Om het hart van homo’s – pastoraat aan homoseksuele jongeren

Op zaterdag 11 mei 2019 organiseerde de stichting Hart van Homo’s een ontmoetingsdag in Barneveld voor iedereen die zich betrokken voelt bij homoseksuele jongeren in de kerk/gemeente: ouders, andere familieleden, pastores, jeugdwerkers en ook de jongeren zelf. Het thema was: ‘Een beker koud water – over pastoraat en homoseksualiteit’.  Het was in alle opzichten een fijne, bemoedigende dag.

Hart van Homo 1 en 2.jpgAan het eind van het morgenprogramma overhandigde Gerhard Rijksen van uitgeverij Gideon aan Herman van Wijngaarden het eerste exemplaar van zijn boek Om het hart van homo’s – pastoraat aan homoseksuele jongeren  (202 blz., € 14,95). Gerhard liet weten erg blij met dit boek te zijn, want christelijke jongeren met een homoseksuele geaardheid hebben het dubbel moeilijk: in de kerk en in maatschappij. Hij verwees naar de poster ‘Hier is homo (g)een scheldwoord’. Laatst riep een speler van een jeugdelftal waar zijn zoontje in voetbalde na een overtreding keihard: ‘Kankerhomo!’ tegen zijn tegenstander. De scheidsrechter hoorde het, maar deed er niets tegen. Hoe belangrijk is het dan dat homo-jongeren in de kerk wel gezien en gehoord worden, waartoe de andere poster oproept.

Hart van Homo boekHerman van Wijngaarden hield eerst een verhaal over de plaats van de kerk in de beleving van homoseksuele jongeren. In het pastoraat gaat het vooral om luisteren, interesse tonen, betrokkenheid en liefdevol doorvragen. Helaas blijkt nog vaak, dat de kerkelijke gemeente niet als een veilige plaats ervaren wordt. Herman heeft daar zelf onderzoek naar gedaan onder ongeveer 30 christelijke homo-jongeren. Op de vraag: ‘Wie hebben er een positieve rol gespeeld in het acceptatieproces als homo?’

De uitslag was als volgt:

  • Vrienden (74% redelijk tot veel, 26% weinig tot niet)
  • Internet / boeken (66% redelijk tot veel, 34% weinig tot niet)
  • Professionele hulp (55% redelijk tot veel, 45% weinig tot niet)
  • Ouders (41% redelijk tot veel, 59% weinig tot niet)
  • Mensen van de kerk (26% redelijk tot veel, 74% weinig tot niet)

De kerkelijke gemeente speelt dus maar een kleine rol bij christelijke homo’s als het gaat om ondersteuning en acceptatie. Herman van Wijngaarden gaf daar de volgende vier verklaringen voor:

*1* Het is voor een deel begrijpelijk. In de maatschappij is homoseksualiteit volledig geaccepteerd. Als er in bijbelgetrouwe kerken wel een punt van gemaakt wordt, krijg je al snel het verwijt dat je onverdraagzaam bent en LHTB’ers buitensluit. Maar de houding van ‘doe niet zo moeilijk over homoseksualiteit’ is net even te makkelijk als je Gods Woord serieus neemt. Op basis van de Bijbel is het niet vanzelfsprekend en ligt het niet voor de hand om homoseksuele relaties zonder meer goed te keuren. Dat is geen aantrekkelijk standpunt in onze moderne, geseculariseerde, individualistische tijd.

*2* We zenden geen of verkeerde signalen uit. Er zijn nog steeds veel kerken die het gesprek over homoseksualiteit helemaal niet aangaan. Het probleem bestaat niet. Herman haalde het voorbeeld aan van een plaatselijke kerk van ruim 500 leden waar men zei: ‘We kennen niemand in onze gemeente die homo of lesbisch is.’ Terwijl het er volgens de statistieken toch wel zo’n 10 moeten zijn. Als een kerk dit signaal uitzendt, geeft ze daarmee een homo-jongere het gevoel: ‘Jíj bestaat niet.’ Dus zal hij of zij er ook nooit over beginnen. Dit wordt nog versterkt doordat kerken vaak wel in aktie komen als de LHTB-lobby weer een lans breekt voor elke vorm van homoseksueel gedrag en daarbij de standpunten van orthodoxe christenen als volstrekt achterhaald en achterlijk  neerzet. Dan wordt de visie van de kerk op homoseksualiteit een standpunten-ding.  Juist daarmee wordt de nood van christenen die worstelen met hun homoseksuele gevoelens niet gepeild.

*3* We reageren te krampachtig. Nog veel te vaak is de insteek van het pastoraat een homo’s in de kerk gericht op de vraag of je wel of geen relatie aan mag gaan. Dat is wel een terechte vraag, maar die hoort niet als eerste in het pastoraat gesteld te worden. Een uitleg van wat de bijbelse lijn is als het om geloof en seksualiteit gaat, hoort in de prediking en in het onderwijs thuis. In het pastoraat gaat het om de vraag of iemand God lief heeft en Jezus wil volgen in deze gebroken wereld. Het moet dus eerst om het hart van mensen gaan en daarna pas over hun gedrag. Dat geldt ook voor het pastoraat aan homo’s. Als een homo straks voor God komt te staan, vraagt de HERE niet als eerste: ‘Heb jij op aarde een relatie met een man gehad?’ Hij zal als eerste vragen: ‘Had jij op aarde een relatie met dé Man van smarten, met Jezus, mijn Zoon?’ Daar moet het ook in het pastoraat steeds om gaan.

*4* We moeten meer geloven in de kracht van het Evangelie. De kerntekst van de hele Bijbel is volgens veel mensen Johannes 3:16: Want God had de wereld zo lief, dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Als we dat echt geloven, persoonlijk en als kerk, werkt dat door in de manier waarop we met elkaar omgaan. Want dan staat de liefde van Christus centraal, zowel in de gesprekken als bij de keuzes die iemand maakt.

Dit laatste punt werkt Herman van Wijngaarden aan het eind van zijn boek uit in zeven adviezen, onder het kopje ‘Het Evangelie voor homoseksuele jongeren’.

1/ Geloof dat God zijn Zoon ook gegeven heeft voor iedere homo die in Hem gelooft.

2/ Het belangrijkste is niet hoe jij over homoseksualiteit denkt, maar hoe je over Jezus denkt.

3/ God heeft een plan met jouw leven – niet ondanks, maar inclusief je homo-zijn.

Hart van Homo's boek coverBovenstaande drie punten gelden voor alle christelijke homo-jongeren (en –ouderen). Voor jongeren die ervoor kiezen single te blijven, volgen er nog vier pastorale adviezen:

4/ Het ongetrouwd zijn is in de Bijbel een positieve roeping.

5/ Een mens kan niet zonder liefde, maar wel zonder seks.

6/ Onderdeel van jouw roeping is het geven en ontvangen van liefde en vriendschap.

7/ Jezus belooft ons geen prettig leven hier en nu, maar garandeert ons wel een toekomstig eeuwig leven met Hem.

Hart van Homo’s is een organisatie die binnen de volle breedte van de gereformeerde gezindte (van NGK t/m GerGem) “informatie [wil] geven en steun bieden aan jongeren die zoeken naar een manier om met hun homoseksualiteit om te gaan.”

Hart van Homo’s “gaat voor een hart vol liefde – in de eerste plaats van en voor God. Van daaruit stimuleren wij homoseksuele jongeren om op een overwogen wijze met hun homo-zijn om te gaan. We hebben hart voor homo’s, ongeacht hun visie op geloof en homoseksualiteit.”

Hart van Homo 1Hart van Homo’s “is een plek waar deze jongeren in alle rust en veiligheid kunnen zoeken naar wie ze zijn als mens – gelovig en homoseksueel.”

Hart van Homo’s krijgt van de overheid geen subsidie meer omdat ze christelijke homo-jongeren de weg van single-blijven nadrukkelijk als mogelijkheid onder de aandacht brengen, zonder ook maar één iemand uit te sluiten die wel kiest voor het aangaan van een relatie in geloof, liefde en trouw. Omdat de politiek in meerderheid kiest voor de eenzijdige propaganda van de LHTB-lobby is Hart van Homo’s daarom afhankelijk van giften van personen en kerken. Op www.hartvanhomos.nl is meer informatie te vinden.

Het Wilhelmus op zondag in de kerk

Als het een beetje meezit, zingen we twee weken achter elkaar het Wilhelmus in de kerk. Op 29 april vanwege Koningsdag. En op 5 mei omdat we 75 jaar bevrijding vieren. We laten daarmee zien dat we als christenen blij zijn met onze zelfstandigheid als Nederland, met onze monarchie als staatsvorm en met de herwonnen vrijheid na de verschrikkingen van de Tweede Wereloorlog.

Wilhelmus VolksliedIn de afgelopen week werd op Facebook, op Twitter en in de krant een discussie gevoerd over hoe zinvol de gewoonte is om het Wilhelmus aan het eind van de kerkdienst te laten zingen. De een vond het taalgebruik echt te ouderwets (‘vrij onverveerd, Hispanje’). Een ander vond het een te nationalistisch volkslied dat je niet meer met goed fatsoen kunt zingen nu de Nederlandse kerken zoveel leden die uit andere landen afkomstig zijn kennen. En een derde persoon vond dat je met het Wilhelmus de mensen buitensloot die republikein zijn. Tenslotte zei iemand dat je als christen je aardse nationaliteit niet zo moet promoten, omdat we burgers van het hemels koninkrijk zijn. En als je al deze argumenten bij elkaar optelt, heeft een steeds groter deel van de kerkgangers moeite met het Wilhelmus. Dus moeten we het als kerk niet meer willen, die verplichte twee (of drie) coupletten van het Wilhelmus.

Soms laat ik ook mijn stem horen in zo’n digitale discussie. Op Twitter moet dat kort en krachtig. Dus reageerde ik op collega ds. Joost Smit, die de buikpijn van sommige kerkleden wel herkende, vooral vanwege de vele nationaliteiten bij hem in de kerk. Hij stelde voor om i.p.v. het Wilhelmus volgend jaar ‘Samen in de naam van Jezus’ te zingen. Wat betreft het Wilhelmus reageerde ik als volgt:

“Als je 1x (27/04) of 2x (05/05) per jaar in de kerk vers 1 én 6 van Wilhelmus laat zingen, is alles keurig in balans. Dus persoonlijk vind ik het een nondiscussie.  en sluit me helemaal aan bij de meningen van Johan van Veen en Gert-Jan Segers.”

Volgens Johan van Veen zijn er “heel goede redenen om in aansluiting op de kerkdienst het Wilhelmus te zingen.”  Hij verwijst daarbij naar zijn eerder geschreven blog ‘Tot God wilt u begeven’. Die blog begint hij met de prikkelende zin “Je kunt overal een probleem van maken”, maar daarna geeft hij inderdaad een aantal goede argumenten om in de kerk 1x of 2x per jaar het Wilhelmus te zingen.

Gert-Jan Segers reageerde als volgt op de twee van Joost Smit: “We maken toch niet alleen deel uit van een geloofsgemeenschap, maar ook van een nationale gemeenschap van mensen met wie historie, taal, rechtsstaat en cultuur delen? Wat is er – zolang het geen nationalisme wordt – mis mee om daar dankbaar uiting aan te geven?”

Om er toch nog even dieper op in te gaan: of je nu een hartelijk voorstander van de monarchie bent of diep in je hart liever een republiek hebt – uiteindelijk is iedere staatsvorm door mensen bedacht. Wat dat betreft hou ik het persoonlijk liever bij onze mengvorm van monarchie en democratie. Onze staatsvorm kennen we al eeuwenlang en heeft z’n waarde bewezen. Daardoor heerst  er in ons land een verbondenheid die je in republieken als Frankrijk en Italië niet ziet. En in ons land heb je geen macho-mannetjes als  Trump, Putin of Erdogan die als premier en president zichzelf koning wanen, waardoor ze de tegenstellingen in het land alleen maar vergroten.

Hoe mensen de inrichting van hun staat ook vorm geven, uiteindelijk is de overheid als instantie door God gegeven. Zo staat het bv. in 1 Petrus 2 vers 13-14: Erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld: van de keizer, de hoogste autoriteit, en van de gouverneurs, die hij heeft afgevaardigd om misdadigers te straffen en om te belonen wie het goede doen. En dan zegt Petrus erbij, in vers 16: Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God. Dat vind ik een mooie opdracht voor ons als christenen in Nederland. We zijn vrij, in Christus én we leven in een vrij land, onder een democratisch gekozen regering en onder een goed functionerend koningshuis. Die dubbele vrijheid  geeft verplichtingen naar alle kanten toe, laat Petrus weten in vers 17: Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.

Wat betreft het idee om in het vervolg in de kerk op (de zondag na) 27 april te danken voor de verjaardag van de koning en (op de zondag na) 5 mei voor de vrijheid die we nu al 75 jaar ontvangen en dan ‘Samen in de naam van Jezus’  te zingen: dat is vind ik zowel een onzinnig als een bedenkelijk idee. Onzinnig,  want dat prachtige lied staat helemaal los van Koningsdag of Bevrijdingsdag. Bedenkelijk, want daarmee wek je de suggestie dat we als christenen ons moeten losmaken van de aardse werkelijkheid. Vroeger noemde men in de milde vorm de twee-rijken-leer van Luther en in z’n radicale vorm doperse wereldmijding. Terwijl in de Bijbel zowel Jezus onze Heer (Markus 12:17) als Paulus (Romeinen 13:1) als Petrus (zie hierboven) laten weten dat Gods kinderen ook het gezag van de overheid dienen te accepteren en respecteren als een door God gegeven werkelijkheid. Als dat zo is, heb ik niet zoveel behoefte aan een zweverig christendom met alleen maar Christus als Hoofd in de hemel. Want tegelijk plaatst Hij ons met beide benen op de grond van de wereld waarin we leven.

Dus is er niks mis mee om 1x of 2x per jaar ons gebed voor de overheid en onze dank voor de vrijheid waarin we leven, gepaard te laten gaan met het meest christelijke volkslied dat er waarschijnlijk bestaat.

Als het kerkverband knelt – over de crisis in de CGK

De Christelijke Gereformeerde Kerken groeien uit elkaar. Dat blijkt met name uit het feit dat steeds meer plaatselijke kerken het landelijke besluit uit 1998 om geen vrouwen toe te laten in de ambten naast zich neer leggen. Dat roept grote spanningen op. ‘Blijven de Christelijke Gereformeerde Kerken bestaan?’ vroeg het Nederlands Dagblad zich af op 30 maart 2019. Op diezelfde dag sprak prof. dr. Herman Selderhuis op de jaarlijkse CGK-ambtsdragersdag over “de toestand in de CGK”. Volgens hem is het “crisis in de kerk”. Hij slaapt er “slecht van hoe het nu is en waar het naar toe moet.” Zijn referaat is op internet te vinden onder de titel ‘Prof. Selderhuis over CGK-crisis’.

Plaatselijk ongehoorzaam?

CGK logoNiemand zal het oneens zijn met deze constatering. Maar waar ik me wel over verbaas is dat Selderhuis de schuld voor de crisis, als het erop aankomt, bij de plaatselijke gemeentes legt die nu aangeven dat ze over willen gaan tot het aanstellen van vrouwelijke ambtsdragers. Want, schrijft hij, als je ooit vrijwillig toegetreden bent tot een kerkverband, is “het niet maar onfatsoenlijk maar onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig als besluiten die we biddend, bij een open Bijbel en na overleg samen genomen hebben, naast je neer te leggen.” Daartegenover zegt Selderhuis ook: “Dit principe betekent naar de andere kant dat het even onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig is het kerkverband te gebruiken om een ander mijn wil op te leggen.” Maar even verder trekt hij de conclusie: “Hoe dan ook is het in de huidige situatie zo dat een kerk die zich bewust niet houdt aan afspraken die samen met anderen gemaakt zijn, zich feitelijk buiten het kerkverband plaatst.”

Dit is toch echt te kort door de bocht geformuleerd. Het gereformeerde kerkrecht gaat uit van de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk. Die kerken vormen samen een kerkverband waarin alleen zaken gezamenlijk geregeld worden die op grond van Gods Woord noodzakelijk geacht worden. In al het andere mag de ene kerk niet over de andere heersen, dus ook de meerderheid van de kerken niet over de minderheid. Volgens Selderhuis is dat wel zo, want “aan wat gezamenlijk besloten wordt houdt zich dan ook ieder. Besluiten nemen we op democratische wijze namelijk de meerderheid beslist” en “het is dan ook je plicht je te houden aan elke gezamenlijke afspraak.”

Welke ruimte gun je elkaar?

Maar “dit vrij eenvoudige principe”, zoals Selderhuis het noemt, leidt ertoe dat het kerkverband gaat heersen over de plaatselijke kerken. In het verleden zijn er op synodes con amore besluiten genomen over een aantal onderwerpen waarvan we vonden dat die op basis van de Bijbel en gereformeerde belijdenis voor alle kerken golden. Maar in de loop van de tijd zijn we over zulke afgeleide punten verschillend gaan denken.

De vraag is dan: welke ruimte gun je elkaar? Mag een plaatselijke kerk niet eerder afwijken van een eenmaal genomen synodebesluit totdat het landelijk ingetrokken of vrijgegeven wordt?

Nu ging in het verleden de CGK daar nogal gemoedelijker mee om. Toen in 1973 het Liedboek voor de Kerken uitkwam, sprak de CGK-synode uit dat er niet uit deze bundel gezongen mocht worden. Bij de verschijning van de NBV-bijbelvertaling in 2004 gebeurde precies hetzelfde. De CGK-synode besloot “de kerken met klem te ontraden in de eredienst gebruik te maken van de NBV.” Nog later, in 2016, sprak de CGK-synode uit “het gebruik van dans en drama in de eredienst af te wijzen.” Ondanks deze besluiten bleven of gingen veel plaatselijke kerken toch uit het Liedboek zingen, uit de NBV lezen en in speciale kerkdiensten dans + drama gebruiken. Als het al op de classis ter sprake kwam, werd daar door sommige andere kerken met leedwezen kennis van genomen, maar daar bleef het dan ook bij.

Waarom is er dan nu wel sprake van een echte crisis binnen de CGK? Nou, dat komt omdat er nu net zo verschillend gedachte wordt over zaken die veel meer de kern van het gereformeerd belijden en de christelijke levensstijl raken, namelijk het accepteren van de vrouw in het ambt en van samenwonende homo’s aan het Avondmaal. Dus wordt de vraag spannend: welke ruimte durf je elkaar te geven binnen het kerkverband?

In 1998 sprak de synode van de CGK uit, dat het standpunt om vrouwen niet toe te laten tot de ambten schriftuurlijk verantwoord is. Dat was een veel zachtere uitspraak dan de meerderheid van de deputaten had voorgesteld. Die wilden dat de synode zou uitspreken “dat het binnen het kader van de gereformeerde schriftbeschouwing en ambtsopvatting onmogelijk is om de ambten open te stellen voor zusters der gemeente.” Na 1998 hebben de samenwerkingsgemeentes van CGK+NGK (in Arnhem bv.) zich loyaal gehouden aan de uitspraak van de CGK-synode. Er kwamen nieuwe fusiegemeentes bij (bv. in Nijmegen CGK+GKV en in Deventer CGK/GKV/NGK). Ook daar werden de ambten niet opengesteld voor vrouwen. Nu zijn we 20 jaar verder. De NGK kent al meer dan 15 jaar vrouwelijke ambtsdragers. De GKV sinds 2017. Verschil van mening hierover is geen breekpunt voor kerkelijke eenheid.

Klem gezet

Behalve binnen de rechterflank van de CGK. Daar wordt de zaak op op scherp gesteld. “Vrouwelijke ambtsdragers beschouw ik als zondig. Dit gaat tegen de Schrift in, dat kan ik echt niet verdragen. Wie afwijk van het oude spoor, moet zijn knopen tellen en zich afvragen: wil ik nog wel lid van de CGK zijn? Wat onze kerken bindt, is het gezag van de Bijbel en de daarop gegronde uitspraken van de synode. Als je je daar niet aan wilt houden, moet je daar de consequenties uit trekken.” (een Bewaar-het-Pand-predikant in het ND van 30 maart 2019).

Hiermee worden samenwerkingsgemeenten én plaatselijke CGK-kerken die er anders over denken, klem gezet. Dat verbaast me. Zo heb ik de CGK namelijk niet leren kennen tijdens de samensprekingen in Nijmegen waar ik van 1999 t/m 2005 actief aan deelgenomen heb. We zeiden niet: laten we ons aan de strakste bepaling van één van beide kerken houden. We besloten in Nijmegen juist: we nemen op weg naar kerkelijke eenheid elkaars gewoontes over en vragen aan de beide classes om dat te accepteren. Geen smalspoor waarbij de ene kerk haar wil aan de andere oplegde dus, maar in de breedte samen gereformeerd willen zijn.

Roomse trekjes in het kerkverband

Want uiteindelijk is binnen het gereformeerde (presbyteriaal-synodale) kerkverband de kerkenraad het hoogste orgaan. Het kerkverband is niet bindend, maar verbindend. Het kerkverband legt niets op buiten Gods Woord om, maar faciliteert en adviseert. Dus hoort een kerkverband (ongeacht of het de CGK, de GKV of de NGK) aan een plaatselijke fusiegemeente de ruimte te bieden om in alle opzichten elkaars gewoontes over te nemen. Als die ruimte om er een bredere praktijk op na te houden struktureel niet gegund wordt, krijgt het kerkverband roomse trekjes. Want dan sluipt er hiërarchie in het kerkelijk systeem: de synode regeert. En de traditie krijgt een gelijke plaats naast de Bijbel: wat eenmaal gezamenlijk besloten is kan alleen door een nieuwe synodale uitspraak weer in de vrijheid van de kerken gegeven worden.

Aanvaard elkaar in Christus

Op deze manier help je de christelijke vrijheid om zeep. Iemand die dat 450 jaar geleden al heel scherp zag is Marnix van St. Aldegonde. Ik ben de HERE nog steeds enorm dankbaar dat ik tijdens mijn afstudeerscriptie me mocht verdiepen in de inzichten van Marnix over de aard van christelijke vrijheid binnen de gemeente van Christus. Als kerkelijke regels blijken te knellen, moet kerkenraden en synodes niet op hun strepen staan door met goddelijk gezag gehoorzaamheid te blijven eisen, aldus Marnix, maar zichzelf afvragen of de ruimte die er in Christus is, door kerkelijke besluiten misschien te veel is ingeperkt. Lees hierover het artikel ‘Een hartstochtelijk pleidooi voor christelijke vrijheid’.

Een scheutje meer Marnix

Het is crisis in de CGK. Synodebesluiten knellen. Prof. Herman Selderhuis kiest voor in de lijn ‘afspraak is afspraak’. Daar moeten plaatselijke kerken zich aan houden. Tegelijk moet een synode ervoor waken, plaatselijke kerken haar wil op te leggen. Het is volgens mij de verkeerde volgorde. Het lijkt mij meer in overeenstemming met de Bijbel, dat het kerkverband, zoals Selderhuis ook zelf zegt, een hulpmiddel is ten dienste van de plaatselijke gemeente. Dus moet een synode haar plaats weten. Ze mag alleen maar bindend opleggen wat evident bijbels is. Voor het overige kan ze slechts de plaatselijke kerken adviseren met de wijsheid die ze van de Heer ontvangen heeft. Maar als die adviezen in beton gegoten worden, ontneemt het kerkverband de plaatselijke kerken hun christelijk vrijheid en brengt ze in gewetensnood. Het medicijn hiertegen is een scheutje meer Marnix.

Op weg naar Pasen – Jezus liep de weg naar volledige verzoening

Psalm Pasen TourTot aan Pasen trekt The Psalm Project heel Nederland door met hun Psalm Pasen Tour. Op 17 maart traden ze bij ons in ‘Het Noorderlicht’ op.  Voor veel aanwezigen was het een bemoedigende dienst. Vanaf het moment dat onze Heer Jezus Christus Lazarus levend uit het graf liet komen begon voor Hem de lijdensweg naar het kruis. Maar Hij overwon en stond Zelf ook weer op, als eerste in onsterfelijkheid. God heeft zijn offer voor onze zondige levens aanvaard! Dat evangelie werd verteld en telkens afgewisseld met oude bekende psalmen in een nieuw, toch herkenbaar melodisch jasje en met eigentijdse berijmingen en bewerkingen, zoals ‘Groen is het land’ (Psalm 23 – https://www.youtube.com/watch?v=SCjw2Tay_e4).

Het heeft mij weer doen beseffen dat Christus voor mij en ons ‘heel de weg gelopen heeft’ (om het niet met een psalm, maar met een lied van Sela te zeggen). De weg van de verzoening. Volledige verzoening zelfs.

#1#  Verzoening met God – we zijn vooral Hem zo vaak kwijtgeraakt in ons leven of schuiven Hem achteloos aan de kant.

#2#  Verzoening met elkaar – we leven zo gemakkelijk langs elkaar heen of gunnen elkaar het licht in de ogen niet.

#3#  Verzoening met de schepping – de aarde waarvan God zei dat Hij haar na zes dagen hard werken perfekt gemaakt had, zucht met name de laatste 100 jaar onder de uitbuiting van ons mensen.

#4#  Verzoening met jezelf – zoveel mensen die onzeker zijn over zichzelf, want bij wie kun je echt jezelf zijn als je weet dat je niet perfekt bent?

‘Zonder geloof vaart niemand wel’ is een oude uitdrukking. Zonder geloof houdt niemand de goede richting in het leven vast, betekent dat. Zonder geloof in Jezus blijven mensen onzeker of het wel goed komt met God, met elkaar, met de schepping en met henzelf.

Op weg naar Pasen is het goed om daar opnieuw bewust bij stil te staan.

De tulp van Dordt

De afgelopen maanden heb ik in de middagdiensten over de Dordtse Leerregels gepreekt. De rode draad in dat derde Formulier van Eenheid is: ‘Alles aan mijn verlossing is voor 100% Gods werk! En daar ben ik Hem eeuwig dankbaar voor!’ Voor veel mensen zijn de Dordtse Leerregels een struikelblok. Wat moeten we met al die stellige uitspraken over ‘de vrije wil’ en ‘de uitverkiezing’? Maar ik ben er de afgelopen tijd weer achter gekomen dat de Dordtse Leerregels vooral bedoeld zijn als een principieel kader om mensen pastoraal op weg te helpen en te houden. Op de weg van Pasen – de weg van de volledige verzoening door Jezus Christus alleen.

Dan blijven er wel vragen over. Bijvoorbeeld: voor wie heeft Jezus zijn leven gegeven? De strengste calvinisten zijn helemaal overtuigd van de TULIP-gedachte. Dat is de Engelse samenvatting van de gereformeerde leer over de uitverkiezing.

Tulip calvinismeT = Wij zijn 100% zondig in Gods ogen.

U = Er zijn geen voorwaarden waaraan mensen moeten voldoen om door God uitgekozen te worden

L = Jezus gaf zijn leven alleen voor wie in Hem gelooft.

I = Als God mensen uitkiest, kunnen ze die genade niet weerstaan.

P = Als God mensen uitkiest, raken ze hun geloof nooit meer kwijt.

Vijf punten die niet op veel sympathie kunnen rekenen bij de buitenwacht. Veel te pessimistisch over de zonde, veel te weinig ruimte voor onze eigen vrije wil, zeggen veel mensen. Toch is het, naar mijn mening, de waarheid die God en Jezus ons in de Bijbel leren.

Op één punt na. Dat is de L van ‘beperkte verzoening’. Daarover verschillen ook bijbels-gereformeerde christenen met elkaar van mening. Johannes zegt dat Christus niet alleen verzoening brengt voor onze zonden, maar voor die van de hele wereld (1 Joh. 2:2). Paulus roept zonder onderscheid iedereen op om zich met God te laten verzoenen, want is God die door Christus de wereld met Zichzelf verzoend heeft (2 Kor. 5:18-21). Want God wil dat alle mensen gered worden en de waarheid leren kennen (1 Tim. 2:4).

Door van ‘beperkte verzoening’ te spreken, wek je de indruk alsof God een bepaald getal in zijn hoofd heeft. Hij heeft een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil uitgekozen (D.L. I,7), maar uiteindelijk geldt: vol = vol.

Die opvatting is bijbels gezien onjuist. Gods liefde voor de wereld is juist onbeperkt. Anders zou Jezus voor ons de weg naar het kruis niet gegaan zijn. Toch worden, volgens de Bijbel, niet alle mensen gered. Er is geen sprake van een ‘al-verzoening’. Mensen die bewust God hun leven lang afwijzen, worden door de HERE volledig serieus genomen. Wat dat betreft is er dus wel sprake van een ‘beperkte verzoening’. Alleen wie Jezus aanvaardt als Redder en Heer laat zich volledig met God verzoenen.

Maar in de Dordtse Leerregels gaat het over iets anders. Het is een subtiel onderscheid, maar wel belangrijk. Wat de Dordtse Leerregels afwijzen is de ’algemene verzoening’. En dan in de betekenis: Jezus brengt aan het kruis van Golgota het offer van zijn leven en daar kan iedereen die het wil nu gebruik van maken. Dat klinkt mooi, maar snap je wat hier gebeurt? Het accent verschuift van Gods keus voor mij naar mijn keus voor God. Uiteindelijk bepaal ik of ik gebruik maak van een algemeen aanbod van Jezus. Daarmee wordt op een subtiele manier God toch weer afhankelijk van mijn gelovige of ongelovige reaktie.

Die move wijzen de Dordtse Leerregels af. Tegenover ‘algemene verzoening’ leggen ze de nadruk op ‘partikuliere verzoening’. Het gaat niet om de theoretische vraag of er een limiet zit op het aantal mensen dat gered wordt. Het gaat Jezus erom dat Hij mensen persóónlijk komt redden. Dat benadrukt Paulus als hij schrijft: ‘Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft prijsgegeven (Gal. 2:20).

Vol verwondering nadenken over verzoening

Kruis na PasenIk begon met de Psalm-Pasen-Tour van The Psalm Project. En eindig met ‘al-verzoening’ / ‘beperkte verzoening’ / ‘algemene verzoening’ / ‘partikuliere verzoening’. Op weg naar Pasen kun je zingen over Jezus die de weg naar de volledige verzoening voor mij gelopen heeft. Op weg naar Pasen kun je nadenken over Jezus die de weg naar de volledige verzoening voor mij gelopen heeft. Met allebei is niets mis. Integendeel! Geloven doe je immers met heel je verstand en met heel je hart!

Als ik maar dicht bij mezelf blijf in de verwondering over Gods liefde voor mij als zijn kind, voor ons als gelovigen samen en voor alle mensen in zijn wereld. Dat is de enige manier waarop ik persoonlijk en wij als christenen samen geloofwaardig anderen kunnen laten zien en op te roepen hoe geweldig het is om volledig met God verzoend te zijn dankzij Jezus Christus, mijn Redder en Heer.

Alle hens aan dek voor de christelijke politiek (zeker in Drenthe!)

“Als je als christen je geloof geen stem geeft, moet je ook niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt.” Dat is sinds een paar jaar mijn persoonlijke slogan als het om politieke betrokkenheid gaat.

Woensdag zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en voor de waterschappen. Meestal is de opkomst aan de lage kant. Dat zou deze keer wel eens anders kunnen zijn.

Per regio zijn er best veel items die spelen. In Drenthe gaat het bijvoorbeeld over windmolens, zonneparken en kleinere aardgasvelden. Andere provincies hebben hun eigen onderwerpen die in de schijnwerpers staan. Al die belangstelling werkt, mag je aannemen, opkomstverhogend.

Daarnaast worden de verkiezingen voor de provincie meer dan vroeger gekaapt door de landelijke politiek. Protestpartijen zoals Denk en Forum voor Democratie doen overal mee, ook al interesseren ze zich amper voor de provinciale politiek  Ze hebben maar één doel en komen daar ook eerlijk voor uit: ze willen op 27 mei 2019 zoveel mogelijk zetels in de Eerste Kamer veroveren. De Eerste Kamer wordt verkozen door de leden van alle Provinciale Staten, dus doet Denk ook mee in Drenthe. Met maar drie personen op de lijst, waarvan er twee uit … Rotterdam komen! Nog bonter maakt Denk het in Friesland. Daar staan slechts twee personen op de lijst, afkomstig uit Rotterdam en Hoofddorp. Ook Forum voor Democratie zet in de noordelijke provincies bekende partijleden uit Amsterdam, Den Haag en Maastricht op de lijst. Het geeft mij te denken dat landelijke partijen de provincies gebruiken als forum voor hun landelijke afbraak-democratie.

Elke christelijke stem telt zeker in Drenthe en Brabant!

ChristenUnie Drenthe 2019Als de opkomst bij deze provinciale verkiezingen waarschijnlijk hoger ligt dan de vorige keer, is het des te belangrijker dat alle christenen wel hun stem uitbrengen. Want een hogere opkomst betekent voor de christelijke partijen het risico om een zetel te verliezen. Zo ging het de afgelopen jaren in Drenthe. De opkomst was hoog in 2003 (56,1%), laag in 2007 (51,1%), hoog in 2011 (58,6%) en weer laag in 2015 (50,9%.

Voor één zetel had je in 2003 5.000 stemmen nodig, in 2007 4.650 stemmen, in 2011 5.400 stemmen en in 2015 4.700 stemmen.

CU SGP BrabantDe ChristenUnie kreeg in 2003 bijna 9.400 stemmen en haalde net 2 zetels. In 2007 kreeg de ChristenUnie ruim 14.400 stemmen en haalde 3 zetels. In 2011 kreeg de ChristenUnie bijna 11.900 stemmen en viel weer terug naar 2 zetels. In 2012 kreeg de ChristenUnie bijna 12.500 stemmen en haalde op het nippertje weer 3 zetels. En in andere provincies zie je als het om de ChristenUnie en de SGP gaat, hetzelfde. In Brabant bijvoorbeeld. Daar blijft het altijd tot het laatste moment spannend of de gezamenlijke CU/SGP-lijst haar ene zetel behoudt of kwijtraakt.

Oftewel: in 2019 is het ‘ALLE HENS AAN DEK’ voor de christelijke politiek.

Stem niet op een kansloze christelijke lijst (in Drenthe en Friesland)

Dan helpt het niet echt wanneer de ene christelijke partij met een kansloze lijst de andere christelijke partij beconcurreert. Dat is in Drenthe al een aantal jaren het geval en gaat in Friesland dit jaar ook gebeuren. In Drenthe doet de SGP al jaren mee bij de Provinciale Staten. Ze kregen in 2015 iets meer dan 1.600 stemmen en maken dus in de verste verte geen kans op een zetel. In het Reformatorisch Dagblad van 12 maart stond: “SGP Drenthe hoopt op verkiezingsmirakel”, maar de lijstaanvoerder geeft in het artikel zelf al aan, dat er in Drenthe te weinig bevindelijke christenen wonen. Hij hoopt daarom dat er deze keer veel niet-christenen op de SGP gaan stemmen. Het lijkt een onmogelijke missie, aldus het RD. Ook in Friesland gaat de SGP dit jaar voor het eerst zelfstandig meedoen. Ook in deze provincie haalde de SGP nooit meer dan 1% van het aantal stemmen, terwijl er voor een zetel in de Provinciale Staten ruim 2,3% nodig is.

Ik vind het heel erg jammer dat de SGP in Drenthe telkens met een kansloze lijst uitkomt. Het doet me denken aan de jaren ’70 van de vorige eeuw. Toen kwam het GPV (de politieke partij van de vrijgemaakt-gereformeerden die later opging in de ChristenUnie) in heel veel plaatsen met kansloze lijsten uit. Uit principe, maar met gevolg dat vaak de ARP (de hervormd-gereformeerde politieke partij die later in het CDA opging) minder zetels kreeg en de VVD of de PvdA meer. Ik ben, als ik terugkijk, niet trots op deze politieke profileringsdrang van de vrijgemaakten.

Volg het voorbeeld van de SGP in Groningen

In Groningen kiest de SGP een andere lijn. Daar draait de SGP volop mee in de steunfractie van de ChristenUnie. Samen staan ze in Groningen sterk met 4 van de 43 zetels en maken ze deel uit van het Gedeputeerde Staten. Ook in Drenthe zit de ChristenUnie in de Gedeputeerde Staten, dankzij de 3 zetels die ze op dit moment heeft. Als straks de SGP weer 0,3 zetel haalt en de ChristenUnie mede dankzij al die verloren SGP-stemmen terugzakt naar 2 zetels + haar plek in het provinciebestuur verliest, is dat mirakels jammer.

Op Facebook en Twitter zegt de Drentse SGP, dat samenwerken erg belangrijk is en dat twee christelijke partijen elkaar kunnen versterken en aanvullen als ze samen 2+1=3 zetels halen. Maar als je al vanaf 1995 nooit meer dan 600 – 1.600 stemmen haalt, moet je ook de moed hebben om te zeggen: laten we stoppen met deze kansloze missie. Helaas doet de SGP in Drenthe dat niet. De reden is wel duidelijk trouwens. Op Facebook deelt de lijstaanvoerder het bericht van de Telegraaf over “Milieufreaks vaak ergste vervuiler” (FB 7 maart jl.) en op Twitter spreekt @SGPDrenthe openlijk uit, dat “de SGP een positief-rechts geluid brengt en de CU overwegend zeer links is.” Daarom willen ze niet, net als in Groningen, in de schaduw van de ChristenUnie staan, maar als “twee volwaardige partijen met elk hun eigen achterban” meedoen aan de verkiezingen in Drenthe (Twitter 13 maart jl.). Hier komt de aap uit de mouw. De bevindelijke SGP’ers uit Zuid-Drenthe voelen zich meer thuis bij CDA en VVD dan bij de ChristenUnie. Dat is niet erg. Christenen mogen verschillend denken over politieke standpunten. Dat is juist het mooie aan onze democratie. Zoals er drie rechtse partijen zijn (VVD, PVV, FvD) en drie linkse partijen (PvdA, GroenLinks en SP), zo heb je ook drie christelijke partijen (CDA, SGP, ChristenUnie). Maar waarom zou je in de provincie Drenthe (en Friesland) de twee andere christelijke partijen stemmen afsnoepen als je zelf geen enkele kans maakt om een zetel te halen? Straks komt in Drenthe en Friesland de laatste restzetel bij een extreem linkse, een ultra rechtse of een pro-Erdogan-partij terecht in plaats van bij het CDA of de ChristenUnie, omdat het te kleine SGP-zusje zich ook zo nodig wil profileren.

Het wordt een spannende verkiezingsdag op 20 maart. Alle hens aan dek voor de christelijke politiek! Als je als christen je geloof geen stem geeft (of een kansloze stem), moet je ook niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt.

Maak jezelf bekend als christelijke Drent

(of als christelijke Groninger, Zeeuw of andere provinciaal): breng je stem uit op 20 maart!netherlands_full_puzzelkaart_voorwandkaart_6feb_final_{backup-ko

Op woensdag 20 maart 2019 worden er verkiezingen gehouden in Drenthe. En ook in de 11 andere provincies van ons land. We mogen stemmen voor nieuwe afgevaardigden in de Provinciale Staten en ook nog voor het waterschap. Bovendien stemmen we indirect voor de Eerste Kamer, want de nieuwe leden van de 12 Provinciale Staten kiezen op 27 mei 2019 de 75 leden van de Eerste Kamer.

De verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn het minst populair. Mensen vinden de landelijke politiek vaak belangrijker. En wat er in je eigen stad gebeurt, vinden veel burgers ook wel de moeite waard om hun stem voor uit te brengen.

Schermopname (39)Toch zou ik het jammer vinden wanneer christelijke Drenten hun stem verloren laten gaan. Want hoe je het wendt of keert, ook de provincie doet ertoe!

Bovendien leven we in een democratie. Dat is een groot voorrecht dat het merendeel van de wereld niet kent, met als extreem uiterste landen als Noord-Korea, Saoedi-Arabië, Zimbabwe en het kalifaat van ISIS. Dus waarom zou je uit gemakzucht een bijzonder voorrecht achteloos laten liggen?

Daar komt nog bij: de overheid roept alle burgers nadrukkelijk op om te stemmen. In de Bijbel wijzen Jezus, Paulus en Petrus ons op om als christen de overheid te respecteren. In onze democratie betekent dat zelfs, dat je als christenen invloed mag uitoefenen op het bestuur van ons land, onze provincie en onze eigen woonplaats.ChristenUnie provincie

Daarom durf ik iedereen vrijmoedig op te roepen: maak jezelf bekend als christelijke Drent (of als christelijke Groninger, Zeeuw of andere provinciaal) en stem op 20 maart 2019 op een christelijke partij die kans maakt om in jouw provincie een zetel te krijgen. (Even tussen haakjes: in Drenthe is dat dus niet de SGP, want die haalde vier jaar geleden nog geen 0,3 PS-zetel, terwijl de ChristenUnie vier jaar geleden maar net haar derde zetel haalde, maar daardoor wél met een gedeputeerde tot het provinciebestuur toetrad – tel je zegeningen!)

Als je zelf niet kunt stemmen, geef dan je stempas met een kopie van je legitimatiebewijs aan je man of vrouw of een ander iemand die je vertrouwt. Iedereen mag namelijk ook voor twee andere personen stemmen. Je hoeft je christelijke stem dus niet verloren te laten gaan.

ChristenUnie Tjisse StelpstraTenslotte: in Drenthe heeft de ChristenUnie een lijsttrekker met een zeer bekend hoofd. Ik hoorde namelijk iemand zeggen: hij lijkt net op Youp van ’t Hek, maar dan 20 jaar jonger. Ik zie inderdaad ook wel overeenkomsten, maar dan omdat Tjisse Stelpstra in zijn jonge jaren in het studentencabaret zat.

Kanselruil in Assen (vGKN – GKv Peelo)

Kanselruil komt de laatste jaren vaker voor. Maar op 8 maart haalde het de krant. Het Nederlands Dagblad kopte met grote letters: Kanselruil in Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Assen-Peelo mogelijk na vrouwenbesluit. Dat klopt. Op zondag 24 maart zal ds. A. van Harten-Tip, predikante van vGKN ‘Oase’ in onze gemeente, GKv ‘Het Noorderlicht’, voorgaan en mag ik gelijktijdig in die gemeente preken. In ons plaatselijk kerkblad ‘De Bouwsteen’ van 24 februari 2019 heb ik namens de kerkenraad dit besluit uitgelegd:

“In Assen zijn veel kerken waar we contact mee hebben. Met onze vier GKV-zusterkerken van Het Lichtpunt, de Voorhof, de Maranathakerk en de Kandelaarkerk natuurlijk. En we hebben ook al meer dan 10 jaren een goede kerkelijke relatie met de CGK in Assen – de Bethelkerk. Sinds een paar jaar is daar ook de missionaire CGK-gemeente ‘Assen Zoekt’ bijgekomen. En sinds 2017 is op landelijk niveau het eenwordingsproces met de NGK in een stroomversnelling gekomen en krijgt dat ook in Assen steeds meer vorm. Verder hebben we goed contact en af en toe gezamenlijk diensten met onze Pinksterburen van de Ontmoeting en via hen weer incidenteel met een paar andere evangelische gemeentes in Assen. Fijn om te merken dat onze Heer Jezus Christus op verschillende manieren in onze stad met zijn Woord en Geest aanwezig is! Ook al zijn er soms verschillen – en daar hoeven we echt niet voor weg te lopen –, er is veel geestelijke herkenning in een tijd waarin steeds minder mensen een levende relatie met de HERE God hebben.

vGKN logoEén gemeente heb ik nog niet genoemd. Dat is de ‘Oase’-gemeente Assen e.o. van de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKN). Deze gemeente heeft bijna 70 leden, komt elke zondag in de MaasStee in Pittelo bij elkaar en heeft in ds. A. van Harten-Tip een eigen parttime predikant.

Het kerkverband van de vGKN is ontstaan rond 2004, toen een klein aantal synodaal-gereformeerde kerken niet is meegegaan met de fusie van hervormden, synodaal-gereformeerden en luthersen. Die fusie leidde tot de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Een groot aantal hervormde gemeentes ging niet mee en vormen nu de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) met bijna 60.000 leden. Vanuit de synodaal-gereformeerde kerken bleven nog geen tien kerken zelfstandig. Samen noemen zij zich de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKN). Het is een klein kerkverband met op dit moment zeven kerken (waarvan vijf in Friesland) en ongeveer 2.500 leden. Ook in Assen is er een vGKN-gemeente

In het Jaarboekje 2018-2019 schrijft de ‘Oase’-gemeente over zichzelf: ”Sinds 7 februari 2012 is er een vGKN in Assen en omgeving. Een Bijbelgetrouwe gemeente, die de belijdenisgeschriften ondertekent en er naar handelt. Want wij zijn een gemeente van onze Heer Jezus Christus, die zich wil houden aan wat de Bijbel ons zegt. Jezus kwam voor ons naar de wereld om onze Verlosser te zijn! Hij staat centraal in ons leven en in onze diensten, waar we Hem aanbidden en eren. Wij mogen dat uitdragen naar de wereld om ons heen en hebben het verlangen om te groeien in onze missionaire opdracht. Sinds 6 juli 2014 is ds. A. van Harten-Tip voor 20% verbonden als predikant van de gemeente.”

Zowel landelijk als plaatselijk zijn er goede contacten met de vGKN. In Assen zijn er tussen de ‘Oase’-gemeente en onze zusterkerk van Assen-West goede contacten en gezamenlijke activiteiten.  Ook ds. Van Harten-Tip is voor veel gemeenteleden geen onbekende. Ze gaat voor in de diensten van Arendshorst/Arendstate en in de Middagpauzediensten en verzorgt dit jaar voor de tweede keer één van de drie zogenaamde ‘Klapwijk-cursussen’ bij ons in de kerk. Dat gebeurt in goede samenwerking met ondergetekende, maar de cursus wordt toch echt grotendeels door haar gegeven.

Vanuit de gemeente werd vlak na de zomervakantie gevraagd of ds. Van Harten-Tip ook bij ons voor zou kunnen voorgaan. Dat hebben we eerst serieus onderzocht. We hebben als gemeente van Peelo begin 2018 besloten om ook de zusters toe te laten tot alle ambten en dat we dat in 2019 voor ouderlingen en diakenen ook daadwerkelijk zouden invoeren. Het leek ons als kerkenraad wijs om ook pas in 2019 vrouwelijke predikanten voor te laten gaan. Daar zijn we niet actief naar op zoek gegaan. Maar nu deze vraag uit de eigen gemeente naar voren kwam, hebben we als kerkenraad besloten hier positief op in te gaan. We hebben de landelijke deputaten naar hun mening gevraagd. Zij gaven ons groen licht om voor te gaan in elkaars diensten. Daarna hebben we de classis geïnformeerd over ons voornemen. Ook daar klonken geen bezwaren. Tenslotte hebben we, op verzoek van de ‘Oase’, met elkaar kennis gemaakt doordat hun kerkenraad van vier personen een uur te gast geweest is op onze DB-vergadering. We herkennen elkaar als medechristenen die staan op het fundament van onze Heer Jezus Christus en zijn blij dat in beide gemeentes elke zondag het Evangelie van Gods genade royaal verkondigd, beleden en beleefd mag worden.

Assen-Peelo logo kleurWe hebben dus veel overeenkomsten. Tot in het logo toe ;-). Vandaar dat we wederzijds besloten hebben om de predikanten voor te laten gaan in elkaars kerkdiensten. We willen daarmee beginnen op zondag 24 maart. Dan zal ds. Van Harten-Tip ’s morgens bij ons ‘Het Noorderlicht’ preken en mag ik voorgaan in de ‘Oase’. Daarna kunnen de preekvoorzieners van beide kerken ook een beroep op ons doen.

We zijn erg blij met deze stap van herkenning en erkenning. Zo krijgt de eenheid die er in Christus is en die we in de Twaalf Artikelen belijden concreet vorm. Moge de HERE zijn zegen hieraan verbinden.”

Waar zeggen doopouders ‘ja’ op bij de eerste doopvraag in de GKV?

Er is wat rumoer ontstaan over de eerste doopvraag binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Die is in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek van 2017 door Deputaten Eredienst eigenmachtig veranderd. In mijn vorige blog (klik hier) ging ik daar al op in.

In deze blog roep ik Deputaten Eredienst op om openlijk te erkennen dat de nieuwe formulering misverstanden oproept en dat het beter is om terug te keren naar de formulering die in 2011 officieel door de landelijke synode van de GKV is vastgesteld.

Die eerste doopvraag luidt binnen de GKV alsvolgt:

Erkent u dat uw kind zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is, en dat hij toch in Christus voor God heilig is daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?

Deze tekst is in 2011 door de Generale Synode van Harderwijk definitief vastgesteld en drie jaar later, in 2014, sprak de Generale Synode van Ede uit, dat alle liturgische formulieren “in de tekst die is vastgesteld door de GS Harderwijk 2011 en deze synode” moest worden opgenomen in de nieuwe editie van het Gereformeerd Kerkboek.

Enkele kleine taalkundige aanpassingen

In het najaar van 2017 kwam dat nieuwe Gereformeerde Kerkboek uit. Dat viel samen met de Generale Synode van Meppel. De deputaten die verantwoordelijk waren voor de uitgave van het kerkboek lieten de synode weten  dat ze nog een taalcheck hadden uitgevoerd voordat alles naar de drukker was gestuurd. In hun beleidsrapport vertellen ze wat men zich daarbij moest voorstellen:

Alle formulieren zijn voor definitieve opname in het Gereformeerd Kerkboek nog een keer door deputaten gecheckt op taalfouten, onnodig moeilijke taal of kerkelijk jargon. Dat heeft enkele kleine wijzigingen opgeleverd (vanzelfsprekend zonder de inhoud te veranderen). Drie voorbeelden:

– In het formulier voor bevestiging Predikanten staat o.a. bij hun taak: ‘zij ontmaskeren de vruchteloze praktijken van de duisternis’. Deze woorden komen uit Efeze 5. In een voorgelezen formuliertekst zijn dit echter woorden van een hoge moeilijkheidsgraad. We hebben de tekst daarom veranderd in: ‘Ze ontmaskeren de zonde als een macht die het leven kapotmaakt.’

– Bij de gebeden aan het slot van de formulieren voor bevestiging Predikanten en bevestiging Ouderlingen en Diakenen is een voetnoot opgenomen na de zin: ‘Dan zal hij eens met al uw trouwe dienaren welkom zijn bij het feestmaal van zijn Heer.’ Die voetnoot luidt: ‘Op deze plaats zou voorbede voor de gezinsleden van de predikant toegevoegd kunnen worden.’

– In het formulier voor Openbare Geloofsbelijdenis wordt gevraagd naar ‘de ware en volkomen leer’. Bij een kleine enquête onder belijdeniscatechisanten bleek dat ze massaal vielen over het woord ‘ware’ en dat associeerden met het GKv denken over de ware kerk. We hebben ‘ware’ op grond daarvan veranderd in ‘echte’.

Maar toen het Gereformeerd Kerkboek uitkwam stond het er zo:

Erkent u dat naam zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niets goeds kan doen, en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn, maar dat hij toch in Christus voor God heilig is daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?

Afschuiven van verantwoordelijkheid

Het Nederlands Dagblad besteedde op 9 februari uitgebreid aandacht aan de moeiten die er in de vrijgemaakte kerken met deze formulering zijn. Bij een aantal kerken en voorgangers komt ook de officiële formulering te hard over. Daar ga ik nu verder niet op in. Maar volgens het ND vinden insiders dat deze nieuwe formulering “overduidelijk meer het werk is van taalkundigen dan van theologen.” Dat vind ik ook. Het is echt meer dan een ‘kleine wijziging’. Ook vraag ik me oprecht af of ‘blootstaan aan Gods toorn’ nu echt een verbetering is ten opzichte van ‘aan het eeuwig oordeel onderworpen’. Volgens mij is dat minstens net zulke ‘onnodig moeilijke taal of kerkelijk jargon’.

Het valt me daarom tegen dat de voorzitter van Deputaten Eredienst in het ND niet wil ingaan op de kritiek dat de tekst wel degelijk inhoudelijk is aangepast. Hij maakt zich er maar wat van af door te zeggen dat er vanuit de vorige synode geen vragen kwamen toen deputaten meldden dat ze in 2015 in alle formulieren die net in 2011 en 2014 waren vastgesteld ‘enkele kleine wijzigingen’ hadden aangebracht. En het is helemaal flauw om te zeggen: laat de volgende synode er maar over oordelen. Waarom zou dat moeten? Deputaten Eredienst hebben zelf zonder de synode de nieuwe teksten te laten zien gezegd dat het allemaal niet zoveel voorstelde. Nu komt er gefundeerde kritiek, o.a. van de Kamper hoogleraar Erik de Boer, die op Twitter zegt: De doopvragen zijn eeuwenoud en in goed overleg ontstaan. Een grove verandering, zónder overleg ontstaan, moet gewoon teruggedraaid.” En wat doen Deputaten Eredienst? De verantwoordelijkheid voor hun eigenmachtige verandering afschuiven door te zeggen: laat de volgende synode het maar uitzoeken.

Herroep de omstreden doopvraag!

Ik zou het sterker gevonden hebben als men ruiterlijk erkend had: dit is inderdaad geen kleine taalkundige aanpassing. Dus had het niet op deze manier in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek terecht moeten komen. En dus roepen wij als Deputaten Eredienst alle kerkenraden en predikanten op om de formulering van de eerste doopvraag zoals die zonder expliciete toestemming van de Generale Synode van Meppel 2017 in het nieuwe kerkboek terecht gekomen is, voorlopig niet te gebruiken en terug te keren tot de formulering die officieel door de Generale Synode van Harderwijk 2011 is vastgesteld en waarvan de Generale Synode van Ede 2014 aangegeven heeft dat die in het nieuwe kerkboek had moeten worden opgenomen.

Wrang is het allemaal wel. Deputaten Eredienst hebben in 2014 en 2017 nadrukkelijk gezegd dat kerken zelf mogen weten op welke manier ze met het onderwijzend deel van de liturgische formulieren omgaan, maar dat de vragen bij  doop en belijdenis en bevestiging en de formules bij brood en wijn niet zomaar door eigen probeersels vervangen mogen worden. Vervolgens zijn ze toch zelf gaan knutselen met die vragen en zitten we nu met een omstreden doopvraag opgescheept in het nieuwe gereformeerd kerkboek.

Daarin staan nog wel een paar dingen die mij opvielen trouwens. Er is best veel taalkundig gewijzigd in de formulieren. Het woordje ‘genade’ is bijna aldoor vervangen door ‘liefdevol’ of iets dergelijks. In het grote Avondmaalsformulier is de passage ‘zoals Hij [God] onder het oude verbond aan de aartsvaders beloofd had’ vervangen door ‘God had dat al beloofd aan Abraham, Isaak en Jakob’. En even verderop is de passage ‘het nieuwe verbond van genade en verzoening’ vervangen door ‘een nieuw verbond met God’. Proef ik hier de invloed van een bepaalde Israel-visie die ons als gereformeerden nu opgedrongen wordt? Verder staat in twee Avondmaalsformulieren niet meer dat Christus aan de rechterhand van de Vader ‘voor ons pleit’, maar ‘voor ons opkomt’ – en dat terwijl in de beide bijbelteksten waar naar verwezen wordt nog steeds ‘pleiten’ staat. Ook staat plotseling toch één van de 51 gezangen die niet in de nieuwe bundel mochten worden opgenomen (Gezang 19 – Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte’) er als Psalm 96a in. En het viel mij op dat er in de laatste regel van vers 8 van Psalm 40 een woordje vervangen is. Er staat nu niet meer ‘o toef niet langer, kom!’, maar ‘o wacht niet langer, kom!’. Op zich een verbetering, maar het is een Liedboek-psalm die ook in het nieuwe Liedboek van 2013 nog steeds als laatste regel ‘o toef niet langer, kom!’ kent.

 

Een kind dat gedoopt wordt: te vies om aan te pakken of een parel in Gods hand?

Sinds Pinksteren worden wereldwijd in bijna alle kerkgenootschappen ook de kinderen van de gelovigen gedoopt. Gods beloften zijn immers ook voor hen, zei Petrus al in zijn Pinksterpreek. In Nederland wordt sinds de Reformatie (dus al bijna 500 jaar) aan doopouders een aantal vragen gesteld. Over de eerste doopvraag is binnen de GKV een discussie ontstaan, omdat die sinds 2017 volgens sommigen ingrijpend veranderd is. Een paar GKV-kerken hebben zelfs voor een eigen formulering gekozen en één classis heeft al een verzoek om herziening ingediend bij de volgende landelijke synode.

Doop foto ErnstHet gaat dus om de eerste doopvraag uit het klassieke ‘formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen’, zoals die door de synode van Dordrecht in 1618 is vastgesteld. Die vraag luidde (volgens de versie die van 1933 t/m 1984 in de Gereformeerde Kerken is gebruikt) als volgt:

Bekent gij, hoewel onze kinderen in zonde[n] ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerhande ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelf onderworpen, dat zij toch in Christus geheiligd zijn, en daarom als lidmaten zijner gemeente behoren gedoopt te wezen?

In 1984 werd in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) het doopformulier taalkundig een beetje aangepast. Dus luidde de eerste doopvraag t/m 2011 als volgt:

Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwige oordeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente behoren gedoopt te zijn?

In 2011 vond men dat er een grondige hertaling moest komen van het doopformulier. Dat leidde ertoe dat de eerste doopvraag er als volgt uit kwam te zien:

Erkent u dat uw kind zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is, en dat hij toch in Christus voor God heilig is daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?

Als je dit zo leest, is er niet zoveel aan de hand. Er staat nog steeds hetzelfde, in een iets moderner jasje. Maar dan gebeurt het. Eind 2017 komt het nieuwe Gereformeerde Kerkboek uit. Daarin staan ook alle formulieren die in 2011 en 2014 officieel zijn vastgesteld. Met het oog daarop hebben de landelijke deputaten in hun rapport aan de Generale Synode van 2017 geschreven: “Alle formulieren zijn voor definitieve opname in het GK nog een keer door deputaten gecheckt op taalfouten, onnodig moeilijke taal of kerkelijk jargon. Dat heeft enkele kleine wijzigingen opgeleverd (vanzelfsprekend zonder de inhoud te veranderen).” In het rapport zelf en later in de Acte, de officiële notulen van de synode, wordt geen enkel voorbeeld gegeven, dus niemand kon checken wat er precies in al die formulieren zou gaan veranderen. Pas na de verschijning van het nieuwe kerkboek kun je gaan vergelijken. En dan blijkt, dat de eerste doopvraag, die officieel door de Generale Synode van 2011 is vastgesteld en waarvan de Generale Synode van 2014 uitsprak, dat die moest worden opgenomen in het nieuwe kerkboek “in de tekst die is vastgesteld door de GS Harderwijk 2011” toch door de deputaten behoorlijk is veranderd. Want nu staat er:

Erkent u dat naam zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niets goeds kan doen, en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn, maar dat hij toch in Christus voor God heilig is daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?

Ik heb het belangrijkste verschil rood gekleurd: “en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is” is vervangen door “en uit zichzelf niets goeds kan doen, en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn”.

Verschillende kerken en verschillende personen vinden dit een groot verschil. De Christelijke Gereformeerde predikant Bert Loonstra schrijft er twee keer over. In zijn eerste artikel ‘Komen onze kinderen schuldig ter wereld?’ (8 maart 2018) ) zegt hij:

“Maar nu lees ik in de GKv-formulieren dat dit individuele kind schuldig ter wereld is gekomen. Die formulering is nog scherper dan de oude. De oude formulering vroeg aandacht voor de verdorven natuur die Gods afkeer oproept, en die zich ook uitstrekt naar dit kind. Vanaf hun vroegste begin zijn ook onze kinderen in de macht van de zonde. Maar nu wordt gesteld dat de kleinste kinderen daarvoor persoonlijk verantwoordelijk zijn. Dat gaat mij te ver.”

Een maand later in ‘Komen onze kinderen schuldig ter wereld? (2)’ (17 april 2018) schrijft hij zelfs:

“Ik ben geneigd deze formulering als een theologische flater te beschouwen.”

Volgens het blad Onderweg (31 maart 2018) zijn er twee kerken die moeite hebben met deze nieuwe formulering. De GKV van Leek en de GKV van Zwolle-Centrum hebben daarom voor een alternatieve eerste doopvraag gekozen:

Jullie kinderen zijn één voor één prachtige en unieke schepsels van God! Maar ze zijn geboren in een wereld waar zonde en gebrokenheid heersen en daar hebben ze zonder het te weten ook deel aan. Zonder Christus zou hun leven geen toekomst hebben. Geloven jullie van harte dat jullie kinderen dankzij het offer van Christus voor God heilig zijn? En geloven jullie dat de doop de manier is waarop zij nu als lid van Christus in zijn gemeente worden ingelijfd?

In een recent nummer van Onderweg (29 januari 2019) valt te lezen dat de classis Amersfoort een voorstel van GKV Amersfoort-De Horsten heeft overgenomen om de eerste doopvraag te herformuleren. Het belangrijkste argument is, dat de uitspraak dat een kleine baby ‘uit zichzelf niets goeds kan doen’ inhoudelijk iets anders is dan wat er eerst stond, nl. dat een kleine baby ‘aan allerlei ellende onderworpen’ is. In dit bericht werd ook weer verwezen naar de alternatieve eerste doopvraag die men in Leek en Zwolle-Centrum aan doopouders stelt.

Daar reageert Reina Wiskerke op in het Nederlands Dagblad van 2 februari 2019 onder de kop ‘Roze wolken’. Ze is blij dat de classis Amersfoort niet wil breken met de gereformeerde traditie, maar aan de komende synode vraagt om de recente verandering van de eerste doopvraag terug te draaien. Tegelijk steigert ze een beetje bij het lezen van alternatieve eerste doopvraag. Want die poetst volgens haar te veel weg dat ook kleine kinderen van nature onder Gods oordeel liggen en dus verloren gaan. Die donkere wolken worden volgens haar vervangen door roze wolken die benadrukken dat alle pasgeboren kinderen ‘prachtige en unieke schepsels van God!’ zijn.

Goed … wat is hier allemaal aan de hand? Volgens mij twee dingen.

1/ Broddelwerk

Deputaten hebben zonder goede verantwoording zitten knutselen aan reeds eerder vastgestelde teksten. Ze hadden de bedoeling om inhoudelijk niets te veranderen. Maar ze hebben zelfs een heel zinnetje aan de eerste vraag toegevoegd! Er stond: jullie kindje is vanwege de zonde ‘aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen.’ Dat is hetzelfde als: jullie kindje ‘staat van nature bloot aan Gods toorn.’ Maar nu komt daar nog bij dat je als ouders moet erkennen: ons kindje ‘kan uit zichzelf niets goeds doen.’ Dat is niet alleen een extra uitspraak, maar zonder nadere motivatie wordt er ook een stukje eenzijdige theologie in de eerste doopvraag binnengesmokkeld. Want als je al zoiets wilt benadrukken, moet je er, net als bij de Zondag 3:8 van de Heidelbergse Catechismus, meteen achteraan zeggen: ‘behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.’ Of, zoals de Dordtse Leerregels in hoofdstuk 3/4 art. 3 zeggen: ‘’niet in staat ook maar iets voor hun behoud te doen’ (in de oudere tekst van de D.L. staat: ‘onbekwaam tot enig zaligmakend goed’). Terecht constateert ds. Bert Loonstra dat hier sprake is van een “theologische flater”. Dat risico krijg je als deputaten ongecontroleerd gaan schaven aan teksten zonder daar publiek verantwoording over af te leggen en een synode de nieuwe teksten hooguit vlak voor de vergadering ter inzage krijgt.

Ik ben het van harte met de classis Amersfoort eens: deze uitglijder moet zo spoedig mogelijk hersteld worden. Dus plaatselijke kerken: vraag herziening aan via de classis bij de volgende landelijke synode!

2/ Aaibaarheidsfactor

Aan de andere kant kan ik me het gevoel van Reina Wiskerke dat het bij de bediening van de doop in Leek en Zwolle-Centrum allemaal wat te lief toegaat, wel voorstellen. Volgens de predikanten van Leek krijgen doopouders van anderen wel eens de reaktie: “Een God die boos is op een pasgeboren kind? Hoe kun je zoiets geloven?” Daarom begint men in Leek met de positieve insteek dat onze kinderen stuk voor stuk prachtige en unieke schepsels zijn, maar dat ze vanwege de zondige wereld  waarin ze geboren zijn zonder Christus geen toekomst hebben.

Volgens mij is dit óók eenzijdig. Er mag blijkbaar niet meer hardop gesproken worden over zonde en schuld en eeuwig oordeel. Waarom niet? Omdat de doop voor veel mensen vooral een romantisch hoogtepunt moet zijn, zoals Reina Wiskerke suggereert? Ik ben bang dat ze daar wel eens behoorlijk gelijk in zou kunnen hebben. Want je kunt bij de doop wel uitspreken dat elke baby een parel in Gods aan is. Maar als je er niet gelijk openlijk bij zeg dat iedereen in Gods ogen tegelijk ook te vies is om aan te pakken, laat je heel wat van de diepe betekenis van de doop liggen. Dan wordt het inderdaad snel een vertederend familiemoment voor in de kerk.

Bovendien hebben we als kerken uitgesproken dat we qua formulieren heel veel mogen variëren, maar dat de vragen bij doop (en belijdenis en bevestiging) overal dezelfde horen te zijn. Nu heeft in 2017 de landelijk synode in een moment van onoplettendheid toegestaan dat deputaten de passage ‘Dat uw kind zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen isop eigen houtje hebben veranderd in ‘Dat uw kind zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niets goeds kan doen, en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn’.

Maar dan kan de oplossing toch niet zijn dat je als plaatselijke kerk opeens het knutselwerk van deputaten over gaat doen? Wees dan zo netjes om a) te streven naar herstel van de gemaakte theologische flater; b) te blijven bij de betere formulering die tot 2017 gangbaar was; c) of doe, als je ook tegen die formulering bezwaar hebt, een voorstel om het anders onder woorden te brengen zonder inhoudelijk de donkere wolken wat rozer te kleuren. Ds. Bert Loonstra heeft een beter alternatief dan Leek en Zwolle-Zuid bedacht hebben. Hij verwijst ernaar in zijn blog zonder die vraag te noemen. Ik heb het bij hem nagevraagd. Dit is de manier waarop hij de eerste doopvraag formuleert:

Erken je dat onze kinderen vanaf hun ontstaan en geboorte deel uitmaken van de mensheid die in zonde ligt en waarop Gods oordeel rust? Maar ben je er tegelijk van overtuigd dat ze door Gods genade bij Christus horen, en dat ze daarom als leden van zijn gemeente gedoopt mogen worden?

Als sommige plaatselijke kerken moeite blijven houden met de formulering van oorspronkelijke eerste doopvraag, zouden ze behalve een verzoek tot herziening ook nog kunnen vragen om de eerste doopvraag in deze trant te herformuleren.

O ja … ik ben wel benieuwd wat kerken als Leek en Zwolle-Zuid doen met het begin van het doopformulier. Dat is binnen de GKV ook behoorlijk gemoderniseerd, maar legt inhoudelijk nog steeds dezelfde accenten.

Ten eerste: wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden. (Doopformulier GKV tot 2011)

Bij de doop word je in water ondergedompeld of ermee besprenkeld. Zo wordt zichtbaar gemaakt dat je in de ogen van God vuil bent, belast met zonde. Je bent al schuldig als je wordt geboren, al zondig sinds je moeder je ontving. Zo kan God je niet accepteren. Je kunt zijn koninkrijk alleen binnengaan als je opnieuw geboren wordt en een nieuw leven krijgt. (Doopformulier GKV vanaf 2011)

Worden die ook wat weggemoffeld en vervangen door zelf in elkaar geknutselde, meer geruststellend klinkende zinnen zoals: ‘Elk kind is een parel in Gods hand’?

Wees consequent streng én rechtvaardig – open brief aan Klaas Dijkhoff over het kerkasiel in Den Haag

In het geval van de Armeense asielfamilie Tamrazyan is het de overheid die de procedure rekt. Daarom schreef ik deze open brief, die op maandag 28 januari in het Dagblad van het Noorden verscheen, aan Klaas Dijkhoff over het kerkasiel in Den Haag.

Geachte heer Dijkhoff, beste Klaas,

Al drie maanden is er in Den Haag in buurt- en kerkhuis Bethel een non-stop-kerkdienst. Met maar één doel: te voorkomen dat het Armeense gezin Tamrazyan alsnog wordt uitgezet.

Als fractievoorzitter van de VVD en oud-staatssecretaris asielzaken bent u iemand die goed op de hoogte is van heel de problematiek rondom het asielbeleid en het kinderpardon. Als staatssecretaris had u de naam streng en rechtvaardig te zijn. U liep toen niet weg voor de problemen die ontstonden door de grote toestroom van asielzoekers uit Syrië, maar reisde zelfs af naar het plaatsje Oranje in Drenthe.

Kinderpardon

Als voorman van de VVD bent u ook niet bang om een impopulair standpunt in te nemen als het om het kinderpardon gaat. U vindt dat ouders van asielkinderen als eerste verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin ze hun kinderen brengen wanneer hun aanvraag om in Nederland te mogen blijven is afgewezen. En dus is het rot voor het jongetje Nemr, maar als het in Irak niet te onveilig is, moet hij dáár met zijn papa en mama aan de toekomst werken. Veel mensen zijn het niet met u eens, maar het is wel duidelijk waar u namens de VVD voor staat. In het TV-programma #BOOS zei u tegen Tim Hofman: “Ik geef je, ook als het niet een populair antwoord is, wel een eerlijk antwoord.”

Rotverhaal

Naar aanleiding van de film van #BOOS over het kinderpardon hebt u ook zelf een verklaring op YouTube geplaatst. Daarin zegt u nog een keer, dat als de rechter een asielaanvraag afgewezen heeft, een gezin terug moet naar het land van herkomst, ook al is dat “een rotverhaal voor zo’n kind”.

U bent daarin streng. Tegelijk geeft u in uw verklaring op YouTube aan dat u in uw periode als staatssecretaris 240 keer gebruik gemaakt hebt van uw discretionaire bevoegdheid om in schrijnende situaties toch een uitzondering te maken op de rechterlijke uitspraak dat mensen terug moesten naar hun eigen land. U was als staatssecretaris dus streng én rechtvaardig.

De familie Tamrazyan

Ik vraag u in deze open brief niet om als VVD de draai te maken naar een algemeen kinderpardon. Ik vraag u slechts om in één specifiek geval uw VVD-staatssecretaris Harbers te bewegen van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik te maken, namelijk door de familie Tamzaryan alsnog een verblijfsvergunning te geven. Ik doe dat op grond van uw eigen uitspraak in het interview met Tim Hofman. Daarin zie u, toen het over het eindeloos rekken van de asielprocedure gaat: “Dan zou ik ook zeggen: Na twee keer procedure is het afgelopen.”

Beroep

Wist u, dat na de standaardafwijzing van de IND in 2010 de rechter tot twee keer toe geoordeeld heeft dat de familie Tamrazyan recht heeft op een verblijfsvergunning? Maar de Nederlandse staat ging voor de derde keer in beroep en werd toen pas in het gelijk gesteld werd. Op grond van betwistbare en anonieme bronnen die door vluchtelingenorganisatie Inlia weerlegd zijn. Maar uw staatssecretaris Harbers wil dit nieuwe bewijsmateriaal niet in zijn afwegingen betrekken, zei hij op 20 december 2018.

Durf

Geachte heer Dijkhoff, ik denk dat u de enige bent die de impasse kunt doorbreken. Durf, als fractievoorzitter van de VVD, uit te spreken dat de staatssecretaris in deze specifieke situatie niet alleen streng, maar vooral rechtvaardig moet zijn. Want na twee keer procederen moet het zijn afgelopen, zei u zelf tegen Tim Hofman. Dat geldt, als je streng wilt zijn, voor asielzoekers. Het zou dan ook voor de IND moeten gelden: leg je na twee keer procederen neer bij de uitspraak van de rechter. Dat is streng én rechtvaardig. Durft u dat als VVD-leider hardop uit te spreken als het om de familie Tamrazyan gaat?

Assen – 28 januari 2018

Ernst Leeftink – predikant van Gereformeerde Kerk ‘Het Noorderlicht’ in Assen-Peelo