De Hooge-Esch-kerk in Oosterwolde staat er al 65 jaar

Het was dat de koster van de Hooge-Esch-kerk toevallig wat rond zat te kijken op de Facebook-pagina van Oosterwolde Toen, anders waren we er nooit achter gekomen dat het kleine, intieme kerkgebouw van onze vrijgemaakt-gereformeerde gemeente in het Friese Oosterwolde deze maand 65 jaar geleden officieel in gebruik genomen is – op 10 november 1957 om precies te zijn. De dag erna stond dit bericht in de Leeuwarder Courant:

In Oosterwolde werd nieuwe vrijgemaakte kerk geopend

Gisteravond is in Oosterwolde een nieuw kerkgebouw van de Geref. Kerk (art. 31 K.O) officieel geopend en in gebruik genomen. Deze kerk is verrezen aan de Hooge Esch. De gemeente telt 23 belijdende leden. Zij begin in juni 1949 met diensten, terwijl zij op 11 september 1949 werd geïnstitueerd. Tot op heden werden de diensten gehouden in een lokaal van de o.l. school aan de Weemeweg in Oosterwolde.

De leiding van deze avond berustte bij de heer J. van der Meulen, praeses van de kerkeraad. In een kort welkomstwoord sprak hij zijn dank uit aan allen, die hebben bijgedragen, om de bouw van dit kerklokaal mogelijk te maken. Het heeft grote offers van de gemeente gevraagd. Wel was wellicht de mogelijkheid geweest om subsidie te krijgen voor de kerkbouw, maar hiervan wilde men geen gebruik maken: men wilde niet leunen op de overheid. Dit is echter geen reden om ons op de borst te slaan, doch wij hebben de Here dankbaar te zijn, die ons tot deze arbeid in staat stelde, aldus de spreker.

De heer H. Hoekstra te Oosterwolde, voorzitter van de bouwcommissie was bij, dat het ogenblik was aangebroken, dat hij dit kerkgebouw kon overdragen aan de kerkeraad. De bouwcommissie kan nu verdwijnen, meende spreker, maar de collectes kunnen nog geen einde nemen; men zal nu geld moeten opbrengen voor rente en aflossing.

Hierna kreeg ds. J. van Bruggen te Assen het woord. Is er reden voor vreugde of teleurstelling, vroeg spreker zich af. Het doel waarvoor gewerkt is, is bereikt. Wel is steeds gesproken van een klein gebouw, maar ik noem het een mooie kerkzaal.

Het gaat om de Dienst des Woords, aldus ds. Van Bruggen. Het begon bij Luther en bij elke volgende reformatie ging het om de Dienst des Woord. Ook bij de vrijmaking ging het nergens anders om, dan dat het Woord Gods niet gebonden zou zijn, aldus spreker.

Ds. Van Bruggen zei, verheugd te zijn, dat de kansel, die hier staat, vrij is van verkeerde en belemmerende prediking Weliswaar wordt er in de Hervormde en synodal Kerken veel goeds gebracht en vindt men hier ook wel goede predikers, die het woord zuiver brengen, maar zij doen dit op een kansel, waar dit niet toelaatbaar is, aldus spreker.

Namens het gemeentebestuur van Ooststellingwerf was wethouder K. Douma aanwezig. Ds. Keuning te Haulerwijk sprak namens de classis Assen en ds. T.H. Meedendorp voor de zustergemeente Ureterp.

De vrijgemaakte gereformeerde kerk van Oosterwolde is op 11 september 1949 geïnstitueerd. Het is altijd een kleine gemeente geweest. Men begon in 1949 met 37 leden. Bij de opening van het eigen kerkgebouw op 10 november 1957 waren het er 43. Daarna verliep het ledental als volgt: 1962 – 48 leden; 1972 – 73 leden; 1982 – 81 leden; 1992 108 leden; 2002 – 88 leden; 2012 – 94 leden en nu, in 2022, bestaat de gemeente uit 67 leden en 8 gastleden.

Pas in 1989 kreeg Oosterwolde haar eerste predikant, in combinatie met Wijnjewoude, nl. ds. D.J. van Diggele, van mei 1989 – juni 1994. Daarna volgenden, ook samen met Wijnjewoude, ds. R. IJbema, van oktober 1996 – december 2001 en ds. W.B. van der Wal van oktober 2004 – juni 2013. En sinds september 2020 mag ik voor 20% predikant van Oosterwolde en 80% predikant van eerst Assen-Peelo en nu Balkbrug zijn.

Hoe klein en fijn Oosterwolde is viel ds. Bart Dubbink van het grote Assen-Kloosterveen (1.350 leden) weer op toen hij op zondag 13 november jl. in Oosterwolde preekte. Hij maakte een foto met deze tekst: “Vanmorgen waren Amos en ik in dit kerkje in Oosterwolde. Uit de schoorsteen maakten we op dat er vast mensen binnen zouden zijn, en dat klopte: ongeveer 20. Alle pubers de het kerkje rijk is verzorgden de techniek (2 …). En de ouderling van dienst stond voor en na de dienst te ploeteren met het koffiezetapparaat. Even wennen natuurlijk vergeleken met de drukte in de eigen gemeente. Maar ik ontdekte opnieuw: bij God gaat het niet om de aantallen.

Inderdaad: met kleine aantallen en bescheiden middelen wordt elke zondagmorgen om 10:00 aan de Hooge Esch 1 een kerkdienst belegd waarin de Bijbel open gaat, Gods Woord verkondigd wordt en waarin gezongen en gebeden wordt. Een kerk dus, waar Gods Geest werkt, zoals het prachtige gebrandschilderde raam achter de preekstoel ook laat zien. En een gemeente waar vaste gasten, toevallige bezoekers en zomerse vakantiegangers altijd hartelijk welkom geheten worden.

En Oosterwolde zou Oosterwolde niet zijn als het 65-jarige bestaan van het kerkgebouw niet op bescheiden schaal gevierd werd met slingers en gebak. Op zondag 20 november, een week te laat weliswaar, zeker voor ds. Bart Dubbink, maar de volgende keer dat hij komt preken is er vast wel weer iets anders te vieren.

Op 11 augustus 1944 werd in Den Haag de ‘Acte van Vrijmaking of Wederkeer’ opgesteld. In de drie noordelijke provincies zijn vanaf dat moment 107 vrijgemaakte kerken ontstaan. Al deze vrijmakingen zijn in 2019 door dr. Harm Veldman beschreven in het boek De Vrijmaking van 1944Hoe de start in Den Haag doorwerkte in Noord-Nederland.

De eerste vrijgemaakt-gereformeerde kerk was die van Assen. Eén van de drie predikanten, ds. B.A. Bos, was op de vrijmakingsvergadering van 11 augustus aanwezig. Hij was ook afgevaardigde op de generale synode. Daar werd hij op 18 augustus als synodelid geschorst. De kerkenraad van Assen deed hetzelfde op 31 augustus en schorste de dag ernaar ook nog eens vier bezwaarde ouderlingen. Op 4 september 1944 besloten deze geschorste ambtsdragers, samen met nog één ouderling en vier diakenen, zich ‘vrij te maken van het juk van de synode’. De voorzitter van de kerkenraad van Assen was ds. J. van Bruggen. Die had als voorzitter zijn handtekening onder de schorsing van zijn collega gezet, maar kreeg in zijn geweten zoveel moeite met de gang van zaken, dat hij een week later zich alsnog bij het vrijgemaakte deel van de gemeente voegde. Van de ruim 3.400 leden volgden ongeveer 1.400 het voorbeeld van de twee dominees, vijf ouderlingen en vier diakenen.

In Oosterwolde vond de Vrijmaking pas op 11 september 1949 plaats. Daarmee was Oosterwolde nr. 102 in het Noorden. Daaraan ging, volgens de woorden van dr. Harm Veldman “een korte periode vooraf waarin de vrijgemaakte broeders en zusters in Oosterwolde diensten hielden onder verantwoordelijkheid van de kerk van Haulerwijk. Deze kerkleden zonden naar de kerkenraad van de GKN in Oosterwolde een oproep tot Vrijmaking, waarop men geen enkele reactie ontving. In september 1949 werd Oosterwolde door de instelling van de ambten een zelfstandige gemeente. Na enkele jaren wist men een perceel aan te kopen waarop een kerkgebouw kon worden gebouwd, dat in 1957 in gebruik kon worden genomen. In 1996 kreeg Oosterwolde, in samenwerking met Wijnjewoude, haar eerste predikant in de persoon [van] kandidaat R. IJbema. Nu telt de kerk van Oosterwolde 69 leden.” Dat laatste klopt dus niet: hij was de tweede predikant van Oosterwolde en Wijnjewoude.

De derde exodus van de nieuwe vrijmaking – een vertrek zonder echt alternatief

De Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken gaan fuseren. De breuk uit de jaren ’60 van de vorige eeuw wordt geheeld. Een hoopvol teken: christenen die weer samen één worden in plaats van zich van elkaar af te splitsen. “De Nederlandse Gereformeerde Kerken” heet het nieuwe kerkverband waar alle plaatselijke kerken die bijbelgetrouw gereformeerd willen zijn zich bij mogen aansluiten. Opdat zij allen één zijn rondom een open bijbel en met Jezus Christus in het centrum – ook als je het niet in alles met elkaar eens bent.

GKV niet meer confessioneel-gereformeerd

Toch gaan er twee GKV-kerken niet mee, die van Urk en van Capelle aan de IJssel – Noord. Een aantal verontruste GKV-ers, waaronder de predikant Rufus Pos en Henk Room, hebben zich verenigd in de Kerngroep Bezinning GKV. Zij organiseerden zaterdag 19 november een bijeenkomst waarop ds. Jan Wesseling, ds. Bart van Egmond en mr. Pieter Pel spraken over de ontwikkelingen in de GKV. Ook werd het boek ‘Het Woord in geding’ gepresenteerd. Want dat is het bezwaar van de deze verontruste vrijgemaakte broeders en zusters: doordat er anders met de Bijbel wordt omgegaan, “is de vraag in geding of de GK nog wel daadwerkelijk confessioneel-gereformeerde kerken zijn, waarin de Bijbel en het gereformeerd belijdenis -en dus wij met onze kinderen- veilig zijn”, aldus de website. Die vraag heeft de Kerngroep zelf al beantwoord met ‘nee’ als je het interview met ds. Henk Room en mr. Pieter Pel leest in het Reformatorisch Dagblad van 10 november 2022. Daarin zegt Pel: “Wie op 1 mei 2023 niet meegaat met de fusie maar wil blijven die hij was, namelijk confessioneel gereformeerd, komt buiten het nieuwe kerkverband te staan.” Dat komt volgens hem omdat “het in de GKV niet meer veilig is en dat je tot deze keuze gedwongen wordt.”

Nu kun je besluiten om niet mee te willen gaan met de nieuwe fusie-kerk van de GKV en de NGK. Maar wat is het alternatief? Daarover laten Room en Pel zich ook uit. Ze willen eerst tijdelijk confessioneel-gereformeerd-vrijgemaakt kerkverband vormen van een paar plaatselijke gemeentes “met hier en daar regioplekken, die zich mogelijk tot nieuwe gemeenten kunnen ontwikkelen.” Ook zal meteen contact gezocht worden met andere confessionele kerken die van harte bijbels-gereformeerd willen zijn, zoals de CGK, de twee andere nieuw-vrijgemaakte kerken en de HHK. Door deze eenheid te zoeken wil men verdere verbrokkeling tegengaan. “Zo kan een kerkelijke herverkaveling nadere vorm krijgen.”

Wat is het alternatief?

Ik vind het pijnlijk dat straks weer een smaldeel van de GKV’ers zich afsplitst met het zware verwijt dat wie achterblijven niet oprecht gereformeerd zijn. Maar wat ik voor deze derde golf nieuw-vrijgemaakten minstens zo pijnlijk vind, is het gebrek aan alternatief dat ze hebben. Ik merk aan alles dat de klassieke GKV-ers klem zitten. Ze willen oude-stijl-vrijgemaakt blijven, dus orthodox in hun standpunten als het gaat om de vrouw in ambt en homoseksualiteit. De veranderingen op dit gebied wijten ze aan een nieuwe, niet-gereformeerde manier van omgaan met de bijbel. Tegelijk zijn ze, als hard-core-vrijgemaakten, niet bevindelijk, al laten ze zich voorlichten door iemand als ds. G. van den Brink van de HHK. En de PKN als kerk waar de vrijzinnigheid principieel getolereerd wordt is voor hen geen optie, al laten ze zich voorlichten door iemand als ds. H. van den Belt van de Gereformeerde Bond. En diep in hun hart moeten ze toegeven dat ook de CGK geen optie is, want dat huis is nog erger in en tegen zichzelf verdeeld dan de GKV.

De culturele kloof

Wat daar nog bij komt is de sociologische en culturele kloof tussen bevindelijk-reformatorisch en orthodox-gereformeerd. Nagenoeg de hele GKV en de hele NGK en ook een aanzienlijk deel van de CGK is open-minded naar de samenleving toe. Die houding gaat terug tot de tijd van Abraham Kuyper rond 1900. Hij wilde midden in de wereld staan zonder van de wereld te worden, om eens een oud gereformeerd gezegde aan te halen. Dus stichtte hij de Vrije Universiteit, streed voor het christelijk onderwijs, richtte de ARP (de eerste gereformeerde politieke partij) op, gaf een gereformeerd dagblad en een gereformeerd weekblad uit en was op nog veel meer fronten aktief om christenen te mobiliseren hun plaats in de samenleving in te nemen. Vandaag zijn de ChristenUnie en het Nederlands Dagblad daar voorbeelden van. Tegenover die mentaliteit had je 100 jaar geleden een man als ds. Kersten. Hij is de oprichter van de SGP, de politieke partij die nu nog steeds bestaat. En hij is één van de mensen die de opkomst van andere reformatorische organisaties heeft bevorderd, waaronder het Reformatorisch Dagblad. Maar de houding naar de samenleving is heel anders, namelijk terughouden en afwerend naar de boze wereld toe.

Beide stromingen willen bijbelgetrouw-gereformeerd zijn. Alle drie de verontruste (ex-)vrijgemaakten groeperingen hebben juist daarover hun zorgen als het om de GKV gaat. De theologische orthodoxie van de reformatorische kerken spreekt hen veel meer aan. Maar hun christelijke levensstijl en spiritualiteit ligt er mijlenver vanaf, want cultureel gezien zijn ze diep geworteld in de traditie van Kuyper. Dus zullen ze zich nooit thuis gaan voelen in bijvoorbeeld de HHK, waar 90% van de gemeenten zelfs de Herziene Statenvertaling nog te modern vindt, waar vaak nog op hele noten uit de psalmberijming van 1773 gezongen wordt, waar in veel gevallen hoed en rok de norm zijn voor zondagse kerkgang en toelating tot het heilig avondmaal, en waar in de prediking vaak niet zozeer de betrouwbare beloften van Gods verbond in Christus die om geloof en bekering vragen centraal staan, als wel de mens in Adam die als zondaar buiten Christus staat en opgeroepen wordt om Hem te zoeken.

Een orthodoxe, niet-bevindelijke romp-GKV

De groep verontruste GKV’ers die op 1 mei 2023 niet mee wil gaan met de nieuwe Nederlandse Gereformeerde Kerken heeft dus eigenlijk maar één optie, namelijk naar interne pretentie de oude GKV voortzetten. Maar daar heb je er al twee van. Die gaan nu gelukkig bijna samen. Maar in hun synodale organisatie zijn ze wel zo strak, dat ze in de ogen van de verontruste GKV’ers anno 2022 een flink aantal middelmatige zaken tot bindende besluiten verheven hebben, zoals het vrouwenkiesrecht uit 1993 dat weer is teruggedraaid en de verplichting dat in de eredienst alleen maar de gezangen en de liturgische formulieren uit het Gereformeerd Kerkboek van 1984 zijn toegestaan. Die is zelfs opnieuw uitgegeven in een speciale editie met de HSV-bijbel.

De verontruste GKV-broeders en zusters zitten dus echt een beetje klem. Zelf lijkt het mij het meest voor de hand ligt om een nieuw vrijgemaakt kerkverband te beginnen waarbij DGK, GKN en de naderende nieuwe uittocht (GKV Capelle-Noord, GKV Urk + wat losse predikanten en gemeenteleden) zich samenvoegen. Dan heb je een traditioneel-gereformeerd, niet-bevindelijk kerkgenootschap naast een meer modern-gereformeerd kerkgenootschap en, als op termijn de rechterflank van de CGK en de HHK fuseren, een bevindelijk reformatorisch kerkgenootschap.

Wanneer de één dan niet roept: ‘Ik ben van Paulus’ en de ander: ‘Ik ben van Apollos’ en de derde: ‘En ik van Kefas’, maar we elkaar bij alle verschil van mening blijven (h)erkennen als ‘Ik ben van Christus’ is de bede van onze Heer Jezus Christus dat zij allen één zijn nog niet te volle verhoord, maar hebben we wel wat stappen gezet in die richting.

Ook als opiniestuk geplaatst in het Reformatorisch Dagblad.

Sint Maarten met “lüttje Lateern’ loopt men in Ost-Friesland op 10 november

Op 11 november viert half Nederland Sint Maarten. Het is een eeuwenoude traditie, die ook in het hoge Noorden van Duitsland in ere wordt gehouden, namelijk in de regio Ostfriesland (Emden, Aurich). Daar verscheen een aantal jaren geleden het prachtig boekje “Mien lüttje Lateern – plattdeutsche Lieder zu Martini”. Het heeft 52 bladzijden en is nog steeds voor € 9,95 + verzendkosten te verkrijgen bij de Ostfriesische Landschaft.

Zingen ter ere van Maarten Luther

Wat ik nooit geweten heb is, dat men daar zo’n 200 jaar geleden, vanaf het midden van 1800, de datum verschoven heeft van 11 november naar 10 november. Waarom? Omdat 10 november de geboortedag van Maarten Luther is. In die tijd hoorde Ostfriesland bij het protestants-lutherse koninkrijk Hannover. Daar besloot men in 1852 dat op het feest van

Sint Maarten niet langer de katholieke heilige Sint Martinus van Tours centraal mocht staan, maar dat het een kinderfeest ter ere van de grote “Glaubensmann und Lichtfreund” Maarten Luther moest worden. Op 10 november dus.  In Nederland en in de andere delen van Duitsland werd en wordt Sint Maarten nog steeds op 11 november gevierd.

Bijzonder is ook, dat er vanaf die tijd Sint Maarten liedjes gemaakt zijn waarin Maarten Luther bezongen wordt als de goede man die ons wel wat geven kan.  

Het lied ‘Mien lutje lanteern’

Iets anders wat mij in dit boekje opviel was de oorsprong van ‘Mien lutje lanteern’. Dat is in Groningen zo ongeveer het populairste Sint Maarten lied in het eigen dialekt. Het gaat als volgt:

Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

Doe daanst deur de stroaten, dat kinst ja nait loaten.

Vandoag mout ik lopen, mien laidje verkopen.

Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

Ik ken dit lied van jongsaf aan. Mijn vader schreef er al over in 1976 (zie hier). Dus ik dacht: dit lied moet al wel eeuwen-oud zijn. Maar wat blijkt? Niets is minder waar! Melodie en ‘plattdüütse’ tekst zijn afkomstig van Gretha Schoon, die het samen met kinderen van haar klas in Emden bedacht en geschreven heeft. Het werd meteen razend populair en is al snel in het Gronings vertaald door David Hartsema, de vaste tekstschrijver van de bekende Groningse zangeres Lianne Abeln.

Kiek, dat heb ik nou nooit waiten!

Tenslotte: in 1989 verscheen het boek “Sint Maarten Suntermeerten – 150 liedjes verzameld door Wim Faber met, zoals de titel zegt, 150 liedjes uit heel Nederland (van Groningen via Noord-Holland tot Limburg toe) en zelfs uit Noord-Duitsland, België, Frankrijk en Zwitserland. Antiquarisch is het nog te krijgen.

HOE BEN JE SOLIDAIR MET WIE ECHT AAN ENERGIE-ARMOEDE LIJDT?

Laatst hoorde ik, dat iemand uit solidariteit met de mensen die echt klem zitten vanwege de hoge prijzen voor gas en elektra in eigen huis de temperatuur van 17,5 naar 17 graden wilde laten gaan. Met als vraag erbij: wat is jullie oplossing om het toch nog een beetje warm te krijgen als ik thuis zit te werken?

Foto: Gerd Altmann (Geralt) – Pixabay

Toen ik de suggestie deed om de temperatuur gewoon op 19 graden te houden en op andere dingen te bezuinigen, zoals 1x per week vlees en 1x per maand minder uit eten en 1x per jaar minder op vakantie, kreeg ik als antwoord: de verwarming staat bij ons al een paar jaar op 17,5 graden en die andere dingen doen we ook al uit duurzaamheidsoverwegingen.

Hier kiest iemand voor vrijwillige warmte-armoede omdat er elders in het land mensen echt in energie-armoede leven. Dat is een vorm van solidariteit die op zich te prijzen is, maar volgens mij niet echt zinvol is. Geef toe: als iemand vanwege het klimaat en de ecologische voetafdruk  al heel milieubewust bezig is (de verwarming staat op 17,5 graden!) en de financiële situatie geeft geen reden om nog verder te bezuinigen op het energieverbruik – wat schieten de mensen die echt in de problemen zijn gekomen daar dan mee op?

OK, je kunt het bedrag dat je bespaart door de kachel een half graadje lager te zetten overmaken naar de Voedselbank. Maar voor de rest hou je er alleen maar zelf een goed en warm gevoel aan over (dat laatste alleen als je een extra trui en een paar wollen sokken aantrekt).

“Ik redde de arme die om hulp vroeg (…) en onthield hem nooit waar hij om vroeg.” (Job 29:12a en 31:16a)

Toen ik er nog wat dieper over nadacht kwam bij mij de vraag op: waarom voelt iemand die z’n kachel al op 17,5 heeft staan, zich geroepen om terug naar 17 te gaan? De gereformeerde ethicus Jochem Douma zei eens dat veel christenen die heel erg bewogen zijn met de nood in de wereld zich altijd een beetje schuldig voelen over het feit dat ze het zelf zo goed hebben. Hun valkuil is, zei hij, dat ze voortdurend vinden dat ze eigenlijk een té luxe leventje hebben. Als er dan een oproep komt om minder voor jezelf te leven, zijn zij de eersten die vinden dat ze inderdaad nog steeds in weelde leven en dat het nog wel ietsje minder kan. Wat je dan ziet, aldus Douma, is dat christenen die zich vrij onnadenkend overgeven aan het grote genieten hun consumptiepatroon van lekker eten, weekendjes weg, zomer- én wintervakantie, elk seizoen een nieuwe garderobe etc. etc. hun leefpatroon amper wijzigen, maar dat christenen die op dit vlak al heel bewust leven na zo’n oproep besluiten om het nog soberder aan te doen door hun ene vakantie een jaartje over te slaan of helemaal in tweedehands-kleding te gaan lopen. Want als je jezelf voortdurend vergelijkt met mensen die het veel slechter hebben dan jij, heb je het nog steeds beter als die ander, ook als je bijna niet meer op vakantie gaat, nooit iets nieuws koopt en je de verwarming nog een half graadje lager draait naar 17 graden. Volgens Douma raakt dan het bijbelse evenwicht tussen genieten van de zegeningen die God jou geeft en het aandacht geven aan de armen om je heen zoek. Net zoals trouwens het evenwicht zoek is wanneer iemand die zich christen noemt al z’n tijd en geld voor z’n eigen geluk en consumptie besteedt en z’n medemens afscheept met een fooi.

Gelukkig de mens met ontzag voor de HERE en met liefde voor zijn geboden. Rijkdom en weelde bewonen zijn huis en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd. Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd, hij zal stijgen in aanzien en eer.  (Psalm 112:1,3,9)

Dus nee … ik geloof niet dat christenen uit solidariteit met degenen die echt in armoede leven vanwege de hoge gasprijzen hun verwarming één of een paar graadjes naar beneden moeten draaien. Daardoor raak je zelf in de kou en als je verder niets doet, laat je anderen in de kou zitten.

Wat helpt dan wel? Ik doe zomaar een paar suggesties.

1/ Geef royaal aan de Voedselbank of maak daar maandelijks een vast bedrag naar over.

2/ Als je zelf nog een vast contract hebt t/m 2024 en je weet dat inmiddels de helft van Nederland het dubbele betaalt voor gas en elektra, maak dan uit solidariteit een deel van jouw voordeel over aan de diakonie van je kerk.

3/ Kijk om je heen, vraag of mensen het nog redden en bied waar dat nodig is praktische hulp en steun aan.

4/ Doe het samen, dus motiveer bv. de diakonie van jouw kerk om het voortouw te nemen om in aktie te komen. Op Energiearmoede, inflatie en de diaconie – Kerkpunt is daarover meer informatie te vinden.

Als je bewust een aantal van deze vier dingen doet, hoef je je verwarming volgens mij niet nog lager te zetten. Want, zoals een gevleugelde uitspraak van dezelfde Jochem Douma luidt: ‘Om het ene te doen hoef je het andere niet na te laten.’

Het morele failliet van zorgverzekeraar Pro Life

De christelijke zorgverzekeraar Pro Life Zorgverzekeringen is moreel failliet gegaan. Vanaf 2023 komt abortus en euthanasie ook in het basispakket. Daarmee is Pro Life niet meer expliciet vóór het leven, maar wordt ze net zo neutraal als alle andere zorgaanbieders.

Directeur Jos Leijenhorst vertelt in deze video waarom Pro Life door de knieën is gegaan voor de seculiere druk om de beschermwaardigheid van het ongeboren en het voltooide leven op te geven.


Wat mij opvalt in deze verklaring is, dat Pro Life opeens zélf vindt dat door abortus en euthanasie niet te vergoeden “mensen tegenover elkaar komen te staan” en “sommige mensen zich gekwetst voelen” en dat er hierdoor een tweedeling is ontstaan, ook “soms onder christenen”.
En dan zegt Pro Life met droge ogen: “Je vraagt je misschien af of we anders zijn gaan denken. Nee. We staan nog altijd voor de beschermwaardigheid van het leven. Want wij geloven dat het leven uniek, geliefd en waardevol is voor God. En dit blijven we uitdragen. We zetten ons al bijna 100 jaar in voor zorg die daarbij past. (…) Zorg rondom het levenseinde, hulp aan zwangere vrouwen, en nog zoveel meer. En dat blijft zo.”
Dat is dus niet zo. Pro Life wordt per 1 januari 2023 een neutrale aanbieder die aktief meewerkt aan alle keuzes die mensen persoonlijk maken. Vanwege de bakken aan badwater van de seculiere kritiek wordt, onder nog wat ach-en-wee-geroep, het ongeboren kind en ook de afgeleefde oudere door de gootsteen gespoeld 😥.

Pro Life zegt ook dat er kritiek was op het abortus-, euthanasie-, IVF- en transgender-standpunt van “onze organisatie in politieke discussies en in vragen aan de regering. Soms op basis van onjuistheden en soms op basis van fundamentele meningsverschillen.” Dan denk ik: als het onjuistheden zijn, kun je dat uitleggen; en als het om principiële standpunten gaat, hoef je daar niet aan toe te geven. Niemand is verplicht om vóór Zorgverzekeraar Pro Life te kiezen.

Het blijft heel merkwaardig dat Pro Life opeens tot het inzicht is gekomen, dat “voor wie onze huidige polisvoorwaarden nu te zwart-wit vindt, er geen zorgverzekering met christelijke hulp en services is zoals wij die bieden.” Pardon? Dus om een nieuwe doelgroep te bereiken die het wel prima vindt dat abortus en euthanasie in het basispakket komen, geeft Pro Life vrijwillig een principiële kernwaarde als de beschermwaardigheid van het leven prijs? Natuurlijk kun je kritiek hebben op sommige keuzes die tot nu toe gemaakt zijn. Zelf heb ik bijvoorbeeld nooit begrepen waarom IVF-behandelingen en transgenderzorg per definitie werden uitgesloten van vergoeding. Maar bij abortus en euthanasie ligt dat toch heel anders, lijkt mij.

De knieval voor de tijdgeest en voor de seculiere, steeds agressievere publieke politieke opinie (zowel van linkerzijde als van rechterzijde) komt ook onthutsend duidelijk tot uiting in de volgende uitspraak van de Pro Life directeur: “Ja, wij hebben bedenkingen en soms bezwaren bij behandelingen. En we hopen dat mensen daarover willen nadenken. Maar uiteindelijk beslissen mensen zelf.” Hier geeft hij zelf het antwoord op de vraag hoe je deze verandering moet taxeren: “we zijn ons ervan bewust dat sommigen het ervaren als het opgeven van principes. Anderen zullen het ervaren als een goede stap die christenen verbindt. En die meer ruimte biedt om geloof, zorg en hulp samen te brengen.” Ik kan er met mijn verstand echt niet bij hoe men bij Pro Life de overgang naar aktieve hulp en vergoeding bij abortus en bij euthanasie als de cliënt daarvoor kiest, durft te typeren als iets positiefs. Het verbindt christenen hooguit met het hyperindividualisme van de moderne samenleving, waarvan het ongeboren en bijna voltooide leven de dupe van wordt.

De video van Pro Life over deze principiële beleidswijziging eindigt met: “Heb je nog vragen over deze verandering? Bel gerust!” Ik hoop dat veel christenen die nu nog bij Pro Life zitten, dat zullen doen. Namelijk om aan te geven dat ze zullen overstappen of om puur vanwege pragmatische redenen zullen blijven.

Ik zal mijn moeder van 83 adviseren een goedkopere, net zo neutrale ziektekostenverzekering te zoeken.
En als mijn kinderen ernaar vragen, zal ik zeggen dat ze op praktische gronden (wat extra kraam- en gezinszorg als er niet voor een abortus gekozen wordt) voor Pro Life kunnen kiezen, maar zich niet moeten kietelen met de gedachte dat ze daarmee bewust een principiële keus voor een christelijke zorgaanbieder hebben gemaakt.
En al die andere dingen, zoals “onze unieke programma’s Geloof en gezondheid, Sterke relaties en Ouder worden”? Die bieden organisaties die wel hun christelijke waarden hooghouden zoals de Nederlandse Patiënten Vereniging ook aan.
Mijn voorspelling: het gaat stapels opzeggingen regenen dit najaar en van de toezegging dat het christelijk zorgaanbod de komende jaren verder wordt uitgebouwd komt niks terecht. Sterker nog: ik verwacht dat Pro Life binnen enkele jaren z’n laatste adem uitblaast.

Hieronder volgt de komplete tekst van de onthutsende verklaring van Jos Leijenhorst, directeur van zorgverzekaar die tot en met 31 december 2022 echt Pro Life was.

Fijn dat je kijkt. Graag vertel ik iets meer over een belangrijke verandering in onze basisverzekeringen. Want vanaf 1 januari 2023 nemen we alle zorg op die de basisverzekering standaard biedt. En dat betekent dat ook abortus, euthanasie, standaard IVF en transgenderzorg in onze basisverzekeringen komen.

Wat is er aan de hand? We merken dat er een tweedeling ontstaat in de samenleving en soms ook onder christenen. Door vergoedingen uit te sluiten komen mensen tegenover elkaar te staan. Sommige mensen voelen zich door onze keuzes gekwetst. Dat uit zich in kritiek op onze organisatie in politieke discussies en in vragen aan de regering. Soms op basis van onjuistheden en soms op basis van fundamentele meningsverschillen. En dat raakt ons. Want we willen respectvol naast en met elkaar leven, ook als we van mening verschillen. We willen mensen laten nadenken over onderwerpen zoals de beschermwaardigheid en maakbaarheid van het leven. En helpen bij het maken van keuzes. Ook christenen denken soms verschillend over het uitsluiten van vergoedingen. Want in hoeverre doet dit recht aan soms ontzettend ingewikkelde situaties? We delen vaak dezelfde waardes, maar kunnen verschillen in hoe we dat vertalen naar keuzes. En voor wie onze huidige polisvoorwaarden nu te zwart-wit vindt, is er geen zorgverzekering met christelijke hulp en services zoals wij die bieden.

Wat willen we met die veranderingen bereiken? Wij willen voorkomen dat mensen denken dat wij zwart-wit kijken naar grote levensvragen. En soms ook om te kunnen kiezen voor een zorgverzekering met christelijke hulp en services. Ja, wij hebben bedenkingen en soms bezwaren bij behandelingen. En we hopen dat mensen daarover willen nadenken. Maar uiteindelijk beslissen mensen zelf. Deze verandering bevestigt dat. En we geloven daarbij dat we naast mensen mogen blijven staan ook als zij andere keuzes maken dan wij. En zo ontstaat er ruimte om op een zorgvuldige manier stil te staan bij vragen rondom abortus, euthanasie en geslachtsverandering. Wij gaan bijvoorbeeld extra investeren in de hulp van vertrouwensartsen met wie je in gesprek kunt. Zo helpen we mensen op weg bij het maken van keuzes.

Deze beslissing nemen we natuurlijk niet zomaar. We hebben lang stilgestaan bij de gevoeligheid van deze verandering. We hebben er acht maanden intensief over gepraat. En we zijn ons ervan bewust dat sommigen het ervaren als het opgeven van principes. Anderen zullen het ervaren als een goede stap die christenen verbindt. En die meer ruimte biedt om geloof, zorg en hulp samen te brengen.

Je vraagt je misschien af of we anders zijn gaan denken. Nee. We staan nog altijd voor de beschermwaardigheid van het leven. Want wij geloven dat het leven uniek, geliefd en waardevol is voor God. En dit blijven we uitdragen. We zetten ons al bijna 100 jaar in voor zorg die daarbij past. Denk aan IVF waarbij er geen embryo’s overblijven. Zorg rondom het levenseinde, hulp aan zwangere vrouwen, en nog zoveel meer. En dat blijft zo. Natuurlijk kun je nog steeds kiezen voor christelijke zorg. De christelijke waarden waar Pro Life voor staat blijf je terugzien in onze verzekeringen. Je kunt kiezen voor christelijke zorgverleners waar wij afspraken mee hebben. En onze hulp en services breiden we nu en in de komende jaren nog verder uit. En je kunt ook blijven rekenen op de persoonlijke aandacht van onze hulpverleners en gebruik maken van onze unieke programma’s. Denk daarbij aan ‘Geloof en gezondheid’, ‘Sterke relaties’ en ‘Ouder worden’. Heb je nog vragen over deze verandering? Bel gerust!

Weer terug naar de ene beker bij de viering van het Avondmaal?

‘Ik verwacht dat de gezamenlijke beker, die in veel gemeenten tijdens de coronapandemie is vervangen door plastic cupjes, weer zal terugkeren.’ Dat zei Arnold Huijgen, hoogleraar aan de TU Apeldoorn en binnenkort aan de VU Amsterdam in het Nederlands Dagblad van 18 augustus 2022. Hij denkt dat de belangrijke symbolische funktie van de ene beker de reden is dat in veel kerken het drinken uit de gezamenlijke beker terugkomt. ‘Als je niet uit één beker drinkt, mis je toch een belangrijk symbool van het avondmaal. Het is de beker die je doorgeeft en waardoor je de gemeenschap ervaart.’

Ik deel de verwachting van Huijgen niet en denk dat het gebruik van kleine bekertjes een blijvertje is in veel protestantse en gereformeerde kerken waar Avondmaalsgangers vóór de corona-crisis uit één of meer grote bekers dronken.

En ook al heeft het gebruik van het drinken uit één beker (hoewel het er meestal meerdere zijn) voor veel mensen de symbolische waarde die Huijgen er aan hecht, het is nog maar de vraag of je theologisch gezien daar zoveel waarde aan moet hechten, dat het de voorkeur verdient om het zo snel mogelijk weer in te voeren. Kerkhstorische valt daar wel wat tegenin te brengen. De Heidelbergse Catechismus bijvoorbeeld kent het fenomeen ‘doorgeefbeker’ helemaal niet.

Wat zegt de Bijbel?

Het drinken uit de ene beker is volgens mij geen principiële zaak die je rechtstreeks uit de Bijbel kunt afleiden. We weten dat Christus het Avondmaal heeft ingesteld tijdens de Pesach-viering. Daar ging de beker met wijn verschillende keren rond onder de gelovige deelnemers. Maar omdat bij de eerste viering slechts 13 mensen aanwezig waren, zegt het niet zoveel dat er één beker rondging. Tot vóór corona gebruikten bijna alle gereformeerde kerken meerdere grote bekers bij het Avondmaal. Maar in vele evangelische kerken en ook bijna overal in het buitenland drinkt men al decennia lang de wijn die het bloed van Christus symboliseert uit kleine bekertjes. Vaak wacht men tot iedereen een klein bekertje heeft en drinkt dan met z’n allen op hetzelfde moment. Zo brengt men de verbondenheid in het geloof en het feit dat men de eenheid al tot uitdrukking.

Beide vormen zijn naar mijn mening even waardevol en brengen tot uitdrukking dat je als gemeente samen het ene lichaam van Christus vormt en dat je gelovig drinkt van de wijn als teken van Christus’ bloed tot volkomen verzoening van al onze zonden.

Wat zegt de gereformeerde belijdenis?

In artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “Christus heeft een aards en zichtbaar brood voorgeschreven als sacrament van zijn lichaam en de wijn als het sacrament van zijn bloed. Hiermee verzekert Hij ons ervan: zo zeker als wij het sacrament ontvangen en in onze handen houden en het eten en drinken met onze mond, om ons leven in stand te houden, zo zeker ontvangen wij in onze ziel door het geloof – dat de hand en de mond van onze ziel is – het ware lichaam en het ware bloed van Christus, onze enige Heiland, om ons geestelijke leven in stand te houden.”

In Zondag 28 (vr.+a. 75) van de Heidelbergse Catechismus staat, dat “ik het boord en de wijn, als betrouwbare tekenen van Christus’ lichaam en bloed, uit de hand van de dienaar ontvang en met de mond geniet.”

Deze twee passages uit de gereformeerde belijdenis zeggen niet zoveel over het gebruik van kleine bekertjes. Je kunt uit Zondag 28 hooguit afleiden, dat de gaande viering in Heidelberg gebruikelijk was: iedereen krijgt brood en wijn uitgereikt door de predikant. Hier staat niet de vraag centraal hóe je brood en wijn aanpakt en inneemt, maar dát je het gelovig ontvangt en eet. De gereformeerde belijdenis zegt niets over de praktijk van de Avondmaalsviering en laat dat over aan de christelijke vrijheid.

Wat zegt de gereformeerde traditie?

Sinds de Reformatie heeft de vormgeving van het Avondmaal in de Gereformeerde Kerken altijd behoord tot de ‘middelmatige dingen’ waarin de plaatselijke kerken en de gelovigen elkaar vrij lieten. Dat geldt ook voor de manier waarop het Avondmaal gevierd werd.

Calvijn
Calvijn gaat in zijn Institutie meerdere keren in op de vraag hoe je moet omgaan met middelmatige zaken. Volgens Calvijn moet iedere christen eerst bij zichzelf en vanuit de Bijbel nagaan, waarom hij iets wel of niet doet. Middelmatig is niet hetzelfde als: het maakt niets uit. Middelmatig betekent: je mag elkaar er niet aan binden. Speciaal met het oog op het Avondmaal schrijft Calvijn dan: ‘Wat verder de uiterlijke wijze van handelen betreft: het doet er niet toe of de gelovigen het brood in de hand nemen of niet, of ze het onder elkaar verdelen of dat ieder eet, wat hem gegeven wordt, of ze de beker weer de diaken in de hand geven of aan hun naaste overreiken, of het brood gezuurd is of ongezuurd, of de wijn rood is of wit. Dit zijn middelmatige dingen, die in vrijheid van de kerk gelaten zijn.’ Het gaat er uiteindelijk om, dat ‘de gelovigen in passende orde aan de heilige maaltijd deelnemen, terwijl de dienaren het brood breken en aan het volk uitreiken.’ (Institutie 4.17.43) Behalve het brood reikten de predikanten ook de bekers met wijn uit, maar dat staat er bij Calvijn niet bij. Calvijn kende het gebruik van kleine bekertjes waarschijnlijk niet. Dus kun je ook niet met 100% zekerheid zeggen, hoe hij hierover zou hebben gedacht.

Gereformeerde Synodes

In de gereformeerde kerken was er al bijna meer dan 425 jaar geleden aandacht voor bijzondere voorzorgs­maatregelen bij de avondmaalsviering om besmettingsgevaar bij gevaarlijke ziekten te voorkomen. In 1581 boog de Synode van Middelburg zich over de vraag op welke wijze mensen met lepra (een zeer besmettelijke ziekte) het Avondmaal mee konden vieren. Volgens de synode kon men kiezen voor een aparte hoek in de kerk voor de leprozen alleen. Of ze konden aan de gemeenschappelijke tafel aangaan, maar dan als laatste.

En ruim 100 jaar geleden lag er op de Synode van Leeuwarden 1920 de vraag of er bij de avondmaalsviering ook gebruik gemaakt kan worden van afzonderlijke bekertjes als er sprake is van het lijden aan een ziekte waarvan naar medisch oordeel het besmettelijke karakter vaststaat. De synode antwoordde, dat als er door het gebruik van een gemeenschappelijke beker gevaar van besmetting bestaat, een kerkenraad na ingewonnen advies van de doktoren, alle maatregelen mag nemen die nodig zijn om dat gevaar van besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Die uitspraak werd herhaald door de Synode van Sneek in 1939: het al dan niet gebruiken van afzonderlijke bekertjes bij het gevaar van besmettelijke ziektes wordt aan de kerkenraden overgelaten. Wel adviseert de synode om de eenheid van de Avondmaalsviering met afzonderlijke bekertjes te laten blijken door één schenkbeker of schenkkan te gebruiken.

Zeer besmettelijk

In de uitspraken van hierboven valt me op, dat het om zeer besmettelijke ziekten gaat. En via de ene beker kunnen ernstige en minder ernstige ziektes en kwalen worden doorgegeven.

Hoe levensbedreigend is het corona-virus op dit moment in Nederland?

Sommigen zullen zeggen: het valt, nu er goede vaccins zijn, allemaal wel mee, dus we kunnen met een gerust hart de kleine bekertjes weer vervangen door een aantal grote bekers.

Anderen reageren daarop met: doordat onze kennis op het gebied van hygiëne is toegenomen, weten we nu veel beter dan vroeger welke risico’s we lopen.

Maar, zegt nummer drie: de HERE zal er wel voor zorgen dat je er niks aan overhoudt, dus vertrouw maar op Hem.

Ja, denkt dan nummer vier: maar ik wil die broeders en zusters die na me komen niet aansteken met m´n verkoudheid of koortslip of Pfeiffer of wat dan ook.

En een volgende broeder of zuster, die toch al terughoudend is in lichamelijke contacten vanwege een zwakke gezondheid, overweegt sinds corona om de ene beker maar over te slaan of zelfs helemaal niet naar het Avondmaal te gaan.

Rekening houden met elkaar

In Romeinen 14 schrijft de apostel Paulus hoe je als gemeente om moet gaan met verschil van mening. Je moet elkaar verdragen en aanvaarden als het niet om wezenlijke zaken gaat. Bij het Avondmaal gaat het om het eten van het brood en het drinken van de wijn. De beker zelf speelt daarbij geen rol. Dus mogen we elkaar de christelijke vrijheid gunnen als gemeentes en als christenen om bij het Avondmaal samen uit de ene beker te drinken of allemaal afzonderlijk uit kleine bekertjes. Waar het om gaat is, dat we het Avondmaal vieren tot versterking van ons geloof.

Laten we daarom elkaar aanvaarden, wanneer de één vrijmoedig met zijn broeders en zusters drinkt uit de ene beker, terwijl de ander met een zuiver geweten drinkt uit het ene kleine bekertje. In beide gevallen wil onze Heiland met zijn bloed het geloof in ons versterken.

In de praktijk

Persoonlijk vind ik de symboliek van de ene beker die je aan elkaar doorgeeft erg mooi. Maar belangrijker vind ik dat iedereen het Avondmaal met volle toewijding en dus onbezorgd kan meevieren. Als gemeenteleden vanwege speciale omstandigheden weg blijven of met gemengde gevoelens het Avondmaal vieren, moet een kerkenraad er alles aan doen om die moeiten met betrekking tot de hygiëne en besmettingsgevaar weg te nemen. Daarom lijkt het mij heel verstandig om bij het Avondmaal de wijn uit kleine bekertjes te blijven drinken. De ‘sterken’ zullen op dit punt toch zeker de ‘zwakken’ tegemoet willen komen. We vieren als christenen het Avondmaal toch niet alleen maar voor onszelf, maar met elkaar?

Toegift 1: na Calvijn komt Schilder

In ‘De Reformatie’ van 6 april 1934 neemt K. Schilder het bericht op, dat een groot deel van de Ned. Geref. Kerk te Koffiefontein zich afgescheiden en bij de Geref. kerk gevoegd heeft, omdat in de eerstgenoemde kerk afzonderlijke bekertjes bij het Avondmaal werden ingevoerd. Schilder geeft daar het volgende commentaar op: ‘ Men zal in de nieuwe kerk wel goed blijven preken. En inzake de sacramenten menen, nog beter dan de voormalige broeders, getrouw te blijven aan de instelling van Christus. Er is dus een nieuwe ‘ware kerk’ geboren, indien men meent, dat wat deze heeft genoeg is om ware kerk te heten. Tenzij iemand menen mocht, dat de thans tot in- voering der bekertjes overgegane kerk eo ipso had opgehouden, ware kerk te zijn. maar daar denk ik anders over. Trouwens, over dat andere denk ik ook anders.

Ter verklaring: ‘eo ipso’ betekent ‘door die daad (van invoering van kleine bekertjes) zelf’. Schilder gelooft dus niet, dat je door zo’n besluit ophoudt ware kerk te zijn. En wat hij dan met zijn laatste cryptische zinnetje ‘Trouwens, over dat andere denk ik ook anders’ bedoelt? Volgens mijn interpretatie bedoelt Schilder daarmee, dat hij ook anders denkt over visie, dat je met een grote beker meer trouw blijft aan de instelling van Christus dan wanneer je bij het Avondmaal kleine bekertjes gaat gebruiken. Schilder houdt ons hier dan ook heel beknopt de vraag voor: is de invoering van kleine bekertjes bij het Avondmaal een kerkstrijd waard? Zijn antwoord sluit aan bij de Schrift, belijdenis en kerkgeschiedenis: NEE, maar verdraagt elkaar in liefde (Ef. 4:2)

Toegift 2: Je kunt van alles krijgen, maar het komt vaak niet door de ene beker

Vaak wordt gezegd, dat wanneer je met meer mensen drinkt uit één Avondmaalsbeker, je daar allerlei ziektes en besmettingen van kunt oplopen. Ik verwijs graag naar het artikel THE COMMON CUP AND THE COMMON COLD van de Canadese medicus Dr. Greg Kenyon. Hij is van mening dat de risico’s van het gezamenlijk drinken uit de ene be­ker aan de avondmaalstafel niet ontkend, maar ze­ker ook niet overdreven moeten worden. Dat is volgens hem niet de voornaamste bron van het overdragen van allerlei infecties en ziektes. Als dat wel zo was, “zouden we God op onze knieën uitbundig moeten danken dat Hij ons elke keer weer op bovennatuurlijke wijze spaart voor al de besmettelijke bacteriën en virussen die in of op de rand van de avondmaalsbeker op de loer liggen om ons ernstig ziek te maken.” Tegelijk pleit Kenyon wel voor het gebruik van afzonderlijke bekertjes voor mensen met een evident zwakke gezondheid of extreem lage weerstand.

Gereformeerd ‘vrijgemaakt’ – uitgelegd in Jip-en-Janneke-taal

Wie wat bewaart, heeft wat. Maar bij een verhuizing moet je ook weer een heleboel wegdoen. Dus bracht ik in 2022, toen we van Assen naar Balkbrug gingen verkassen, wat boeken en ander spul naar de kringloop. Er zat ook een stapel van 2 x 10 brochures in, nl. ‘Afscheiding en Vrijmaking in Assen’ en ’50 jaar Vrijmaking in Assen’.

“Wat leuk, mag ik van allebei eentje?” zei de man bij de inname die mij herkende als de dominee van Peelo. “Ik vroeg me altijd al af waarom jullie vrijgemaakt heten.”

Ja, hoe leg je dat even snel en begrijpelijk uit? Dus zei ik:

“In 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog, kregen de gereformeerden onenigheid over een paar belangrijke kwesties. Daarover deed het landelijke bestuur een uitspraak waar niet alle plaatselijke kerken het mee eens waren. Toen besloot het landelijk bestuur om een flink aantal tegenstanders uit hun funktie te ontheffen. Dominees werden ontslagen en ouderlingen werden uit het plaatselijke kerkbestuur gezet.

Daar kwam flink wat protest tegen, want de plaatselijke gereformeerde kerken waren altijd zelfstandig geweest, dus het landelijk bestuur had het recht niet om zomaar dominees en ouderlingen en complete kerkbesturen af te zetten.

Ongeveer 10% van de 700.000 gereformeerden heeft zich in 1944 en 1945 vrijgemaakt van die inmenging van het landelijke bestuur en zijn zelfstandig verder gegaan als Gereformeerde Kerken, vaak met het woordje (vrijgemaakt) erachter.

Vergelijk het met de KNVB en een voetbalclub als Ajax. Ajax is, net als alle andere voetbalclubs, lid van de KNVB. Maar de KNVB kan nooit de trainer van Ajax ontslaan of het bestuur van Ajax afzetten als er sprake is van misstanden binnen de club. Daar is de KNVB niet toe bevoegd. De KNVB kan Ajax wel een boete geven, het eerste elftal terugzetten naar de amateurs of zelfs alle elftallen uit de competitie nemen. Maar alleen de club zelf kan de trainer ontslaan of het bestuur wegstemmen.

Zo was het in de gereformeerde kerken ook. Maar in 1944 veranderde het landelijke bestuur de spelregels.”

“Dus het hoofdbestuur greep de macht om één van de twee meningen erdoor te drukken?” reageerde mijn gesprekspartner. Ik zei: “Ja, dat klopt precies. Terwijl volgens de latere vrijgemaakten beide meningen best naast elkaar hadden kunnen bestaan.” Daarop vroeg de man van de inname: “Maar als de meerderheid dat nou niet wilde, hoe hadden ze het dan moeten oplossen?” Ik zei: “Dan hadden ze, net als de KNVB doet bij misstanden bij plaatselijke clubs, die kerken niet langer moeten toelaten. Dan word je a.h.w. met een rode kaart van het kerkelijke speelveld gestuurd, maar je respecteert wel de zelfstandigheid van de plaatselijke club.”

“Ik heb nog één vraag”, zei de kringloopmedewerker. “Als het nou omgekeerd was gegaan en de meerderheid van de kerken had het hoofdbestuur weggestemd, hoe was het dan afgelopen?” Ik zei: “Dat kun je beter vergelijken met de Nederlandse Volleybalbond NEVOBO. Die heeft lang geleden besloten om een aantal spelregels te wijzigen en bijna alle volleybalclubs waren het daar mee eens. De clubs die toen tegen waren, moesten kiezen: of we accepteren de nieuwe spelregels of we beginnen een alternatieve volleybalbond met clubs die nog volgens het oude systeem willen spelen. Maar die nieuwe landelijke bond mag zichzelf niet NEVOBO noemen, want ze zijn er vrijwillig uitgestapt.”

“Aha,” zei mijn gesprekspartner, “het is mij helemaal duidelijk. Daarom moesten jullie achter je naam nog vrijgemaakt zetten, omdat jullie als minderheid eigenlijk gewoon een nieuwe kerkelijke club begonnen.” “Ja, zo zou je het kunnen zeggen, maar dan wel volgens de oude spelregels,” antwoordde ik (en ik dacht: ik zal maar niet uitleggen dat de vrijgemaakte kerken er in het begin onderhoudende art. 31 KO achter hadden gezet en wij daarom tot op de dag van vandaag soms nog ‘artikeltjes’ genoemd worden ;-). Toen ik vertrok, zei de kringloopman: “Nou, bedankt voor de uitleg. En die beide boekjes ga ik eens lekker doorlezen.”

Over die boekjes gesproken: de eerste, over de Afscheiding en de Vrijmaking in Assen, is 70 blz. dik en geschreven door de vrijgemaakte dominee H. Bouma, die van 1948-1984 in Assen stond. De tweede, over 50 jaar Vrijmaking, is 20 blz. dun en geschreven door J. Kamphuis, professor aan de vrijgemaakte Theologische Universiteit en dezelfde H. Bouma. Kamphuis heeft het over de landelijke Vrijmaking, Bouma ook over de Vrijmaking in Assen. Met een beetje geluk zijn ze te vinden op sites als https://www.boekwinkeltjes.nl/.

Over protesterende boeren, Luther, Calvijn en Groningse communisten

Niemand zal het zijn ontgaan: boeren protesten massaal tegen het kabinetsbeleid. Aanleiding is het ondoordachte stikstof-reductie-plaatje, maar de frustratie zit veel dieper. En dat leidt tot allerlei vormen van aktie. Demonstreren is in Nederland toegestaan. Maar wanneer ga je als protesterende boer een grens over? Vanuit christelijk perspektief een paar gedachtes.

Boerenprotest langs de weg bij Smilde

Luther en de Duitse Boerenoorlog

In 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg. Hij kraakte kritische noten over veel misstanden in de Roomse kerk. In 1520 schreef hij het boekje ‘Over de vrijheid van een christen’ om aan de paus duidelijk te maken dat mensen alleen het Woord van God, de vergeving van Christus en het geloof nodig heeft om echt vrij in het leven te staan. Als uitgangspunt neemt Luther de volgende twee stellingen:

1/ Een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen.

2/ Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.

In 1524 brak de Duitse Boerenoorlog uit. Boeren waren in die tijd lijfeigenen van de hogere adel en moesten aan talloze verplichtingen voldoen waardoor ze volledig verarmd waren. In 1524 kwamen ze massaal in opstand tegen hun slechte leefomstandigheden. Een deel van de arme bevolking sloot zich bij de boeren aan. De protesten werden al snel gewelddadig. Vooral in Zuid-Duitsland leidde dat tot plunderingen en brandstichting van kastelen en  kloosters en ook tot moordpartijen. De leiders van de boerenoorlog beriepen zich op het boekje van Luther. Maar  hoewel Luther in eerste instantie sympathie had voor de eisen van de boeren, nam hij begin mei 1525 openlijk afstand van de boerenbeweging vanwege hun gewelddadige optreden. Luther vond alleen geweldloos verzet geoorloofd, zoals hij dat ook zelf deed tegenover de Roomse kerk. In diezelfde maand werd een boerenleger van 8.000 man verpletterend verslagen door het leger van Filips van Hessen. Die was zelf een aanhanger van Luther (hij stichtte in 1527 de eerste protestantse universiteit in Marburg).

Calvijn en het recht van verzet

Calvijn leefde een tiental jaren later dan Luther. In zijn tijd kreeg de protestantse Reformatie in veel landen vaste voet aan de grond. Maar de Roomse kerk vervolgde in veel landen met steun van de keizer (in Spanje, Duitsland en de Nederlanden) en van koningen (o.a. in Frankrijk) alle protestanten, of ze nu luthers, calvinistisch of dopers waren. Mag je tegen die tirannieke overheden in verzet komen door hun bevelen te negeren? Ja, zei Calvijn, want je moet God meer gehoorzaam zijn dan mensen. Maar mag je ook tegen die tirannieke overheden geweld gebruiken door in opstand komen? Nee, zei Calvijn, dat recht hebben alleen de lagere overheden, zoals keurvorsten in het Duitse Rijk en de magistraten van Franse steden.

Een communistische gemeenteraad in Oost-Groningen  

Nederland was 100-150 jaar geleden een land met grote inkomensverschillen. Arbeiders werden uitgebuit en leefden onder erbarmelijke omstandigheden. In 1918 kwam er algemeen kiesrecht. In een aantal regio’s, waaronder Oost-Groningen, kregen bij gemeenteraadsverkiezingen de socialisten en communisten de meerderheid. Als ‘lagere overheid’ namen die soms besluiten die door de regering in Den Haag niet op prijs gesteld werden. Als het echt in strijd was met grondwet, kon de regering de gemeenteraad buiten werking stellen en vervangen door een regeringscommissaris. Dat gebeurde van 1934-1935 in Beerta, omdat de gemeenteraad midden in de crisistijd bewust voor een begrotingstekort koos om werkloze burgers te ondersteunen met allerlei voordelen. En van 1951-1953 gebeurde dat in Finsterwolde, omdat de gemeenteraad aan stakende arbeiders een uitkering uit de gemeentekas gaf. Meer over in elk geval Beerta valt te lezen in het boek ‘De Graanrepubliek’ van Frank Westerman.

Boerenprotesten vandaag

Hoe moet je als christen je houding bepalen als het om het boerenprotest van vandaag gaat? Ik denk op grond van de voorbeelden van hierboven het volgende:

1/ Protesteren mag, maar zoek niet de grens op met het risico dat er geweld gebruikt gaat worden. Praat dat laatste ook niet goed. Luther sympathiseerde met de boerbeweging, maar nam er duidelijk afstand toen de leiders radikaliseerden en zelf geweld gingen gebruiken. Kies dan liever voor publieksvriendelijke akties (zoals in Ommen) of legale akties die wel even pijn doen.

2/ Laat de lagere overheden, zoals de provincies, protest aantekenen als voor hun gevoel de landelijke overheid hen opzadelt met de uitvoering van onmogelijk en ongefundeerd beleid. Zoals nu met het stikstofbeleid: wij (het kabinet) hebben de reduktie-doelen en de einddatum vastgesteld aan de hand van dit kaartje en jullie (provinciebesturen) moeten het uitvoeren zonder dat er over percentages en tijdpad valt te diskussiëren. Met goede argumenten (en dus niet met nepargumenten of op basis van de publieke opninie) zouden de provincies dan als ‘lagere overheden’ in opstand kunnen komen, zoals Calvijn al aangaf, en kunnen zeggen: hier werken wij niet aan mee.

3/ Er kan een moment komen dat de landelijke overheid een provinciebestuur of een gemeenteraad moet overrulen. Als het goed is, gebeurt dat niet zo snel en is er voorafgaand veel overleg geweest. Maar als het kabinet de knoop doorhakt, zul je je daar als lagere overheid bij neer moeten leggen en ook loyaal moeten meewerken aan de uitvoering van het beleid, ook al ben je het er niet mee eens. Want we leven nog steeds in een demokratie, dus bij volgende verkiezingen kunnen alle Nederlanders samen kiezen welke kant we opgaan. Of Nederland dan in meerderheid verstandig kiest, blijft altijd de vraag.

Toch vooral dankbaar voor pro-life besluit in Amerika

In het magistrale nummer “Magnificent” zingt Bono, de leadzanger van U2, over de bedoeling van het leven dat al in de moederschoot begonnen is:

I was born, I was born to sing for You,

I didn’t have a choice but to lift You up

and sing whatever song You wanted me to.

I give you back my voice from the womb,

my first cry, it was a joyful noise.

‘Ik ben geboren om voor U te zingen, ik heb geen andere keus.’ In Amerika had het ongeboren leven in de eerste zes maanden van de zwangerschap ook geen keus. In 1973 sprak het Hooggerechtshof in de zaak ‘Roe vs. Wade’ uit dat het recht op zelfbeschikking voor elke vrouw zo belangrijk was, dat in alle staten abortus moest worden toegestaan tot en met week 24 van de zwangerschap.

Vorige week, op 24 juni 2022, draaide het Hooggerechtshof het besluit uit 1973 terug en sprak uit dat er op federaal niveau geen grondwettelijk recht op abortus bestaat. De individuele staten mogen nu zelf wetgeving m.b.t. abortus maken.

Het zal niemand verbazen dat vooral veel christenen in Amerika blij waren met dit besluit. Volgens Psalm 139 heeft God ieder van ons in de moederschoot op kunstige wijze gemaakt en is ieder mens kostbaar in zijn ogen. Er is daarom in veel kerken gedankt voor dit besluit, omdat in minstens de helft van de Amerikaanse staten het aantal kinderen dat na negen maanden het daglicht mag zien, zal toenemen.

Ik vind dit onthutsend. Het laat volgens mij zien hoe diep het individualistische zelfbeschikkings-denken ook in christelijke kringen is doorgedrongen. En hoe bang men is dat pro-life standpunten automatisch leiden tot inperking van vrouwenrechten.

Ik besef heel goed dat iemands keus vóór abortus altijd een achterliggende reden heeft. Dus ben ik heel voorzichtig met mijn oordeel in persoonlijke situaties. Als je als christen alleen maar hard roept dat je tegen abortus bent en verder niets doet aan zwangerschapspreventie of hulp aan ongewenst zwangere vrouwen, ben je bezig met Prinzipenreiterei.

In Nederland merkte ik onder christenen maar weinig dankbaarheid voor dit besluit dat een betere balans aanbrengt tussen vrouwenrechten en het recht om geboren te worden. Meteen werden allerlei bezwaren opgenoemd. Het was een politiek besluit, genomen door de conservatieve opperrechters die Trump had aangesteld. Het trof vooral de arme, meestal zwarte of hispanic vrouwen in achterstandsgebieden die nu hun toevlucht moesten nemen tot illegale abortussen, terwijl rijkere, meestal witte vrouwen naar California of New York konden reizen om daar wel een legale abortus te ondergaan. Het is een schijnheilig besluit, want alle pro-life-aanhangers in Amerika zijn nog fanatieker pro-wapenbezit. En dit besluit om het recht op abortus in te perken zal tot verdere onderdrukking van vrouwen en het terugdraaien van homorechten leiden. Dus nee, mainstream christelijk Nederland was überhaupt niet blij met deze uitspraak.

Maar wat is er op tegen om daarnaast uit te spreken dat het ongeboren leven meer bescherming verdient dan het nu krijgt? En dat je daarom vanuit christelijk én humaan gezichtspunt voor strengere regelgeving rondom abortus bent, omdat het ongeboren kind in de eerste zes maanden van haar of zijn bestaan met deze liberale wetgeving geen enkele keus heeft wanneer de ongewenst zwangere moeder in alle vrijheid (mag je hopen) voor een abortus kiest? En dat je daarnaast echt werk wilt maken van het voorkomen van ongewenste zwangerschappen in plaats van het te “genezen”. Want “genezen” kan nooit de eerste oplossing zijn, ook als lijkt het op dat moment vaak wel de enige te zijn. Ik heb nog bijna nooit iemand horen zeggen, ook niet in achterstandssituaties: ‘Ik had liever gehad dat mijn moeder mij 30 jaar geleden had laten weghalen’.

Dus verbaast het mij dat zo weinig christenen in Nederland niet als eerste uitspreken dat ze blij zijn dat het leven in de moederschoot in Amerika zich nu iets veiliger kan voelen. Ik ben er wel blij mee. In Amerika was de balans tussen vrouwenrechten en het recht om geboren te worden 100 tegen 0. Daar komt nu in veel staten God zij dank verandering in.

Het voelt alleen wel als een ‘holle overwinning’, zoals de Amerikaanse voorganger Chris Davis op zijn Twitter-account @RevChrisDavis verwoordde. Want hij ziet bij zijn conservatieve  landgenoten maar weinig bereidheid om op andere gebieden óók werk te maken van de beschermwaardigheid van kwetsbare groepen mensen. Dat herken ik. Te gemakkelijk wordt na deze historische uitspraak een punt gezet.  

Maar voor ieder leven extra dat geboren mag worden geldt: ‘Vanuit de buik van mijn moeder geef ik U mijn stem. Mijn eerste schreeuw is een vrolijk geluid.’

Foto’s: Pixabay

THOMAS – de twijfelende geloofsheld

‘Wat ben jij toch een ongelovige Thomas!’ Die opmerking kreeg ik wel eens te horen van mijn ouders of mijn vrienden als ze iets vertelden waarvan ik zei: ‘Dat kan niet waar zijn!’

Thomas, de elfde apostel, vond dat ook. Jezus die uit de dood is opgestaan? ‘Dat kan niet waar zijn!’

Iedereen kent momenten en tijden van twijfel. Ook als je christen bent.

Stel jezelf, voor je verder leest, de vraag eens: Waar twijfel ik als christen wel eens aan?

Volgens mij kun je drie soorten twijfel onderscheiden.

Twijfel van het verstand

Dan vraag je je af: ‘Ik weet niet zeker of het geloof waar is.’

Bijbelse voorbeelden hierbij zijn:

  • Sara lachte toen de HERE haar en haar man Abraham een zoon beloofde.
  • Johannes de Doper vroeg zich in de gevangenis af of Jezus wel echt de beloofde Messias was.
  • Thomas die eerst harde bewijzen wilde zien dat Jezus was opgestaan.

Deze vorm van twijfel kan de volgende oorzaken hebben:

  1. Je hebt een gebrek aan inzicht. Advies: Maak meer werk van je geloofskennis.
  2. Je hebt onbewust een verkeerd beeld van God. Advies: Lees je de Bijbel om God beter te leren kennen.
  3. Je weet het beter en roept God ter verantwoording. Advies: Bekeer je van je eigenwijsheid.

Je hoeft ook niet eerst met je verstand te bewijzen dat God bestaat, voordat je in Hem kunt geloven. Het is eerder omgekeerd: het geloof beïnvloedt en corrigeert je denken.

Twijfel van het gevoel

Dan vraag je je af: ‘Ben ik wel een goede gelovige? Wat merk ik van God?’

Bijbelse voorbeelden hierbij zijn

  • De dichters van de Psalmen. Asaf worstelt in Psalm 73 met de vraag waarom niet-gelovigen het vaak beter hebben dan gelovigen. David voelt zich in Psalm 10 echt door God in de steek gelaten.
  • Petrus die over het water naar Jezus toeliep, maar begon te zinken toen hij meer op de omstandigheden dan op Jezus lette.
  • De leerlingen na Pasen: tot aan de hemelvaart van Jezus kunnen ze het vaak niet geloven dat Jezus echt is opgestaan.

Deze vorm van twijfel kan de volgende oorzaken hebben:

  1. Je beseft hoe klein en nietig je bent. Advies: Kijk van jezelf af naar God: Hij wil je hemels Vader zijn.
  2. Je loopt tegen je eigen tekorten en zondigheid aan. Advies: Kijk van jezelf af naar Jezus: Hij wil je Redder zijn.
  3. Je voelt zo weinig bij het geloof en ervaart een gebrek aan ‘beleving’. Advies: Kijk van jezelf af naar de Heilige Geest: Hij wil je Motivator zijn.

Het is ook niet nodig om eerst een goed gevoel of een bijzondere ervaring te hebben om echt in God en Jezus te geloven. Het is eerder omgekeerd: geloven is een kwestie van vertrouwen dat als je in het diepe springt, God je zal opvangen.

Twijfel van de wil

Dan vraag je je af: ‘Wil ik wel in God en Jezus geloven?’

Bijbelse voorbeelden hiervan zijn:

  • Jona weigerde naar God te luisteren en vond Hem veel te ‘soft’ tegenover de inwoners van Nineve.  
  • De rijke jonge man wilde geen afstand van zijn bezit doen om Jezus te volgen.

Deze vorm van twijfel kan de volgende oorzaken hebben:

  1. Je wilt niet vóór God en Jezus kiezen, want dat kost je te veel. Advies: Blijf je afvragen: hoe belangrijk is het geloof echt in mijn leven?
  2. Je gelooft niet (meer) in God, maar durft het niet openlijk toe te geven. Advies: Wees eerlijk en maak een keus: wél of níet met God verder gaan.

De vraag of je wilt geloven is de meest diepgaande vorm van twijfel. Wil je zeker zijn van het bestaan en het nut van God, dan moet je Hem zoeken met heel je hart.

Terug naar Thomas. Hij wordt vaak de twijfelende gelovige genoemd. Daarmee doen we Thomas tekort, vind ik. Hij is meer dan een twijfelende gelovige. Voor mij is hij de twijfelende geloofsHELD.

Waarom? Omdat hij in zijn twijfel God en Jezus niet kwijt wil. Hij blijft zoeken naar het antwoord op zijn vragen. Hij blijft ook zijn mede-gelovigen opzoeken die wel zeker zijn van hun geloof. En, wat ook belangrijk is: Thomas wil zich laten overtuigen. Als dat eenmaal gebeurd is, komt hij daar ook openlijk voor uit door te zeggen: ‘Jezus, U bent mijn Heer en mijn God!’

Daarom is Thomas voor mij een held. Hij twijfelt echt. Maar hij blijft zoeken. Zijn twijfel is geen verkapt ongeloof, maar een oprecht verlangen om te geloven. Bij Thomas zie je wat het resultaat is van de woorden die Jezus eens sprak: Zoek en je zult vinden!

Om te lezen en over na te denken / door te praten: Jakobus 1:5-8 en Markus 9:17-29

1/ Welke vormen van twijfel tref je in deze twee bijbelgedeeltes aan?

2/ Welke daarvan herken je bij je zelf?

3/ Welke oplossingen dragen Jakobus en Jezus aan om je twijfel te overwinnen?