Binnen de vrijgemaakte gereformeerde kerken worden predikanten, ouderlingen en diakenen door de gemeente verkozen. Maar voordat het zover is, doet de kerkenraad een voorstel aan de gemeente, de zogenaamde talstelling. Vaak met een dubbel aantal namen waaruit de gemeente dan het benodigde aantal kan kiezen. Of, als dat niet lukt, met een voorstel om iemand als dominee te beroepen of een aantal mensen als ouderling of diaken te benoemen.
Tot 2015 ging de ‘brede’ kerkenraad daarover, nl. de gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen. Sinds de invoering van de nieuwe kerkorde in 2014 is dat binnen de GKV veranderd. Kerkenraad (predikant + ouderlingen) en diakonie (diakenen) zijn twee aparte bestuurscolleges. En alleen de kerkenraad gaat nu nog over het beroepingswerk en de talstelling. Want dat is onderdeel van hun regeerambt.
Volgens het Nederlands Dagblad van 1 december 2018 vindt driekwart van de diakenen het een slechte zaak dat ze niet meer mee mogen beslissen als het gaat om het voordragen van geschikte kandidaten voor predikant, ouderling of diaken aan de gemeente. Ze willen hun stemrecht terug, aldus het Nederlands Dagblad.
Het gevoel dat je buitenspel gezet wordt
Ik kan mij dat wel voorstellen. Het voelt niet goed dat een ander college, namelijk dat van de ouderlingen, opeens alles bepaalt, terwijl je honderden jaren lang samen verantwoordelijk was voor de talstelling van alle drie de ambten. De nieuwe praktijk gaat vooral wringen als het om het kandideren van nieuwe diakenen gaat. Toen wij in 2016 ons op gevolgen van de nieuwe kerkorde moesten bezinnen, hoorde ik net het volgende verhaal uit een vrijgemaakte kerk van elders. Daar hadden ze besloten om de hele talstelling achter de gesloten deuren van de ouderlingraad te laten plaatsvinden. De gemeente had namen van geschikte kandidaten voor drie openstaande ouderling-vakatures en drie openstaande diaken-vakatures opgegeven. De namen die voor diaken genoemd waren, waren ter bespreking aan de diakonie voorgelegd met het verzoek om aan te geven welke mensen volgens de diakonie geschikt waren. De diakonie voldeed aan dat verzoek en overhandigde een lijst met namen waar met gemak een dubbel aantal namen uit geselecteerd kon worden. Maar wat gebeurde er? Na afloop van de bespreking van de namenlijsten voor ouderling en voor diaken op de kerkenraad (zonder diakenen dus) kregen de diakenen te horen dat de kerkenraad slechts drie gemeenteleden had kunnen kandideren voor diaken, maar gelukkig wel tot een zestal namen voor ouderlingen had weten te komen. Dat vonden de diakenen erg raar, want in al de jaren ervoor was er altijd een dubbel aantal kandidaten geselecteerd voor diaken, terwijl het regelmatig voorkwam dat er te weinig kandidaten voor ouderling waren om uit te kiezen.
Nu kan het natuurlijk aan de situatie van dat moment gelegen hebben. Maar die afweging, daar waren de diakenen voor het eerst niet bij geweest. En nu moesten zij het doen met de drie namen die de ouderlingenraad voordroeg, zonder de argumentatie te weten waarom de rest van hun lijstje was afgevallen of als ouderling gekandideerd was.
Dit zal wel een wat extreem praktijkvoorbeeld zijn. Maar ook als de diakenen meer betrokken worden bij de talstelling blijft het wat vreemd dat uiteindelijk een ander ambt bepaalt, wie er als nieuwe diakenen gekandideerd worden.
Snel en makkelijk weer volledig binnen boord
In onze plaatselijke kerk waren we unaniem van mening dat het belangrijk is om bij het beroepen van een predikant en de talstelling voor nieuwe ouderlingen en diakenen te zorgen voor een zo breed mogelijk draagvlak. Dat was in de oude situatie per definitie het geval, want in een gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen werden alle ingediende namen voor beide ambten gezamenlijk besproken en stemden ook alle ouderlingen en diakenen mee om tot een dubbeltal voor ouderlingen en een dubbeltal voor diakenen te komen. Elke verandering voelde als: ‘mag het ook een onsje minder?’ voor de diakenen, ook de verder zeer zorgvuldige nieuwe handleiding van het Diakonaal Steunpunt.
We besloten om alles bij het oude te laten. Elk jaar in janauri roepen we de gemeenteleden op om namen voor nieuwe ouderlingen en diakenen in te dienen. Daarna houden we eind februari / begin maart een gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen en bespreken we alle namen. Aan het eind brengen we allemaal onze schriftelijke stem uit voor het dubbeltal voor ouderlingen en daarna voor het dubbeltal van diakenen (en het jaar erop omgekeerd). Over het dubbeltal dat daar uit komt (als dat lukt – en anders over de voordracht van een enkelvoudig aantal kandidaten) vragen we Gods zegen. In de week erna worden de betrokkenen geïnformeerd en vervolgens op een zondag de gemeente, die weer een paar weken uit de voorgedragen namen mag kiezen wie ze graag als nieuwe ouderlingen en diakenen willen.
Kan dat zomaar, de diakenen toch mee laten stemmen onder de nieuwe kerkorde? Want de hele talstelling hoort nu toch tot de verantwoordelijkheid van de kerkenraad = de ouderlingen = het regeerambt? Dat laatste klopt. Maar regeren kun je op verschillende manieren doen. Wij hebben gekozen voor een maximale inbreng van de diakenen, zoals het al eeuwen gebruikelijk geweest is.
Daarvoor hebben wij maar één keer een stemming hoeven houden waar de diakenen niet aan mee mochten doen. Namelijk het voorstel om alles bij het oude te laten en ook de diakenen gewoon te laten meestemmen bij het voorstel om een predikant te beroepen of ouderlingen en diakenen aan de gemeente voor te stellen. Want dát besluit, om de diakenen als vanouds volledig te blijven betrekken bij de talstelling, is in de nieuwe kerkorde een besluit over de manier waarop de kerkenraad het regeerambt invult – en daar gaat alleen de ouderlingenraad over.
Zo kan het dus ook: we lieten de diakenen één keer niet meestemmen en voor de rest blijft alles bij het oude.
Hij is de zoon van de bekende predikant en schrijver John Piper (vader Piper is redacteur van de website 
De gebarentaal is simpel: eerst 3x het letter-gebaar, dan ‘ik’ = wijsvinger naar jezelf, dan ‘nooit’ = wijsvinger voor de borst omhoog en 1x heen en weer, dan ‘U’ – wijsvinger rechts boven je hoofd, dan ‘weg-weg-weg’ = hand met naar beneden voor je en 3x naar voren zwaaien.
Christus onze Heer zal bij zijn terugkomst alle mensen verdeelt in twee groepen: de schapen en de bokken (Matteüs 25) Maar hoe zit het dan met de middengroep – alle mensen die tijdens hun leven op aarde nooit van Jezus gehoord hebben? Denk aan al die volken in de tijd van het Oude Testament? Alleen het volk Israel wist wie God was en dat Hij een Messias beloofd had. De volken erom heen wisten er ook iets van. Maar hoe konden in die tijd de Chinezen, de Aboriginals, de Inca’s en de Eskimo’s de enige ware God kennen? Zij horen tot de middengroep.
noemden die uitspraak ‘De Dordtse Leerregels’. De Nederlandse kerken besloten om die uitspraak net zo belangrijk te vinden als de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 en de Heidelbergse Catechismus van 1563. Vanaf die tijd vormen ze de ‘Drie Formulieren van Eenheid’. In de stad Dordrecht wordt daarom vanaf november 2018 t/m mei 2019 veel aandacht besteed aan ‘400 jaar Dordt’ (
De Dordtse Leerregels in één jaar
Over de uitverkiezing kun je heel lang nadenken. Er kunnen zomaar vragen bij je opkomen zoals:
Hoe belangrijk is de vraag naar de uitverkiezing eigenlijk? Niet onbelangrijk. ‘Wie kiest voor wie’ gaat over de vraag of God het echt over alles, dus ook over onze keuzes, te zeggen heeft. Dat is van belang voor de zekerheid van je geloof. Maar dan moet je wel eerst tot geloof gekomen zijn en je leven in handen van die betrouwbare, liefdevolle God gelegd hebben! Dat is, om het maar een zo te zeggen, de voorkant van het Evangelie: de oproep tot geloof. De achterkant daarvan (of, om een andere vergelijking te gebruiken, de andere kant van de medaille) is de uitverkiezing.
Klaas vertelt graag iets over zijn motivatie: “Toen ik twaalf jaar oud was, vroeg ik mij al af: ‘Kennen Oostenrijkers God niet!?’ Ik was voor het eerst in Oostenrijk op vakantie en verwonderde me over de prachtige natuur en de rijke cultuur. Tegelijk was ik verbaasd over het feit dat al die mooie kerken op zondag leeg waren. Veel Oostenrijkers geloven wel in een ‘god’ en in het land hangen veel beelden van Jezus Christus. Maar velen kennen God en Jezus niet en dat raakt mij! Nu ben ik 31 en afgestudeerd aan de Theologische Universiteit in Kampen. Half september vertrek ik definitief naar Oostenrijk om als missionair predikant in Innsbruck te gaan werken. Ik heb daar veel vertrouwen in. Tijdens mijn studie zei een vrouw in Oostenrijk tegen mij: ‘Als jij dominee wilt worden, kom dan naar Oostenrijk. Wij hebben dominees nodig!’ Nu is voor mij de tijd gekomen om in Oostenrijk van Christus te getuigen.”
De SSRO komt op dit moment € 30.000 per jaar tekort, maar vertrouwt erop dat ze met extra bijdragen door meelevende christenen in Nederland de toezegging aan de kerk van Rankweil kan nakomen.

