De zondag en de tweede kerkdienst (2)

‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’ Op deze ene vraag kun je heel veel antwoorden geven. Ik vind het een belangrijke vraag. Voordat je met elkaar een discussie over de tweede kerkdienst op zondag begint, moet je het eerst over deze vraag hebben. Wat is de motivatie om naar de kerk te gaan? Daarover wat gedachten in deze en de volgende aflevering in deze blog-serie (klik hier voor deel 1).  

In 1971 verscheen het boek ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’ van prof. dr. A.A. van Ruler (1908-1970). Hij was hervormd predikant vanaf 1933 en vanaf 1947 hoogleraar dogmatiek en ethiek aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Qua dogmatiek sympathiseerde hij met de Gereformeerde Bond. Qua ethiek was hij meer midden-orthodox. Een uitspraak van hem (te vinden op Wikipedia) die dat goed weergeeft is:

“De ware zondagsheiliging is ’s morgens de kerkdienst, ’s middags de Galgenwaard en ’s avonds de leerdienst.” 

Vanwege medische redenen kon hij zes jaar lang niet preken en zat dus al die tijd wekelijks in de kerk als kerkganger. Die ervaring, wat er door hem heen gegaan is in al die jaren dat hij bijna elke zondag de kerkdienst als gemeentelid meemaakte, heeft hij in dit boek van 175 bladzijden opgeschreven. En omdat hij (in zijn tijd al!) de kerkgang schrikbarend terug zag lopen, komt hij tot een opsommingen van maar liefst 21 redenen waarom het goed is om naar de kerk te gaan.

Het is een aardige oefening om die 21 argumenten eens op je te laten inwerken en aan te strepen welke redenen ook die van jou zijn. Hier komen ze (het zijn de titels van de hoofdstukken van het boek):

  1. Om een kans op bekering te lopen
  2. Om een gewoonte vol te houden
  3. Om een traditie voort te zetten
  4. Om de existentie ten volle te beleven
  5. Om de arbeid van de lofprijzing te volbrengen
  6. Om het bijschrift bij het plaatje te lezen
  7. Om de wereld voor te dragen
  8. Om m’n bestaan tot de bodem te doorgronden
  9. Om het heil te ontvangen
  10. Om tot het licht te komen
  11. Om in de gemeenschap te worden ingelijfd
  12. Om in het openbaar het geloof te belijden
  13. Om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren
  14. Om (eventueel) een ambt te dragen
  15. Om de zin van de zondag te verwerkelijken
  16. Om het kerkelijke jaar mee te maken
  17. Om rust te vinden
  18. Om gesticht te worden
  19. Om weer op toonhoogte te komen
  20. Om wegwijs gemaakt te worden
  21. Om de verlossing van de wereld te vieren

Van Ruler sluit na deze 21 antwoorden af met een evaluatie. Onder deze 21 zit er niet één die overtuigend het bewijs levert dat je persé naar de kerk moet. Het zijn geen bewijzen, maar samen vormen ze een keten van argumenten. Van Ruler zegt het zo: we hebben de diamant van de kerkdienst in het licht gehouden en telkens fonkelden weer andere facetten op.

Het kan trouwens aardig zijn om ook eens na te gaan welke van deze 21 redenen er in jouw kerkelijke gemeente nauwelijks of niet een plaats krijgen. Van Ruler zelf miste in de zes jaar dat hij elke zondag in de Janskerk in Utrecht zat, drie elementen die struktureel ontbraken, nl. * een kans op bekering (nr.1), * de ontdekking van de zondaar aan zichzelf (nr. 8) en de volle vreugde over de verlossing die Christus voor en in ons tot stand gebracht heeft (een mix van nr. 5 en nr. 19).

Omgekeerd kun je je ook afvragen: ‘Waarom zou ik niet naar de kerk gaan.’ Van Ruler noemt een heel rijtje bekende antwoorden. Wat heb ik eraan? Het is sentimenteel geleuter. Het is saai en stomvervelend. Het houdt alle ontwikkelingen op sociaal en wetenschappelijk terrein. Het houdt de mensen alleen maar dom. Het gaat over sprookjes en mythen. De dominees zijn vaak schijnheilig, de ouderlingen hypocriet en de kerkleden huichelachtig.

Volgens Van Ruler zijn al deze argumenten om niet naar de kerk te gaan net zo oppervlakkig als de kritiek op het gezemel van de dominee en de voorspelbaarheid van de kerkdienst. Volgens hem zijn er maar twee geldige redenen om niet naar de kerk te gaan. De eerste is: je gelooft niet in God en wilt ook bewust zo leven. Van Ruler noemt dat “een waanzinnige opstandigheid tegen God” en vindt dat wie daar eerlijk voor uit komt, respect verdient. De tweede is: je gelooft wel, maar niet dat Jezus de enige weg terug naar God en het eeuwige heil is. Van Ruler noemt dat “de haat tegen de Messias van Israel”. Maar helaas, zegt hij erbij, maken de meeste mensen die niet of niet meer naar de kerk gaan, zich over deze vragen helemaal niet druk. Er komt ook geen andere levensovertuiging (communisme, humanisme, islam, boeddhisme) voor in de plaats. Daar is het leven en is ook onze cultuur oppervlakkig en kleurloos en flets geworden.

Als afsluiting nog een citaat van Van Ruler (ook te vinden op Wikipedia):

Er zijn mensen die nooit naar de kerk gaan, maar wel zeggen gelovig te zijn. Ze zijn te vergelijken met mensen die van muziek houden, maar nooit een concert bezoeken.

De doop met de Heilige Geest in het boek Handelingen

Volgens veel bijbelgetrouwe gelovigen, vooral uit de evangelische en charismatische hoek, ontvang je de Heilige Geest in het hart wanneer je de doop met de Heilige Geest ontvangt. Kenmerkend voor hun leer is de opvatting dat er twee fases zijn in het leven van een christen. Fase 1 is: je bent als christen gedoopt met water. Je hebt de Geest ontvangen, want je bent gered in Christus: in jouw leven is de rechtvaardiging door het geloof merkbaar. Maar daarna hoort fase 2 te komen: je wordt als christen gedoopt met de Heilige Geest. Dan raak je vol van de Geest: in jouw leven is ook duidelijk de heiliging merkbaar. Elke christen moet zich ernaar uitstrekken om ook die tweede fase als second blessing te bereiken.

De Bijbel maakt niet zo’n sterk onderscheid. Je kunt het ‘hebben van de Geest’ niet als een vast gegeven beschouwen, waarover iedere christen kan beschikken. Integendeel: je kunt de Geest bedroeven en uitdoven. Bovendien is er ook na de Pinksterdag telkens weer het wonder van de vervulling met de Heilige Geest. Lees bv. Handelingen 4:31 en de oproep van Paulus aan de gelovigen in Efeziërs 5:18. De Heilige Geest werkt niet zo, dat Hij je in één of meer stappen naar een hoger geloofs-level leidt. De Heilige Geest is een gave van God, die je telkens weer ontvangen mag, net zo goed als God ons telkens weer zijn Tien Geboden geeft. Als het over ‘de doop met de Heilige Geest’  gaat, moeten we vooral goed kijken naar wat Lukas daarover schrijft in het bijbelboek Handelingen. Mag je uit die gegevens afleiden, dat alle gelovigen, net als de eerste disicipelen, ook nog aanvullend met de Heilige Geest gedoopt moeten worden? Is dat, wat God ons in de Bijbel leert?

Als Handelingen 1:4-8 en 2:1-4 nu de enige plaatsen waren geweest, waar we over de doop met de Heilige Geest en de uitstorting van de Heilige Geest hoorden, was het niet zo moeilijk om te zeggen: er treedt een nieuwe periode aan in de geschiedenis van God met de wereld. Het heil -de door God beloofde Messias- komt uit de Joden. Maar nu Jezus alles volbracht heeft, mag heel de wereld er in delen: daarom stuurt de verhoogde Christus zijn Geest. Die zorgt ervoor, dat het Evangelie heel de wereld over gaat. Dat moment wordt gemarkeerd door Pinksteren: Gods Geest gaat wereldwijd aan het werk met kracht. Want voor u, gelovige joden, is de belofte van de Geest van Jezus Christus, en voor uw kinde­ren, maar ook voor alle mensen die nu nog ver weg zijn, maar die God erbij roepen zal. En als je je bekeert en je laat dopen, zúl je vergeving van je zonden ontvangen -het oude eruit- en ook de gave van de Geest -je voelt je herboren-.

Maar wat zie je in vervolgens in Handelingen? Het Pinksterfeest wordt nog minstens drie keer herhaald. De Heilige Geest wordt steeds weer opnieuw uitgestort over groepen mensen. Die ontvangen dan ook de doop met de Heilige Geest en gaan in tongen praten en profeteren. Die drie gedeeltes kun je lezen in

Handelingen 8 : 4 – 7 + 14 – 17                De uitstorting van de Geest over de Samaritanen

Handelingen 10 : 44 – 48 + 11 : 16 – 18   De uitstorting van de Geest over Cornelius en de zijnen

Handelingen 19 : 1 – 7                              De uitstorting van de Geest over de leerlingen van Johannes de Doper in Efeze

De vraag is nu: wat gebeurt hier precies? Petrus zegt zelf, dat Cornelius en de zijnen op precies dezelfde wijze de gave van de Heilige Geest ontvangen hebben. Ze spreken ook in tongen, net als op de 1e Pinksterdag. Dus niet alleen joden, maar ook romeinen zijn gedoopt met de Heilige Geest. Ja, de Heilige Geest is op hen gevallen, toen Petrus over Jezus preekte.

Bij Samaritanen staat het iets anders: zij ontvangen de Heilige Geest door de handoplegging van Petrus en Johannes.

En dat groepje leerlingen van Johannes de Doper laat zich eerst dopen. Daarna legt Paulus hun de handen op en dan komt de Heilige Geest over hen. Gevolg: ook zij gaan in tongen spreken en profeteren.

Betekent dit nu, dat je uit deze bijbelse voorbeelden moet constateren: als je al gelovig bent, of net geworden bent, wil de Here Jezus je ook nog een tweede zegen, een tweede ervaring geven, door zijn Geest helemaal in je uit te storten.

Dat is, wat veel mede-christenen op grond van deze bijbelteksten denken. En God verandert niet. Hij wil datzelfde vandaag nog steeds aan zijn kinderen geven. Daarom moet je je gelovig openstellen voor de doop met de Heilige Geest.

Ik geloof echt dat dit een totaal verkeerde konklusie is die men uit deze bijbelteksten trekt.

In al deze drie gevallen wordt Pinksteren niet herhaald in het leven van de gelovige.

Nee, in al deze drie gevallen wordt Pinksteren uitgebreid tot een nieuwe doelgroep!

Met Pinksteren horen we Petrus al zeggen, dat het goede nieuws van Jezus Christus niet alleen bedoeld is voor de joden. Het Evangelie gaat vanaf nu de hele wereld over. Daar hebben de apostelen en de christelijke kerk en ook wij persoonlijk de Heilige Geest hard voor nodig. Daarom zei Jezus ook: ‘Jullie zullen kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over jullie komt, en jullie zullen mijn getuigen zijn, te Jeruzalem en in heel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.’ Daar gaat het met Pinksteren over: ‘Maak de kring groter!’

Maar wat zie je? Dat wil er bij die eerste christenen uit het joodse volk nog niet helemaal in. Ze denken nog steeds in oude termen: oké, maar die volken moeten wel bij óns komen! Dus zal Petrus uit zichzelf nooit naar Samaria gaan met Johannes. Die halve heidenen waren nog erger dan de echte: kon Jezus geen vuur uit de hemel over ze uitstorten, vroegen ze eens gevraagd?

Petrus wil eigenlijk ook helemaal niet bij Cormelius binnen stappen. Van die reine en onreine dieren wil hij niet eten, ook al beveelt een stem uit de hemel hem dat drie keer achter elkaar.

En die discipelen van Johannes de Doper dan? Zij zijn achterop geraakt in de verstrooiing. Ook al is het evangelie van Jezus al ruim 20 jaar verder gegaan, ze zijn nog bij het voorbereidend onderwijs van Johannes de Doper blijven steken. Ze hebben er geen idee van, dat de beloofde Messias zijn taak volbracht heeft en zijn Geest heeft uitgestort. Zij hebben nog een hele inhaalslag te maken.

In al die drie de gevallen stuurt de Here Jezus er apostelen op af, om duidelijk te maken: déze groep mensen hoort net zo goed bij Mij als jullie, gelovige christenen uit de joden. Juist omdat de joodse gelovigen nog zo vast zaten aan hun oude, vertrouwde denkbeelden, breekt de Geest door grenzen heen die God eerst Zelf had voorgeschreven, maar die Hij nu zelf met Pinksteren heeft opgeheven.

En tenslotte: het gaat hier in alle drie de gevallen om een groepsgewijze uitstorting van de Heilige Geest. Er komt weer een nieuwe kring bij. Er is weer een nieuwe drempel geslecht.  Maak de kring groter:

  • Jeruzalem en Judea ontvingen de Geest op Pinksteren – Handelingen 2.
  • Daarna volgt Samaria, de halve heidenen – Handelingen 8.
  • Vervolgens de echte heidenen, Cornelius en de zijnen – Handelingen 10.
  • Als laatste worden ook de achterblijvers erbij getrokken – de volgelingen van Johannes de Doper – Handelingen 19

Pinksteren wordt dus niet herhaald in het leven van elke gelovige. Pinksteren breidt zich in een paar etappes uit naar heel de wereld. En om iedereen te overtuigen, wordt bij elke drempel de Heilige Geest opnieuw uitgestort. Daarmee geeft de Here Jezus Zelf aan: zie je wel, ze staan op hetzelfde fundament en ze horen bij dezelfde gemeente, het ene lichaam van Christus.

Zó lees je in Handelingen hoe de Here Jezus Zelf telkens nieuwe wegen opent. Dat is ook de bedoeling van het boek Handelingen, en zo moet je het ook lezen: het laat zien, hoe het evangelie de wereld overgaat. Gods Geest neemt alle hindernissen weg en opent gesloten deuren. Maar als die eenmaal geopend zijn, zíjn ze ook open. Dan hoeft die drempel principieel gezien niet opnieuw genomen te worden. Heilshistorisch is Pinksteren uniek. En daarom onherhaalbaar.

De nieuwtestamenticus prof. dr. L. Floor schrijft in zijn boek De doop met de Heilige Geest over de manier waarop Paulus en Lukas over de doop met de Heilige Geest spreken het volgende:

‘Volgens Paulus ontvangt elke gelovige samen met zijn geloof de doop met de Heilige Geest. Paulus spreekt over het werk van de Heilige Geest nergens als een tweede daad, die na een bepaalde tijd volgt op wedergeboorte en geloof.’ (blz. 114)

‘Lucas heeft met zijn beschrijving van de doop van met de Heilige Geest de aandacht gericht op de wereld. Dan is er vooral door de sterke overeenkomst van de gebeurtenissen, die Lucas ons beschrijft met het Pinkstergebeuren, ook iets onherhaalbaars in deze gebeurtenissen. Zo ze zich toch herha­len, is dit eerder op het zendingsveld te verwachten dan in gevestige kerken. God is zonder enige twijfel machtig om ook vandaag nog op het zendingsveld op dezelfde wijze als in het boek Handelin­gen door Lucas beschreven wordt de doorbraak van het koninkrijk van God in een nieuw gebied te laten plaatsvinden. Maar wij moeten zo’n manifestatie van de Geest niet dwingend in de gevestigde kerken voorschrijven, om de heel eenvoudige reden dat Paulus dit ook niet doet.’(blz. 115)

En in zijn boekje ‘De gaven van de Heilige Geest’ schrijft dezelfde auteur:

‘Wat door velen als een tweede, opvolgende daad van de Heilige Geest in hun leven ervaren wordt en dan een doop met de Heilige Geest genoemd wordt, is zonder de echtheid ervan te betwijfelen, dikwijls in feite bij Gods kinderen een plotseling, op dramatische wijze, dieper besef van Gods liefde, van hernieuwd vertrouwen in Hem, van een stellige verzekering zijn eigendom te zijn. Wanneer we Efeziërs 5:18 naast Kolossenzen 3:16 (de beide teksten lopen parallel) leggen, waar Paulus zegt: ‘Het Woord van Christus wone rijkelijk in u’, dan is het duidelijk dat de vervulling met de Geest betekent: een volledig door het Woord van Christus beheerst zijn.’ (blz. 19)

De vervulling met de Heilige Geest

In het O.T. was de Geest weliswaar duurzaam aanwezig, maar werkte Hij ook bij bijzondere aktiviteiten krachtig op mensen in. Zij werden óf voor een bijzondere dienst geroepen óf intensief en incidenteel door God in dienst genomen (en dan grijpt de Geest zelfs mensen als Bileam en Saul aan).

In het N.T. zie je dat álle christenen steeds weer vervuld worden met de Geest. Daarbij gaat het vooral om twee dingen:

a) Toerusting tot getuigenis: Dat zie je met name in Handelingen. Daar ontvangen de discipelen gezamenlijk én persoonlijk kracht om in benaderde omstandigheden te getuigen van Christus. Dat past ook bij wat Jezus in Johannes 14 + 16 zei: de Geest wil de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel, en gebruikt daar mensen voor.

b) Christelijke levenswandel: Als christenen hebben we de vervulling met de Geest van Christus nodig om door de kracht van de Geest God te kunnen dienen, tegen de invloed van de zonde te vechten en tot eer van zijn naam te kunnen leven. Als Paulus de Efeziërs oproept om met de Geest vervuld te worden (Ef. 5:18) noemt hij o.a. de volgende aspekten: – nauwgezet leven (5:15); – verstaan wil van God (5:17); – lofprijzing (5:19);  – elkaar onderdanig en gehoorzaam zijn (5:21).

Over de waarde van de vruchten van de Geest en de bijzondere gaven van de Geest heeft de Engelse theoloog prof. dr. J.I. Packer heel puntig het volgende geschreven in zijn boek ‘Wandelen door de Geest’ (blz. 28 en 29):

‘Overal waar in het Nieuwe Testament sprake is van Gods werk in het leven van de mens, wordt de ethiek boven het charismatische gesteld. Het vertonen van het beeld van Christus (niet in gaven, maar in liefde, nederigheid, onderwerping aan de wil van God en het open staan voor andere mensen) wordt beschouwd als datgene waar het op aankomt.’ ‘Iedere opvatting waarbij de gaven van de Geest (de bekwaamheid en de bereidheid om allerlei dingen uit te voeren) als belangrijker worden gezien dan de vrucht van de Geest (in het persoonlijk leven het beeld van Christus vertonen) is geestelijk gezien verkeerd en heeft daarom korrektie nodig.’

Slapen in de kerk – over Heilige Nachten, Eutychus en Calvijn

“Holy moly – je gaat slapen in een kerk!” Met die slogan probeert ‘Heilige Nachten’ mensen te verleiden een overnachting te boeken in een prachtig oud kerkgebouw, zoals in het Friese Oosterwolde, op nog geen 300 meter lopen van onze vrijgemaakte kerk aan de Hooge Esch. In de ene kerk kun je elke zondag om 10 uur naar de kerk. In de andere kerk kun je slapen als toeristische attractie: een creatief idee om een stukje cultureel erfgoed een nieuwe bestemming te geven.

Bekend is het verhaal in Handelingen 20 vers 7 – 12 van de tiener Eutychus die tijdens een lange preek Paulus in de vensterbank zat te luisteren, in slaap viel en door het open raam vanaf de derde verdieping naar beneden viel en daarbij om het leven kwam. Paulus stopte meteen met preken, ging naar beneden, wekte de jongen weer tot leven en ging daarna gewoon verder met zijn preek.

Aan de hand van dit verhaal kun je prachtig tegen slapen in de kerk fulmineren. En met evenveel recht kritiek hebben op te lange preken. Maar Lukas, de schrijver van Handelingen, geeft voor deze twee toepassingen geen aanleiding.

Dat vindt ook Calvijn in zijn bijbelcommentaar op Handelingen. Grappig genoeg kan Calvijn het tegelijkertijd niet laten om toch even fel van leer te trekken tegen het slapen in de kerk. Hier volgt, iets vrijer vertaald dan in de vertaling uit 1900 die in mijn boekenkast staat, Calvijns opmerkingen n.a.v. de tragische val uit het raam van Eutychus.      

Handelingen 20 vers 9

Een jongeman die Eutychus heette, zat in het venster en werd door slaap overmand toen Paulus maar doorging met zijn toespraak. Diep in slaap verzonken viel hij van de derde verdieping naar beneden; toen men hem optilde bleek hij dood te zijn.

Calvijn zegt hierover: “Ik zie geen enkele reden, waarom sommige bijbeluitleggers zo heftig uitvaren tegen de slaperigheid van deze jongen en durven te zeggen dat zijn dood de straf was voor dit onbehoorlijke gedrag. Men moet zich er eerder over verwonderen dat hij zo lang heeft weten te strijden tegen de slaap die zich tijdens de nacht krachtig aan hem opdrong  en waardoor hij uiteindelijk overwonnen werd. Dat de slaap hem zonder dat hij het wilde bekropen en overmand heeft, kan men hier wel uit opmaken, dat hij niet in de vensterbank is gaan zitten om eens lekker uit te rusten. Omdat er zoveel personen in de bovenzaal aanwezig waren, moest Eutychus wel in het venster gaan zitten. Want het zou een schandelijke losbandigheid zijn waarmee iemand het hemelse evangelie veracht, wanneer men in het venster gaat zitten, terwijl er elders in de zaal ruimte was. Het is een teken van luiheid wanneer men een plaats uitzoekt die gelegenheid biedt om te slapen. Maar dat Eutychus door de slaap overmand werd terwijl hij in het venster zat, bewijst niets anders dan dat hij buiten zijn schuld door de zwakheid van zijn natuur bezweken is, evenals wanneer iemand een flauwte krijgt door honger of vermoeid raakt door al te grote inspanning.

Maar terecht valt de slaperigheid te berispen van iedereen die vol aardse zorgen onnadenkend naar de kerk komt of die vol van eten en wijn daardoor slaperig wordt; en die, hoewel ze in andere zaken waakzaam genoeg zijn, toch slaperig naar Gods Woord en de preek luisteren. Van al deze dingen kunnen we Eutychus niet beschuldigen,  want Lukas zegt duidelijk dat hij pas na middernacht door een diepe slaap werd overvallen en drie verdiepingen naar beneden viel.”

De zondag en de tweede kerkdienst (1)

Op zondag ga je twee keer naar de kerk. Zo is het binnen alle soorten gereformeerde kerken in Nederland sinds de Reformatie geweest. In 1571 sprak de eerste Nationale Synode van Emden dit al uit. ’s Morgens was de kerkdienst vooral een viering en werd er uit de Bijbel gepreekt. ’s Middags stond in de kerkdienst het onderwijs in de bijbelse leer centraal en werd er uit de Heidelbergse Catechismus gepreekt.

De tweede kerkdienst staat al jaren onder druk. Dat heeft verschillende oorzaken. De corona-crisis heeft in veel gevallen voor de genadeklap gezorgd. Veel kerken gingen over op één online-kerkdienst met maximaal 30 kerkgangers zonder gemeentezang. Zo langzaam aan neemt het aantal kerkgangers dat de zondagse dienst mag bezoeken weer toe. Maar in veel plaatsen is de tweede kerkdienst nog niet opgestart. Sommige kerkenraden bezinnen zich erop. Andere kerkenraden hebben de knoop doorgehakt en de middagdienst afgeschaft.

Aan de andere kant hebben veel kerkleden de zondagse kerkdienst(en) echt gemist. Onlangs verscheen het boekje Daarom ga ik naar de kerk van ds. A.A.F. van de Weg. Hij geeft daarin op een positieve manier aan, waarom we (weer) naar de kerk zouden moeten gaan. Volgens hem is de kerk als Gods huis een plaats van ontmoeting, allereerst met God, maar ook met elkaar en met jezelf.

Dat christenen op zondag bij elkaar komen doen ze op grond van de Bijbel. In de Tien Geboden roept God de mensen die in Hem geloven op, om één keer per week een dag apart te zetten om bij Hem, onze Schepper en Bevrijder, tot rust te komen. Sinds de opstanding van Jezus op de eerste dag van de week doen christenen dat op zondag.

Niet alle christenen zijn ervan overtuigd dat het ritme van 1 op 7 nog steeds geldt. Zij vinden dat de inhoud van het Vierde Gebod vooral betekent, dat je je rust bij Jezus Christus moet zoeken en daar bewust tijd voor vrij moet maken. Maar de meeste christenen houden vast aan een wekelijkse rustdag. Dat lijkt mij logisch, want de eerste niet-joodse christenen deden dat ook in een romeins-griekse samenleving die helemaal geen wekelijks ritme kenden.

Op zondag ga je dus als christen naar de kerk. Het is de kerkenraad die namens Jezus, onze Heer, de gelovigen daartoe uitnodigt en oproept. Maar waar staat in de Bijbel dat je op zondag twee keer naar de kerk moet? Ik wil in deze eerste blog vier visies noemen. En daarachter hoe kerken daar dan mee om zouden moeten gaan.

  1. Twee keer op zondag naar de kerk is geen verplichting. Iedereen is daarin volledig vrij. De kerkenraad belegt niet actief een tweede dienst. Het initiatief om al of niet iets te organiseren ligt bij de gemeenteleden.
  2. Twee keer op zondag naar de kerk is geen verplichting. Het wordt wel aanbevolen. De kerkenraad belegt wel een tweede dienst. De invulling ervan en de doelgroep die men wil bereiken is variabel.
  3. Twee keer op zondag naar de kerk is een goede invulling van het Vierde Gebod. De kerkenraad motiveert de kerkleden met concrete oproepen om de tweede dienst zo veel mogelijk te bezoeken.
  4. Twee keer op zondag naar de kerk is een bijbels gebod. De kerkenraad roept de gemeente op om op deze manier de zondag als rustdag en dag van de Heer te heiligen. Gemeenteleden die maar één keer naar de kerk komen worden vermaand om niet langer naar eigen inzicht en goeddunken de zondagmiddag in te vullen.

Bij het nadenken over deze vier visies op de tweede kerkdienst, hoort eerst nog een voorvraag: Hoe kijk ik als christen tegen de zondag aan? Wat maakt de zondag speciaal voor mij?

Psalm 47 – een lied voor Hemelvaart én Pinksteren

Veel mensen vinden Psalm 47 een mooie psalm. Ik ook. We zingen ‘m vaak op Hemelvaartsdag. Maar het is net zo goed een Pinksterpsalm. In Psalm 47 bezingt David hoe God onder gejuich omhoog steeg. Ja, jubelt hij: God heerst als koning over de volken, God zetelt op zijn heilige troon. Waar heeft David het dan over? Profetisch kijkt hij vooruit naar de Hemelvaart van onze Heer Jezus Christus en naar de uitstorting van de Heilige Geest over heel de aarde.

De aanleiding voor zijn loflied was iets anders: de thuiskomst van de ark van God, die prachtige verbondskist, met goud overtrokken, met twee gouden engelen -de cherubs- er boven op en met de Tien Geboden, de staf van Aäron en een flesje manna erin. Die ark  is het symbool van Gods aanwezigheid en werd door David en de gelovige Israelieten feestelijk Jeruzalem binnengehaald. Lees het in 2 Samuël 6. Vanaf dat moment had het volk vrede. Heerste er rust. Was er bijna 80 jaar lang veiligheid. Want God woonde op de berg Sion én in de harten van de gelovigen.

‘Pinksteren’ van Mahboobeh Salem

De aanleiding voor zijn loflied was iets anders: de thuiskomst van de ark van God, die prachtige verbondskist, met goud overtrokken, met twee gouden engelen -de cherubs- er boven op en met de Tien Geboden, de staf van Aäron en een flesje manna erin. Die ark  is het symbool van Gods aanwezigheid en werd door David en de gelovige Israelieten feestelijk Jeruzalem binnengehaald. Lees het in 2 Samuël 6. Vanaf dat moment had het volk vrede. Heerste er rust. Was er bijna 80 jaar lang veiligheid. Want God woonde op de berg Sion én in de harten van de gelovigen.

In vers 6 van Psalm 47 zingt David: ‘Onder gejuich steeg God omhoog.’ David vindt dat geweldig. Daarom roept hij ons op in vers 7: ‘Zing voor God, zing een lied, zing voor onze Koning, zing Hem een lied!’ Dit is een voorafbeelding van de Hemelvaart van de Heer Jezus. Hij komt thuis en mag weer rechts van God plaatsnemen op zijn heilige troon.

In vers 8 en 9 van Psalm 47 zingt David: ‘God is Koning van heel de aarde, God heerst als Koning over de volken, God zetelt op zijn heilige troon.’ Ook daar is David enorm blij mee. Dus roept David ons weer op in vers 8b: ‘Zing een feestelijk lied!’  Dit is een voorafbeelding van Pinksteren. Want het effekt van de Hemelvaart van Christus is, dat Hij ons niet verlaat, maar Zichzelf op een andere manier teruggeeft. Namelijk door met zijn Geest mensen voor Zich te winnen, die Hem erkennen als hun Redder en die weer graag bij God, hun Vader en Koning, willen horen en bij ‘het volk dat Hij liefheeft’ (vers 5).

En wat doen dan die vorsten van de volken daar in Psalm 47? Dat zijn de groten van de aarde, de regeringsleiders. Ook die worden opgeroepen om in de rij te gaan staan achter Abraham. Die geloofde namelijk God op zijn woord en keek uit naar Jezus Christus, de nakomeling die God hem beloofd had (Galaten 3:16). Zo maakt God zijn belofte waar: ‘Door en in jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’ (Genesis 12:3 / Galaten 3:8).

Wat voor de groten op aarde geldt, geldt bij God voor iedereen, want in de hemel is wie op aarde de kleinste van allemaal was, nog groter, heeft Jezus Zelf eens gezegd.

Alleen, daar zijn we nog niet, in de hemel. Dus mag iedereen die op aarde in Jezus Christus gelooft, of je nu groot of klein bent, een schildwacht van Hem zijn. Opkomen en uitkomen voor zijn Naam. Feestelijk voor Hem paraderen en een erehaag voor Hem vormen.

Want, eindigt Psalm 47: Hoog is Hij verheven!

Psalm 47

1 Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm.

2 Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang:

3 geducht is de HEER, de Allerhoogste, machtige koning van heel de aarde.

4 Volken dwong hij voor ons op de knieën, naties legde hij aan onze voeten.

5 Hij koos voor ons een eigen land, de trots van Jakob, het volk dat hij liefheeft. sela

6 Onder gejuich steeg God omhoog, de HEER steeg op bij hoorngeschal.

7 Zing voor God, zing een lied, zing voor onze koning, zing hem een lied:

8 God is koning van heel de aarde. Zing een feestelijk lied.

9 God heerst als koning over de volken, God zetelt op zijn heilige troon.

10 De vorsten van de volken zijn bijeen in het gevolg van Abrahams God.

Zijn schildwachten zijn ze op aarde. Hoog is hij verheven.

Oog voor detail – vrijdag 23 april 2021

Markus 16:15+20

Jezus zei tegen de elf: ‘Trek heel  de wereld rond en verkondig het Evangelie aan alle schepselen.’ En zij gingen op weg om overal het goede nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.

Twee details:

1/ Als iemand jou zou vragen: ‘Wat is het goede nieuws van de Bijbel?’ Welk antwoord zou jij dan geven?

2/Ken jij mensen die er op uit getrokken zijn om in andere landen het Evangelie van Jezus Christus te brengen? Wat vind je daarvan en hoe steun jij hen?

Oog voor detail – dinsdag 20 april 2021

Lukas 24:46-48

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Er staat geschreven dat de Messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden vergeven worden. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.’

Drie details:

1/ Hoe gemakkelijk laat jij je door anderen overtuigen?

2/ ‘Je zonden worden je vergeven’ – wanneer geldt dat voor jou?

3/ Van Jezus getuigen: waar zou jij beginnen?

Oog voor detail – vrijdag 16 april 2021

Matteüs 28:16+18

De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht. Jezus kwam op hen toe en zei: ’Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’

Twee details:

1/ Waar, wanneer en door wie heb jij het meeste over Jezus geleerd?

2/ Wat merk jij vandaag van de macht die Jezus heeft? Waar zie je die macht vooral in?

Oog voor detail – 13 april 2021

Johannes 20:19-23

Op de avond van die eerste dag kwam Jezus in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’ Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Drie details:

1/ Hoeveel vrede heb jij in je hart?

2/ Hoe vergevingsgezind ben jij?

3/ Wanneer hoef je iemand niet te vergeven, denk je?