zei, uit twee kwaden toch duidelijk de minst slechte kiezen. Beter een Truus op de kansel die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt.

Ik vond dat een terechte opmerking van mijn vader. En ik heb lange tijd gedacht: als noodsituatie is het niet verkeerd. In noodsituaties kwamen ook Debora en Chulda bovendrijven. Maar nu ben ik van mening, dat we het niet over een noodsituatie hebben. Het gaat niet om twee kwaden. Het gaat om vorm en inhoud.

DE POPPETJES EN DE INHOUD

Er worden verschillende argumenten aangedragen die voor of tegen vrouwen in het ambt van ouderling en predikant pleiten. Het zou geweldig zijn als we het erover eens kunnen worden, dat geen van beide standpunten onschriftuurlijk is. Die gezamenlijkheid is namelijk een voornaam kenmerk van de Geest. Als dat vertrouwen er is, kunnen we ook van elkaar verdragen, dat we in deze tijd een verwijzing naar de schepping minder zwaar laten wegen dan de impact die het in onze samenleving heeft op de voortgang en de acceptatie van het Evangelie om geen vrouwen toe te laten tot de ambten.

GODS GEEST SCHRIJFT WEGEN EN DOET WEGEN

Ik weet dan al wat de critici zullen zeggen: dan pas je je aan de moderne tijd en laat je de huidige cultuur heersen over het Schriftgezag. Daarmee is de geest uit de fles. Ik denk daar nu anders over. De poppetjes horen in onze westerse cultuur niet meer bij de inhoud. Ook voor ons niet, op geen enkel terrein. Behalve in de kerk. Dat werkt vervreemdend en werpt onnodige barrières op. Daarom heb ik geen bezwaar tegen een predikant m/v – als hij of zij Christus maar publiek verkondigt. En ik heb geen bezwaar tegen een ouderling m/v – als hij of zij Christus maar bij de mensen thuisbrengt. Jezus Christus, onze gekruisigde en opgestane Heer, Hij is de inhoud van ons geloof. Die inhoud moeten we vasthouden, bewaren en uitdragen. Als we elkaar daarop vinden, is in heel de discussie over ‘vrouw en ambt’ de Geest uit de fles. Hem hebben we nodig. Want alleen de Geest leidt ons in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst ons op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat onze Heer daarmee vandaag tegen ons wil zeggen.

Lees ook mijn twee volgende blogs: Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt en Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt.

Cremeren – ja of nee

Vandaag laat de meerderheid van de Nederlanders zich cremeren in plaats van begraven. Dat is een ontwikkeling die razendsnel gegaan is. In 1950 liet nog maar 2% van de Nederlanders zich cremeren. In 1970 was dat aantal gestegen naar 15%. Daarna ging het hard. In de jaren ’90 van de vorige eeuw kwam het omslagpunt en vandaag de dag laat bijna 2/3 van de Nederlanders zich cremeren. Je komt het dus overal tegen, zou je zeggen. Toch is dat niet waar. Want onder gereformeerden komt crematie bijna niet voor. Ik heb zelf in de afgelopen 22 jaar dat ik dominee ben nog nooit een crematieplechtigheid geleid. En ik ken gemeenteleden van boven de 60 die nog nooit een crematie hebben bijgewoond. Blijkbaar kiezen bijna alle niet-christenen voor cremeren, terwijl orthodoxe christenen voor meer dan 90% de voorkeur aan begraven geven. Als dat zo is, hoe ga je dan met cremeren om? Persoonlijk als christen en ook als gereformeerde kerk?

GEEN MEDEWERKING AAN EEN CREMATIE?

In januari 2014 heb ik over ‘begraven en cremeren’ gepreekt (zie Zondag 16 HC 2014 – crematie preek en liturgie). Twee maand later schreef dominee Martin de Boer in de Gereformeerde Kerkbode van 8 maart 2014 hier ook over. Hij vindt dat je vanuit de Gereformeerde Kerk geen medewerking mag geven aan een crematie van gemeenteleden. “Het past ambtdragers van Christus’ gemeente niet om … zich officieel te presenteren bij een crematie.” (zie www.kerkbode.nl – waar na een paar maanden de artikelen digitaal na te lezen zijn). Dominee De Boer komt tot dit standpunt omdat volgens hem overduidelijk is, dat begraven de normale manier van lijkbezorging is in de Bijbel. Cremeren in de vorm van lijkverbranding komt in de Bijbel maar één keer voor vanwege een pestepidemie (Amos 6:10) en het is een schande als de lichamen van gestorven mensen verbrand in plaats van begraven worden. Bovendien belijden we in onze Apostolische Geloofsbelijdenis dat onze Heer Jezus Christus is gestorven én begraven én is opgestaan uit de dood. In 1 Korintiërs 15 verbindt Paulus de begrafenis en de opstanding van Christus aan die van ons. Hij gebruikt daarbij het beeld van het zaaien. Begraven is zaaien. Straks volgt de opstanding en komt het lichaam verheerlijkt weer tevoorschijn. Net als bij Christus.

BEGRAVEN IS BIJBELS!

Als het om de keus vóór begraven gaat, kijk ik er net zo tegen aan als dominee De Boer. Het begraven van geliefden is een prachtige symbolische handeling, waardoor je als christen een hoopvol getui­genis aflegt van je christelijk geloof – vooral van het geloof, dat het met de dood niet is afgelopen, maar dat het wachten is op de opstanding van de doden. Bij een crematie mis je voor het grootste deel de bijbelse symboliek van de graankorrel die je zaait en de weer opkomt en uitgroeit tot iets prachtigs. Zo is voor mij in elk geval begraven niet alleen maar een bijbelse gewoonte, maar ook een zaak van een positieve, christelijke levensstijl: ik geloof, ook als de dood zo dichtbij komt, in de opstanding van dit gestorven lichaam.

NIET DEMONSTRATIEF TEGEN CREMEREN

Maar ik ben het niet eens met het standpunt, dat je als Gereformeerde Kerk op geen enkele wijze kunt meewerken met een crematie, zoals dominee De Boer stelt. Of (wat hij niet zegt, maar wat ik ook nog wel eens hoor), dat wie als christen voor crematie kiest, zondigt, en dat wie als christen een crematieplechtigheid bijwoont, zondig gedrag stilzwijgend goedkeurt. We leven namelijk in een andere tijd dan een eeuw geleden. Veel mensen die toen voor cremeren kozen, deden dat vaak bewust om aan te geven dat ze niet geloofden in een leven na dit leven. Dus keerden bijna alle christenen en alle kerken zich tegen crematie.

Die tijd is voorbij. Dat afzetten tegen het christelijk geloof kom je bij de meeste crematies niet meer tegen. In z’n algemeenheid is het wel waar wat prof. Douma op blz. 159 van zijn boek Rondom de dood schrijft: “Crem­atie is een symptoom van onze gesecu­lariseerde wereld. We kunnen de groei­ende voorkeur voor creme­ren niet los­denken van heel de moderne levens- en wereldop­vatting, zelfs als men crema­tie ‘slechts’ verdedigt als de gezond­ste, goed­koopste, vlugste en netste manier van lijkbezorging.” Maar dat wil nog niet zeggen, dat iemand die zich laat cremeren, dat uit anti-christelijke motieven doet. Dus moet je als christenen ook niet meer principieel afwijzend tegenover elke crematie staan en als gereformeerde kerk daar zó demonstratief op tegen zijn, dat je elke medewerking aan een crematie weigert.

ZELF POSITIEF KIEZEN VOOR BEGRAVEN

In onze tijd zijn er gewoon twee opties: begraven of cremeren. Je kunt nu dus kiezen, ook als christen. Het mooie daarvan is, dat je niet meer ergens op tegen hoeft te zijn. Je kunt nu heel goed duidelijk maken, waarom je zelf vol overtuiging ergens vóór bent. Ik geloof echt, dat dat een veel positievere insteek is. Vanuit de Bijbel kan ik heel goed duidelijk maken, waarom ik als christen zelf vanuit mijn geloofsover­tuiging ervoor kies om straks begraven te willen worden. Die optie wordt volgens mij in de Bijbel zo duidelijk aangewezen, dat he best mag zeggen dat het ook vandaag voor een christen nog echt de voorkeur verdient boven cremeren. Maar zonder elkaar te veroordelen of af te schrijven als iemand toch voor crematie kiest.

Want van je eigen gedrag gaat het meest een getuigenis uit. Daar raakte ik ruim 20 jaar geleden van overtuigd, toen ik mij voor het eerst in dit onderwerp moest verdiepen. De kerkeraad van de GKV van Zaamslag, waar ik toen dominee was, wou zich alvast bezinnen op dit onderwerp, omdat het omslagpunt van begraven naar cremeren toen net bereikt was. Ik kwam toen het volgende stukje tegen in het landelijke kerkblad van de Gereformeerde Gemeente.

Vanuit dit alles mag het duidelijk zijn, dat we ons verre moe­ten houden van het crematorium. Als een predikant meent dat hij aan­wezig moet zijn bij een crematie om daar het Evangelie te laten horen, dan bedriegt hij zichzelf. Zijn boodschap wordt ont­kracht. Hij hoort daar niet. En dat geldt ons allemaal. Wij mogen door onze tegenwoor­digheid geen deel hebben aan dit heidense gebruik. Wie zwijgt stemt immers toe? Gezien onze belijdenis is het ons onmoge­lijk om een crematie bij te wonen of op eni­gerlei wijze onze medewerking hieraan te geven. Kost het ons vriendschap of klandizie, het zij zo. De gunst des Heeren moet ons meer waard zijn dan de gunst van men­sen.

Ik heb daar toen in het regionale kerkblad van het Zuiden daar als volgt op gereageerd.

Wat voor indruk maken wij als gelovi­gen op mensen, als wij op het allerzwaarste moment van afscheid nemen niet naast hen willen staan? (…) Daar komt nog een belangrijk aspekt bij. Hóe leggen wij als we sterven een christe­lijk getuige­nis af van ons geloof in de opstanding? Door onze eigen begrafenis! Níet door on­ze af­wezigheid op de crematie van onze collega of buur­man. Integendeel: wie goed doet, zal goed ontmoeten. Als wij als christenen óns meele­ven be­to­nen, ook door op een crematie aan­wezig te zijn, zullen zij ook hun mee­leven beto­nen, door op de begrafe­nis van ónze ge­liefden aan­wezig te zijn. Dan mag je hopen en bid­den, dat door het christe­lijk karak­ter van zo’n  be­grafenis er een getuigenis uit­gaat van het geloof waarin wij leven en ster­ven.

Uiteindelijk is dat het belangrijkste. Geloof je dat niet de dood, maar Jezus Christus het laatste woord heeft? Hoe laat je dat merken als je zelf in diepe rouw bent? En hoe laat je dat merken als je met anderen meeleeft?

P.S.: in de preek n.a.v. Zondag 16 ga ik dieper in op de Bijbelteksten over dit onderwerp en de conclusies die je daar verder uit kunt trekken. Zie Zondag 16 HC 2014 – crematie preek en liturgie

‘TE VROEG OF TE LAAT, MAAR NIET DUBBEL’

– over één doop tot vergeving van zonden –

“Eén van de ongelukkigste kerkscheidingen heeft te maken met de doop.” Dat is de zin waarmee de Amerikaanse theoloog J.I. Packer in zijn boek Groeien in Christus  het onderwerp ‘De doop en kleine kinderen’ behandelt (blz. 112-114). Een half jaar geleden gaf ik op mijn weblog  weer, wat Packer over het verband tussen doop en belijdenis schreef. Voor wie het nog eens lezen wil: https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/10/23/waarom-zou-ik-belijdenis-doen/

Op die blog kreeg ik verschillende reakties. Een aantal ging over de vraag over waarom sommige christenen de kinderdoop niet erkennen en daarom die doop vaak zelfs nog een keer over doen. Wat Packer daarover zegt vind ik zo waardevol, dat ik het (iets ingekort en deels in eigen woorden) hier weergeef, met tussen vierkante haken soms wat aanvullende opmerkingen en aan het van deze blog nog wat eigen gedachten.

WEL OF GEEN KINDEREN DOPEN?

Niemand zal beweren dat alle kinderen gedoopt moeten worden, maar in de meeste kerkgenootschappen worden kinderen van gedoopte ouders [in de meeste gereformeerde kerken: die zelf belijdenis van hun geloof hebben afgelegd] gedoopt. Voor de baptisten is dit echter geen doop (want kleine kinderen kunnen immers de vereiste geloofsbelijdenis niet uitspreken) of zij zien het als een onrechtmatige doop (want, zo zeggen zij, het is niet duidelijk apostolisch en ook pastoraal gezien niet verstandig). Door alle baptisten wordt erop aangedrongen de doop uit te stellen totdat er sprake is van bewust geloof. Anderzijds hebben sommigen uit de verbondstheologie afgeleid, dat God heeft bevolen dat de baby’s van gelovigen allemaal gedoopt moeten worden. Velen zijn van mening dat, hoewel de kinderdoop door de kerk zelf is ingesteld, deze toch een betere theologische, historische en pastorale grond heeft dan wat de baptisten willen. Dus moet men volgens hen de kinderdoop waarderen als ‘beter passend bij de instelling van Christus’. [In veel gereformeerde kerken stemmen de ouders in met de uitspraak dat een kind van gelovige ouders ‘in Christus voor God heilig is en daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn’.]

VOOR KINDERDOOP – MAAR GEEN GODDELIJK BEVEL

De besnijdenis van de jongetjes onder het oude verbond op Gods bevel (in Gen. 17:9-14), gekoppeld aan Paulus’ verzekering (in 1 Kor. 7:14) dat onder het nieuwe verbond de kinderen van de gelovigen samen met de ouders ‘geheiligd’ (toegewijd aan God en aangenomen door Hem) zijn, geeft vele bijbelgetrouwe christenen de overtuiging dat de kinderdoop juist is. Als de ouder-en-kind-saamhorigheid onder Gods verbond een onveranderlijk feit is, waarop Gods vroegere bevel van de besnijdenis (het toenmalige verbondsteken voor jongetjes) was gebaseerd, hoe kan men dan nu de doop (het teken van het nieuwe verbond) aan kinderen onthouden?

Bovendien is het wel bijna zeker dat de apostelen de kinderdoop praktiseerden. De ‘huizen’ (dat wil zeggen huishoudingen met uitgebreide gezinnen) van Lydia, van de gevangenisbewaarder in Filippi en van Stefanas werden gedoopt (Hand. 16:15, 16:33 en 1 Kor. 1:16). Het is moeilijk te geloven dat Lukas en Paulus ‘huis’ gezegd zouden hebben zonder verdere aanduiding, als ze ons hadden willen doen begrijpen dat baby’s principieel van de doop uitgesloten waren.

Hierdoor is de kinderdoop van tegenwoordig zeker gerechtvaardigd. Toch moet ook worden toegegeven, dat nergens in de Schrift staat, dat het dopen van kinderen een goddelijk bevel is.  We mogen ervan uitgaan, dat de goddelijke Auteur, die de menselijke schrijvers bestuurde, dat ook niet heeft willen doen.

TEGEN KINDERDOOP – MAAR NIET DOORSLAGGEVEND

Tegelijkertijd kunnen ook de argumenten tegen de kinderdoop niet doorslaggevend genoemd worden. 

*1* Er wordt beweerd dat het belijden van het geloof deel uitmaakt van de doop. Maar het Nieuwe Testament zegt dit nergens; het is een aanvechtbare gevolgtrekking uit feit dat in het Nieuwe Testament, maar ook later, volwassenen nooit werden gedoopt zonder zo’n belijdenis te hebben afgelegd. 

*2* Er wordt als argument aangevoerd, dat van gedoopte kinderen nooit geëist kan worden dat ze belijdenis van hun geloof zullen doen. Maar gelovige ouders die hun kinderen lieten dopen, wijzen hun kinderen op de noodzaak van persoonlijke bekering en op persoonlijk geloof; zij sporen ze aan om zelf en oprecht hun zonden en geloof te belijden als ze daar oud genoeg voor zijn. Om als volwassene een volwaardig lid van de kerk te kunnen worden, staat de persoonlijke belijdenis centraal. Met andere woorden, de kinderdoop eist bekering van de volwassene die als kind gedoopt is.  

*3* Er wordt beweerd dat de kinderdoop de leer van de veronderstelde wedergeboorte en verlossing zonder geloof aanmoedigt. De baptisten schudden hun hoofd als ze bij de doop horen hoe dit kind door zijn doop een lid van Christus en een kind van God en mede-erfgenaam van het Koninkrijk der hemelen is geworden. Maar hiermee wordt alleen maar gezegd, dat God van zijn kant deze geestelijke zegeningen en voorrechten ook aan de kinderen van de gelovigen belooft. Willen ze ooit werkelijk ontvangen worden, dan moeten ze eerst bevestigd worden door het geloof in Christus. Zoals een Anglicaanse aartsbisschop lang geleden schreef: ‘Ik heb er alleen profijt en voordeel van als ik begrijp welk geschenk God in de doop voor mij heeft verzegeld en als ik er inderdaad mijn hand op leg in het geloof.’

VOOR DE EEN TE VROEG – VOOR DE ANDER TE LAAT …

De baptisten dragen kinderen op (een ‘droge doop’ in de ogen van de kinderdopers) en dopen later met water. Protestanten, gereformeerden en katholieken dopen de kinderen die later belijdenis van hun geloof afleggen (een ‘droge doop’ in de ogen van de baptisten). Het zou niet moeilijk moeten zijn voor kinderdopers en voor volwassendopers om in wederzijds respect elkaar hierin te vinden, want bijbels en pastoraal gezien zijn beide praktijken (Gode zij dank) parallel van betekenis.

…DUS WAAROM DAN TOCH DUBBEL?

Met bovenstaande zinnen eindigt Packer zijn hoofdstuk. Het zou mij heel wat waard zijn, als evangelischen/baptisten en gereformeerden in elk geval van elkaar zouden accepteren, dat we het bij één doop houden. De eenheid die de Geest ons geeft bestaat ook uit één doop, zegt Paulus in Efeziërs 4:5 en dat spreken christenen wereldwijd ook uit met de geloofsbelijdenis van Nicea: ‘Wij belijden één doop tot vergeving van zonden.’ Dan kun je van elkaar vinden dat de doop te vroeg of te laat bediend wordt, maar een dubbele doop, dat kan en mag bijbels gezien niet.

Helaas is mijn optimisme dat we elkaar in één doop kunnen vinden, er in de ruim 30 jaar dat ik predikant ben, niet groter op geworden. Alle ‘kinderdopers’ (om de term van Packer te gebruiken) hebben geen moeite met de volwassendoop. Ze dopen immers zelf ook volwassenen die op latere leeftijd tot geloof komen. Vaak kunnen ze zelfs wel accepteren dat andere christenen hun kinderen de keus laten om zich pas bij hun geloofsbelijdenis als volwassene te laten dopen. Dat is dan weliswaar ‘te laat’, omdat je God zo’n twintig jaar laat wachten voor Hij zijn beloften, die Hij zo graag aan de gelovigen én hun kinderen wil geven, op iemand mag zetten. Maar uiteindelijk komen Gods keus voor mij (in de doop) en mijn keus voor God (in mijn belijdenis) bij elkaar.

PACKER TE OPTIMISTISCH

Maar Packer is te optimistisch als hij denkt dat baptisten zich omgekeerd ook in de praktijk van de kinderdoop kunnen vinden, ook al passen ze die niet toe in hun eigen gemeente. Want veel baptisten zien de doop niet, zoals Packer wel doet, als teken van Gods beloften die een leven lang gelden en meegaan. Ze vinden echt dat “de doop een teken van jouw antwoord op Gods aanbod van vergeving van zonden en eeuwig leven. Dáárvan leg je getuigenis af in de doop.” (citaat uit het boek ‘Dopen en laten dopen’ van E.W. van der Poll, p. 130)

Ja, dan wordt het natuurlijk onmogelijk om de kinderdoop als een echte doop te aanvaarden, ook al vind je dat die twintig jaar ‘te vroeg’ plaatsvond, omdat het beter is om Gods beloften en de gelovige aanvaarding daarvan dichter op elkaar te laten aansluiten. Want de doop ís voor veel baptisten niet God tastbare belofte aan jou. En dus is de kinderdoop, met alle respect voor de bedoeling van de gelovige ouders, geen echte doop, maar een jammerlijke dwaling, zoals een baptistenvoorganger mij eens vertelde.

WAT GOD BELOOFT VRAAGT OM GELOOF

Dat laatste vind ik ook, maar dan juist omgekeerd. Als God zijn stempel al op mijn leven gezet heeft, hoef ik bij mijn belijdenis God niet nog een keer te laten uitspreken dat Hij mij werkelijk op zijn Drie-Enige Naam zet. Natuurlijk vraagt de doop om persoonlijk geloof. Of je nu als volwassene of als kind gedoopt wordt. Maar in de kern van de zaak gaat het om de vraag: waar zet de doop een streep onder? Onder wat God belooft of onder wat jij gelooft? Volgens mij is de Bijbel daar in grote lijnen vrij duidelijk over. De doop is Gods ‘getuigenis’ aan mij: Hij neemt mij dankzij het offer van Jezus Christus weer aan tot zijn kind. En wat Hij beloofd heeft, blijft van kracht, mijn leven lang. Dat hoeft dus nooit opnieuw te gebeuren. Er is maar één doop tot vergeving van zonden. God vraagt niet aan zijn kinderen of ze zich nog een keer willen laten dopen. Hij vraagt of ze hun leven lang erop willen vertrouwen dat Hij hun Vader, Verlosser en Vernieuwer is. De doop vraagt om geloof. Bij je belijdenis. En telkens weer. Voel maar aan je voorhoofd als je als kind gedoopt bent. Herinner je hoe je ondergedompeld of besprenkeld werd toen je als volwassene gedoopt werd. God heeft zijn Naam op jouw leven gezet en jouw naam in zijn handpalm gegrift. Dat zegt je doop!

Over de kinderdoop schreef ik nog een paar blogs:
Wanneer laat je je kind dopen?
Sela over de doop
Kinderdoop normaal – uitstel soms – herdoop nooit

Op weg naar Pasen met U2 – JIJ OOK?

Vrijdag 23 maart – Dag 1

Op weg naar Pasen zeg ik: ”Are we tough enough for ordinary love?” Jij ook?
Ordinary love – single   http://www.youtube.com/watch?v=jGjdZX-pK7s

 

Zaterdag 24 maart – Dag 2

Op weg naar Pasen zeg ik: “I wanna go to the foot of the messiah, to the foot of he who made me see, to the side of a hill where we were still.” Jij ook?
With a shout – October   http://www.youtube.com/watch?v=mYB3x7mtz70

 

Zondag 25 maart – Dag 3

Op weg naar Pasen zeg ik: “Grace, it’s the name for a girl, it’s also a thought that changed the world.” Jij ook?
Grace – All That You Can’t Leave Behind   http://www.youtube.com/watch?v=8Zk26KXSH3g

 

Maandag 26 maart – Dag 4

Op weg naar Pasen zeg ik: “Teach me, I know I’m not a hopeless case.” Jij ook?
Beautiful Day – All That You Can’t Leave Behind   http://www.youtube.com/watch?v=LXrJdOD5syo

 

Dinsdag 27 maart – Dag 5

Op weg naar Pasen zeg ik: “So I try to be like You, try to feel it like You do, but without You it’s no use. I wish You were here.” Jij ook?
Stranger in a strange land – October   http://www.youtube.com/watch?v=H-doD3F8ZEQ

 

Woensdag 28 maart – Dag 6

Op weg naar Pasen zeg ik: “What no man can own, what no man can take – take this heart and make it break.” Jij ook?
YAHWE – How to dismantle an atomic bomb  https://www.youtube.com/watch?v=GkEQS5SJZPU

 

Donderdag 29 maart – Dag 7

Op weg naar Pasen zeg ik: “Only love, only love can leave such a mark, but only love, only love could heal such a scar.” Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=Yi52HjJbwVQ

 

Goede Vrijdag 30 maart – Dag 8

Op weg naar Pasen zeg ik: “You broke the bonds, You loosed the chains, You carried the cross and my shame. You know I believe it.” Jij ook?
I still haven’t found what I’m looking for – The Joshua Tree   http://www.youtube.com/watch?v=O_ISAntOom0

 

Stille Zaterdag 31 maart – Dag 9

Op weg naar Pasen zeg ik: “Wake up, wake up dead man. I know you’re looking out for us, but maybe your hands aren’t free.” Jij ook?
Wake up, dead man – Pop  https://www.youtube.com/watch?v=kiuQ7zIIswY (Nederlandse ondertiteling)

 

Eerste Paasdag 1 april – Dag 10

Met Pasen jubel ik: “Justified till we die, you and I will magnifify The Magnificent!” Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=1boiDzWt6k4

 

Tweede Paasdag 2 april – Dag 11

Na Pasen voel ik me soms net Thomas: “I believe in the Kingdom come, but I still haven’t found what I’m looking for.” Jij ook?
I still haven’t found what I’m looking for – The Joshua Tree   http://www.youtube.com/watch?v=Pb1XXs7e7ac

 

Dinsdag 3 april – Dag 12

Na Pasen weet ik: I was born to sing for You, I didn’t have a choice but to lift You up and sing whatever song You wanted me to. Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=Ghyf1Gp0RdM

GEKOMEN            naar de wereld

GELEEFD               onder ons

GESTORVEN         in onze plaats

Kruis Jezus tekening

GESCHONKEN      echte vrijheid

PAASFEEST:           onze vrijheid, duur betaald!

DANK U JEZUS

De barmhartige Marokkaan

In de dagen na de gemeenteraadsverkiezingen  scanderen sommige Nederlanders ‘Minder! Minder!’ en komen de kerken in Nederland als reactie daarop met de slogan: ‘Wij geloven in meer’. In ons plaatselijk kerkblad De Bouwsteen schreef Jenst Jan Mertens (stagair kerkelijk werk in onze gemeente) op 26 februari 2014 een verhaal over de barmhartige moslima. Wat mij betreft een prima stuk om wat breder onder de aandacht te brengen – met toestemming van Jenst Jan en met hier en daar een kleine wijziging – ik mocht er niet teveel in minderen of er iets wilders van maken.

De barmhartige moslima

JOOST heeft geen gemakkelijke tijd achter de rug. Een ski ongeluk heeft zijn voet verbrijzeld, waardoor hij nu kreupel loopt. Het gevolg: ontslag gekregen van zijn werk, een bijstandsuitkering, een vriendin die er niet mee om kon gaan en een depressie. Dankzij een traject bij het GGZ gaat het nu weer de goede kant op. Joost is net komen wonen in de wijk. Hij heeft een leuk appartementje kunnen huren van Actium aan één van de Akkers. Na een tijdje randlid te zijn gaat hij sinds lange tijd weer eens naar de kerk. Een nieuwe plek, een nieuw begin. Hij heeft zijn attestatie nog niet ingeleverd, die moet nog opgevraagd worden. De dienst was ongeveer zoals hij gewend was. Zingen, bidden, een preek …. Hij heeft nog niet veel zin om met Jan en allemaal te gaan kletsen, dus hij loopt zo snel mogelijk als hij nog kan naar zijn fiets en wil naar huis. Maar hij is nauwelijks onderweg en merkt dat zijn beide banden lek zijn. En alsof dat nog niet genoeg is, begint het ineens donker te worden, en valt de regen met bakken uit de hemel. Daar strompelt Joost. Met zijn fiets aan de hand, geen paraplu of regenjas mee, zijn kraag hoog opgetrokken. Door de gevolgen van de depressie heeft Joost nog weinig energie. En hierdoor komt het dat hij niet verder kan en uit moet rusten onder een boom bij de rotonde van de Smetanalaan en de Europalaan. Kletsnat, niet in staat om verder te gaan. Zich vastklampend aan een boom.

Dan komt er een auto aan. ANNET heeft een drukke dag. Eerst stond ze ingeroosterd voor het welkomcomité om bij de deur te staan, de kerkdienst duurde langer dan verwacht omdat er weer een doopdienst was, en nu moet er snel worden gegeten, want het hele gezin moet ’s middags bij haar moeder in Beilen zijn. Die viert vandaag namelijk haar verjaardag. Bij de rotonde kijkt ze uit gewoonte links en rechts of er ook verkeer aan komt. Ze stopt om voorrang te verlenen aan een auto, en ziet dan een zwerver tegen een boom staan. ”Nee, wacht”, denkt ze, “die man ken ik. Die heb ik voor de dienst nog een hand gegeven.” Binnen een seconde schieten de gedachten door haar hoofd: helpen, de verjaardag van mijn moeder, druk, druk, druk…. “Stomme kerel ook!” denkt ze, “er was toch ook regen voorspeld, en ik wil ook geen vreemde kerel zomaar meenemen!! Laat een ander hem maar oppikken, ik heb er nu geen tijd voor hoor!” Ze drukt het gaspedaal in en laat Joost in de stromende regen staan.

Vlak daarna komt BAS. Bas had vandaag dienst als diaken om de collecte op te halen. Daarom was Bas één van de laatsten die de kerk verliet. Nu scheurt hij naar huis in zijn gloednieuwe tweedehands auto. Hij is er trots op en erg zuinig. Alles is origineel, er zit nog geen krasje op en hij ruikt zelfs nog een beetje nieuw. Dan ziet ook hij Joost staan. Ook hij herkent hem. Joost viel hem op, omdat hij niets in het zakje deed. “Tja, wat moet ik nu met hem. Ik ken die man niet eens, straks is het één of andere zwerver waar ik niet meer van af kom. Ik heb eigenlijk geen zin om mijn auto helemaal nat en smerig te hebben. “ en ook Bas rijdt door.

Even later komen ACHMED & FATIMA er aan gereden. Ze hebben het weekend bij zijn ouders doorgebracht om het suikerfeest te vieren. Fatima wordt met ontferming bewogen op het moment dat ze Joost ziet zitten. Ze sommeert Achmed te stoppen, en samen pikken ze Joost op, helpen hem in de auto en rijden naar hun huis. Daar krijgt Joost wat schone kleding van Achmed, een bak sterke maar warme Turkse koffie, terwijl Achmed terug gaat om Joost zijn fiets op te halen, waarna hij zorgt dat de banden gemaakt worden.

Lucas 10:36-37 ‘Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer?’ (…) 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Het motief om te dienen

Dit stukje staat in het kader van het diakonaat. In de Bijbel is liefde het motief om te dienen. Dit blijkt ook bij de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De eerste en eigenlijke aanleiding voor deze gelijkenis was de vraag van een wetgeleerde hoe je deel kunt krijgen aan het eeuwige leven. Dan noemt Jezus allereerst het liefdegebod. Vervolgens vraagt de wetgeleerde wie zijn naaste is. Er staat “om zich te rechtvaardigen.” De geleerde vond wat hij deed en zichzelf al heel wat. Alle geboden naleven die de wet eiste.

Zou het niet heel prettig zijn als Jezus de term “je naaste” nu zou beperken tot: je eigen gezin, je kring, de gemeente waar je aan toe behoort of het kerkgenootschap waar je lid van bent. Want ja, hebben we daar inderdaad niet onze handen al vol aan? Maar dat doet Jezus niet. Jezus benadrukt dat het liefde motief, geen beperkingen heeft. Alleen liefde voor je eigen omgeving of ‘eigen volk eerst’ is een voorwaarde stellen aan de liefde. Terwijl God zich in de Bijbel heel duidelijk uitstrekt naar heel de wereld (1Tim 2: 1-6).

En wat doe jij? Vind je dat je als christen ook een taak hebt in het dienen van “de wereld”? Of laat je zorg voor buiten de kerkelijke gemeente liever over aan je niet gelovige collega, een gemeentelijke instelling, of andere mensen en organisaties?

JJM

 

De CHRISTENUNIE en de DOMINEE

Wie ken dat liedje over ‘de dominee van Amersfoort’? Boudewijn de Groot bezong hem in 1977. Het was niet zo’n beste man, want hij versleet vier vrouwen. En na zijn dood ging nummer vier van tierelierelier met de voorzitter van het kerkbestier.

Dominee wil in gemeenteraad

Tegenwoordig heeft Amersfoort een dominee die beter bekend staat, namelijk Ron van der Spoel. Hij is predikant van de protestants-gereformeerde Kruispuntgemeente (PKN-CGK-NGK) in de wijk Vathorst en staat als nummer twee op de lijst van ChristenUnie in Amersfoort. Het Nederlands Dagblad van vrijdag 14 maart 2014 interviewde hem daarover.

Ook in Assen heeft de ChristenUnie twee predikanten op de lijst staan: mijn collega Sieds de Jong van de GKV Assen-Kloosterveen en ikzelf – als nr. 15 van de 15.

Sommige mensen vragen zich af: is dat wel verstandig om jezelf als predikant in de politiek te begeven door op de kieslijst van een politieke partij te gaan staan?

Ron van der Spoel geeft in het artikel een paar argumenten waarom hij graag als dominee de politiek in wil. Hij wil graag door de week in de praktijk brengen wat hij op zondag preekt. In de Bijbel staat immers dat je als christen niet alleen het goede voor je eigen kerk moet zoeken, maar voor de hele samenleving. Die opdracht kregen de joden in ballingschap al toen Jeremia hen namens God  de opdracht gaf: “Bid tot de HEER voor de stad en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.”

Christen ben je altijd en overal

Voor mij is dat ook een belangrijke reden om als laatste man de lijst van de ChristenUnie in Assen een duwtje te geven. In 2010 was ik dat ook al. Toen heb ik de volgende motivatie gegeven:

Ik draag de christelijke politiek een warm hart toe en wil me daar op eigen plaats en manier graag voor inzetten. Een symbolische plaats op de lijst van de ChristenUnie past daar wel goed bij. Iemand noemde mij de ‘hekkensluiter’ van de lijst, maar met die typering ben ik niet zo blij. Als pastor hoop ik juist dat door het openstaande hek van het Evangelie van Jezus Christus veel mensen de grazige weiden van Gods verlossende liefde binnen zullen lopen. Zo hoop ik ook dat mijn laatste plaats op de ChristenUnie-lijst niet voor mensen de deur dicht doet om op de ChristenUnie te stemmen, maar juist een laatste stimulans kan zijn om straks toch maar op de ChristenUnie te stemmen.

En ik schreef erbij:

De dominee wordt dus niet politiek aktief en blijft zich voor de volle 100% op zijn roeping als predikant concentreren. De gemeente is voor mij niet de stad Assen, maar de kerk van Assen-Peelo. Maar ik wil wel graag medechristenen erop attenderen dat van ons allemaal gevraagd wordt om zout te zijn en licht te verspreiden en, als kerk en christenen samen, een stad op een berg te zijn. Ook in de politiek. Persoonlijk steek ik daarbij mijn voorkeur niet onder stoelen of banken – of, om het bijbels te zeggen: als je een lamp aansteekt, zet je die niet onder een bed neer, maar op een standaard zodat hij licht geeft voor iedereen in het huis. Dus laat maar schijnen, die lamp van het geloof – ook in het huis van  de samenleving; ook door naar eer en geweten je stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Als dominee geef ik geen stemadvies. Als christen laat ik iedereen wel mijn voorkeur weten. Als dominee zeg ik wel: wie niet stemt verbergt zichzelf als christen en laat zijn licht niet schijnen in de samenleving.  

Politieke dominee?

Vier jaar geleden reageerde mijn PKN-collega Bert Altena daar via zijn weblog op (http://www.bertaltena.com/dominee-in-de-politiek). Het lijkt hem “niet juist om je als predikant met één bepaalde partij te afficheren buiten het stemhokje. Dat levert altijd misverstanden op. (…) Wie als predikant zich met één partij identificeert, werpt een onnodige barrière op voor anderen om jou als predikant in vrijheid en vrijmoedigheid te benaderen. (…) Natuurlijk wordt zijn lijstduwerschap als een stemadvies opgevat en dat gegeven kun je niet wegdenken als je zondag bij hem in de kerk zit of hem maandag als pastor ontvangt.”

Ik snap Bert wel. Twee dagen later ging hij nog een keer op dit onderwerp in (http://www.bertaltena.com/dominee-in-de-politiek-2). Deze keer omdat er in het Assen-brede PKN-kerkblad een interview stond met de lijsttrekker van het CDA in Assen. Toen kwam ook een ander argument naar voren waarom hij als PKN-predikant zo terughoudend is om zijn politieke overtuiging aan iedereen kenbaar te maken: “Dit doet geen recht aan de politieke verscheidenheid onder ons lezerspubliek.”
Binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) is die verscheidenheid minder groot, vermoed ik. Dat komt ook, omdat de bandbreedte binnen onze kerken minder groot is. We geloven allemaal in Jezus Christus als onze Verlosser én als ons voorbeeld voor ons christen-zijn. Ik denk ook dat kerkleden heel goed onderscheid kunnen maken tussen wat een predikant zondags vanaf de preekstoel zegt en hoe een predikant door de week zijn christen-zijn invult.  Daarom heb ik me dit jaar weer met vrijmoedigheid op de lijst voor de ChristenUnie laten zetten. Dit keer met de volgende motivatie:

Graag wil ik de positie als lijstduwer innemen, omdat ik van mening ben dat ook in onze stad Assen het geluid van de ChristenUnie niet gemist kan worden. Ik ben predikant van de Gereformeerde Kerk van Assen-Peelo en sta in de wijk bij velen bekend als ‘de dominee van Peelo’. Dat laatste komt o.a. door een aktieve betrokkenheid op de wijk waarin ik woon. Dat doe ik omdat ik geloof dat we als christenen het goede voor de stad moeten zoeken. Daar wil ik vanuit mijn positie graag aan bijdragen. Ik denk dat de aanwezigheid van één of meer predikanten op de lijst van de ChristenUnie aangeeft, dat kerk en samenleving geen twee gescheiden circuits zijn. Misschien dat ik daarmee sommige kiezers het laatste duwtje kan geven om bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 op de ChristenUnie te stemmen.

Geen stemadvies vanaf de kansel …

En of ik dan zondags in de kerk voor de ChristenUnie bidt?  Nee, dat doe ik niet. Op de preekstoel is partijpolitiek uit de boze. Wel bid ik in de weken voor deze verkiezingen voor christenen die als een Daniël in de plaatselijke politiek aktief zijn. En ik durf ook wel te zeggen, dat christenen door het uitbrengen van hun stem op mede-christenen. Want als  dat niet meer gebeurt, waar wordt dan in de politiek nog gehoord en getoond dat Gods adviezen goed zijn voor alle mensen en dat Godd Woord voor heel de samenleving een licht op het pad is?

Dus vanaf de preekstoel roep ik iedereen op: breng als christen je stem uit!

… maar wel vanaf hier!

ChristenUnie ErnstVanaf deze plek zeg ik er uit volle overtuiging bij: doe dat door in Assen op de ChristenUnie te stemmen. Dat is een partij die er openlijk voor uitkomt, in Assen te geloven. Hoe je het ook opvat. Daar geef ik op 19 maart graag mijn stem aan. In de hoop dat velen dat met wij doen en de ChristenUnie straks met een handvol heel geschikte én gelovige mensen in de gemeenteraad van onze prachtige stad Assen zit.

 

 

Kieviten in de lente – Biddag in de kerk

Kievit KarlaIk word altijd helemaal blij als het voorjaar wordt. Vooral wanneer ik de eerste kieviten weer zie verschijnen. In de maand maart wordt altijd het eerste kievitsei gevonden – het is nog altijd een mooie gewoonte in Friesland, al mag je de  eieren niet meer mee naar huis nemen. Ja, als ik de eerste kieviten zie én op het PVT het lied ‘Lente in Twente’ van Toontje Lager hoor,  krijg ik het voorjaar weer behoorlijk in mijn bol. In de lente roept, als je er oog voor hebt, in feite heel de natuur: ‘Ere zij God!’ Want dan zie je het beste, hoe God de hele aarde weer nieuw maakt en voor heel zijn schepping zorgt.

Biddag sneeuwklokjes 3In onze Gereformeerde Kerken houden we elk jaar aan het begin van de lente een ‘biddag voor gewas en arbeid’. Dat doen we altijd op een doordeweekse dag, namelijk op de tweede woensdag van maart. Ik vind dat een zinvol gebruik. Je laat er als christen mee zien, dat geloven niet alleen iets is voor de zondag, maar dat je er ook op vertrouwt dat God in de gewone dingen van elke dag voor je zorgt.

Psalm 147 roept de mensen enthousiast op: Zing een lied voor onze God – voor Hem die de hemel met wolken bedekt, die de aarde met regen doordrenkt, die het gras op de bergen laat groeien, die voedsel geeft aan de dieren, aan de roepende jongen van de raaf.  Op die God kun je aan, dus staat er meteen bij:  vreugde vindt de HEER in wie Hem eren en in wie hopen op zijn liefde en trouw.

Biddag narcissen 3Ook Jezus Zelf roept de mensen op om zich geen zorgen te maken maar op God te vertrouwen. In Lukas 12 zegt Hij: Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. En meteen daarna: Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken  niet en weven niet, maar God bekleed hen met zoveel zorg dat ze mooier zijn dan Salomo in al zijn prachtige kleren. En Jezus trekt de konklusie: Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever zijn koninkrijk, en die ander dingen zullen je erbij gegeven worden.

Biddag tulpen 2

Foto: Mieke Croos, via Wikimedia Commons

De dichter van Psalm 147 en Jezus in Lukas 12 verwijzen naar de natuur en vooral naar de lente om het geloof in God erin te houden. Zoals Hij voor zijn schepping zorgt, zo zorgt Hij ook voor jou. En als je dan zelf dat vertrouwen niet op kunt brengen en je maakt je zorgen over wat het komende jaar brengen zal als het om werk en inkomen gaat of om je gezondheid – kijk dan eens om je heen nu het lente wordt. In Israel had je de lelies op het veld. Maar ook in Nederland zie je als het lente wordt aan alle kanten de bloemen weer opschieten. Eerst de prachtige sneeuwklokjes – voorboden van een nieuw seizoen. Daarna de kleurige krokusjes die soms hele grasvelden bedekken. Vervolgens de narcissen die trots staan te pronken. En tenslotte komen daar de tulpen – de trotse voorjaarsbloem van Nederland. En dat komt elk jaar allemaal weer naar boven! Zie je wel dat God goed voor zijn schepping zorgt? Als het dan weer biddag voor gewas en arbeid wordt, zeg ik met Psalm 147:  Blijf met je hart voor Jezus open op zijn genade en liefde hopen. Psalm 147 - krokus

VOOR ALTIJD IN MIJN HART

Voor altijd in mijn hart - JezusJe hoort het mensen vaak zeggen  als er iemand overleden is van wie je heel veel hield: je man of vrouw, je kind, je ouders, je beste vriend of hartsvriendin. Je kunt hen niet missen. Hij of zij is ‘voor altijd in ons hart’.

Maar ook rond Valentijnsdag, op 14 februari, wordt het veel gezegd. Met speciale kaartjes waarop bijvoorbeeld staat: “Jij bent liefdevol, behulpzaam en warm. Daarom ben jij voor mij het lichtpuntje in mijn leven.  Je zit voor altijd in mijn hart.” Hemelvaart omhoog kijkenHetzelfde geldt voor veel ouders: ze dragen hun kinderen voor altijd in hun hart.

De afgelopen tijd besefte ik, dat je het nog op een heel andere manier kunt ervaren. ‘Voor altijd in mijn hart’ is niet alleen werkelijkheid als het om mensen gaat van wie je hield of houdt. Het is ook werkelijkheid voor wie christen is. Ook bij het Avondmaal gebruiken we die uitdrukking. Dan zeggen we immers tegen elkaar: “Kijk omhoog, naar Jezus Christus en bewaar de herinnering aan zijn dood voor eeuwig in je hart.”

GELOVEN = EEN PERSOONLIJKE RELATIE

Waar ik steeds meer van doordrongen raak is dit: in het christelijk geloof gaat het niet om de regels. Het gaat zelfs niet om de Bijbel als boek van normen en waarden. Als dat zo is, verlies je je geloof of zet je het op een lager pitje, zo gauw er iemand in je leven komt van wie je heel veel houdt; of wanneer je echt voor een belangrijk doel in je leven gaat. Idolen en idealen winnen het altijd van normen en waarden. En relaties doen het altijd beter dan regels.

In het christelijk geloof gaat het ook om een relatie. Het gaat om persoonlijk kontakt. God is een Persoon: mijn Vader in de hemel. Jezus is een Persoon: mijn Redder en Heer. Geloven is geraakt worden en een hartelijke, hartverwarmende relatie krijgen metHeilige Geest duif die twee Personen.

Dat is, als ik naar mezelf kijk, nog niet zo gemakkelijk. Paulus kan wel zeggen: ‘‘Voor mij is leven Christus” en “Christus leeft in mij”, maar ik leef hier vandaag in 2014, soms  eenzaam tussen duizend vrienden – duizend vrienden, toch alleen. (citaat uit het nummer ‘Het leed versierd’ van de gelijknamige LP van het Klein Orkest)

WIE ZORGT VOOR DE GELOOFS-KLIK ?

Voor mijn gevoel is God soms ver weg – daar ergens hoog in de hemel, een paar duizend lichtjaren ver weg. En Jezus is voor mij soms echt Iemand van eeuwen lang geleden. Andere mensen staan vaak dichter bij mij dan mijn Vader in de hemel en dan Jezus als mijn Redder en Vriend. Hoe hou ik de twee  belangrijkste Personen van mijn leven nu voor altijd in mijn hart?Door de Heilige Geest! Hij is de duif die op Jezus neerdaalt. Hij is ook de Persoon die in mijn leven indaalt en mij verbindt aan God de Vader en Jezus Christus. Door Hem wordt geloven een relatie, zodat ik me Hart voor Jezusverbonden voel. Niet gebonden aan allerlei regels en voorschriften. Maar persoonlijk verbonden aan God de Vader en God de Zoon. De Heilige Geest is de schakel. Hij legt de link. Zodat ik blij ben met God en Jezus en Hen nooit meer kwijt wil.

Dat is voor mij de kern van geloven:
God en Jezus – voor altijd in mijn hart.